Met Downs naar gewone school Extra formatie voor persoonlijke aandacht

Je hoeft Erik Steinvoorte, 12 jaar, niks over mongooltjes te vertellen. Zijn 'hele leven lang' zit hij al met de mongoloïde Geertje in de klas, op een gewone basisschool. En sinds Geertjes broer Martin een verpletterende spreekbeurt hield over het Downs syndroom weet hij precies wat er aan de hand is: ze heeft gewoon een chromosoom meer.

MAAIKE VAN HOUTEN

Erik, Martin en Geertje zitten bij elkaar in de gecombineerde groep 7/8 van de openbare Aebingabasisschool in Leeuwarden. Geertje Janssen (13) is één van de 265 Nederlandse kinderen met het syndroom van Down die naar een reguliere basisschool gaan. Ze volgt haar eigen programma. Want ze zit weliswaar in groep 7, maar functioneert op het niveau van groep 2/3.

Geertje heeft een vaste plek in de klas. Het tafeltje links naast haar wordt elke week bezet door een andere leerling. Om de beurt helpen ze haar. Dat vinden, zegt hun docent Andrys de Blaauw, alle kinderen geweldig. “Maar vooral de zwakkeren, zij groeien in hun rol als ze zien dat ze ook eens de beste zijn.” Deze week zit Marco Dijkstra naast Geertje. Vanmorgen heeft Marco met Geertje gerekend, gelezen en geluisterd naar een bandje. Ze liggen mooi op schema, stelt Marco vast. “Ze leert hard.”

Geertje vindt het, zegt ze, best leuk om haar eigen programma te volgen. Maar soms heeft ze er de balen van. Heeft de klas een rekentoets, en wil ze meedoen. “Dan neemt ze haar eigen blaadje en krabbelt er wat op. Dat geeft niks”, meent de meester.

Basisscholen krijgen voor een mongooltje tweetiende formatie extra, een dag in de week. Die tijd besteedt remedial teacher en groepsleerkracht Danny Appelo aan de persoonlijke begeleiding van Geertje. En aan het maken van het aparte programma. Dat het meisje individueel werkt, past prima in het systeem van de school. Alle kinderen krijgen zoveel als mogelijk is, les op het eigen niveau. De mongoloïde leerling vormt daarop geen uitzondering.

Geertje Janssen zit nu acht jaar op de Leeuwarder school. “Haar komst was best spannend”, herinnert Appelo zich. “Een paar collega's teamleden had twijfels. Ze vonden dat ze naar een school voor speciaal onderwijs moest. Die opvatting was gestoeld op traditie. In het gewone, klassikale systeem passen geen leerlingen met afwijkingen.” Maar na een experimenteerjaar, was iedereen over de streep getrokken. Het team staat ervoor, zegt Appelo, en dat is voorwaarde voor succes.

De aanwezigheid van Geertje leidt voor Appelo inmiddels tot een heel andere discussie. Hij vindt het steeds moeilijker tegen ouders van kinderen met leer- of gedragproblemen te zeggen, dat ze naar een school voor speciaal onderwijs moeten omzien. “Zij stellen: jullie kunnen wel een mongooltje hebben, waarom mijn kind dan niet?” De docent kan dan wel iets uitleggen over extra formatie, maar dat antwoord voldoet hem zelf ook niet meer echt.

De ouders van Geertje vinden het erg belangrijk dat hun dochter naar een gewone school gaat. Het is niet dat haar vader ook maar iets tegen heeft op speciaal onderwijs. Integendeel. Dat heeft veel goeds gedaan voor gehandicapte kinderen, en doet dat nog, vindt Ernst Janssen. Maar zelf is hij van mening, dat gehandicapte en niet-gehandicapte kinderen zo veel als mogelijk is, samen naar school moeten. De Aebingaschool staat bij de Janssens in de straat. Was zijn dochter naar de school voor zeer moelijk lerende kinderen (ZMLK) gegaan, dan zou ze elke morgen worden opgehaald met een taxi. Janssen: “Dat geeft voor de buurt toch het gevoel dat er iets speciaals met haar aan de hand is. “Natuurlijk is dat ook zo, maar dan zou ze wel heel makkelijk een etiket hebben gekregen.”

Net als haar leeftijdgenootjes die destijds de eersten waren op de basisschool, heeft Geertje haar langste tijd op de basisschool gehad. Zometeen is ze veertien, dan moet ze verder, naar het voortgezet onderwijs. Over die overstap houdt de Vereniging voor integratie van het mongoloïde kind (VIM), waarvan Janssen voorzitter is, dit weekend een congres. De vereniging weet van zes ouderparen die naarstig op zoek zijn naar een geschikte, gewone vervolgschool. Dat wil nog niet zo vlotten. Gek vindt voorzitter Janssen dat niet. Het voortgezet onderwijs is druk met basisvorming, er wordt gefuseerd. “En op een mongooltje kun je het gewone lesprogramma niet loslaten”, weet hij. “Dus een school zal wat moeten veranderen wil het lukken met onze kinderen. Als ze al zoveel andere dingen te doen hebben, ontbreekt daarvoor de tijd.” Maar het is ook een kwestie van 'onbekend maakt onbemind'. Janssen verwacht dat de scholen daar wel overheen komen. Dat is bij het basisonderwijs tenslotte ook gebeurd.

Zijn eigen dochter blijft waarschijnlijk nog een jaar op de Aebingaschool. Samen met een ander ouderpaar van een mongooltje uit de buurt, hebben ze een gesprek gehad met een school voor voortgezet onderwijs. Die was er nog niet aan toe. Janssen hoopt erg dat het lukt de kinderen op dezelfde school te plaatsen. Dan heeft de school meer mogelijkheden ze te begeleiden. Bovendien denkt hij dat 'een maatje' goed is voor Geertjes identiteitsontwikkeling. “Als een kind anders is dan andere, kan het zich geïsoleerd gaan voelen. Naarmate Geertje ouder wordt, beseft ze meer dat ze minder kan dan anderen. In het andere meisje zou ze iemand hebben die in een aantal opzichten gelijk is.”

Brugklas Twee mongoloïde kinderen hebben de overstap al gemaakt. Peetjie Engels (15) uit het Limburgse Schinnen fietst sinds september elke dag naar de scholengemeenschap Koningin Juliana in Hoensbroek, vijf kilometer verderop. Ze zit daar in de brugklas mavo/VBO. Ook deze school krijgt tweetiende formatie voor haar. Elke dag geeft haar mentor haar een uurtje apart les. Veder volgt ze het gewone programma.

Peetjie heeft, zegt ze zelf, 'best wel goede cijfers.' Alleen voor informatica staat ze een onvoldoende, en met biologie zit ze op het randje. Ook geschiedenis vindt ze lastig. “Daar moet ik veel voor leren, daar zitten zoveel moeilijke woorden bij.” Haar moeder helpt haar bij het huiswerk, en bij die vakken doen ze extra hun best.

Directie en docenten van de Koningin Juliana hebben goed over de komst van Peetjie nagedacht. “Het was geen gemakkelijke beslissing”, oordeelt adjunct-directeur P. Schut. Na het bekijken van een videoband over Peetjies gedrag in haar vorige, gewone basisschool in Schinnen, had het team er vertrouwen in dat haar niveau voldoende was. En ze waren verzekerd van de steun van de ouders.

Schut vindt het niet minder dan een openbaring dat de school Peetjie zo goed afgaat. “Ze kan het en besteedt er veel tijd aan”, constateert de adjunct-directeur. Ze is volgens hem wat langzamer dan de andere kinderen, maar dat ondervangt ze door heel precies te werken.

Wat zijn school kan, kunnen andere scholen in het voortgezet onderwijs ook, zegt Schut. Tenminste, als ze faciliteiten krijgen - en hij vreest bij de bezuinigingen weleens het ergste. “Docenten zijn niet opgeleid voor deze kinderen, maar bij een goede wil van het team, en veel inzet, moet het lukken.” Schut waarschuwt wel, dat lang niet elk mongooltje het niveau van Peetjie halen zal. “Ook niet alle kinderen kunnen het VWO, toch?”

De moeder van Peetjie, Netty Engels, heeft in het verleden veel weerstand ontmoet van haar omgeving. Haar wordt verweten, belachelijk bezig te zijn, en haar kind niet te accepteren. Ze trekt zich er niks van aan. “Wij vragen geen gekke dingen, we dagen haar alleen gigantisch uit. We hebben nog een dochter, en die leert toch ook? Waarom zou ik dat Peetjie dan onthouden?”

Juist deze week kwam Peetjie thuis met de mededeling, dat ze nu weet wat ze worden wil. Ze gaat de verzorging in. Oude mensen helpen, of baby's. Of andere mensen met het syndroom van Down.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden