Met doedelzak de oorlog in

(Trouw)Beeld AP

Tegen de regels in trok hij spelend op zijn doedelzak ten strijde tegen de Duitsers. Hij speelde door terwijl 280 van zijn maten sneuvelden.

William Millin zag zichzelf niet als een held. „Als je jong bent doe je dingen waarvan je nog niet zou durven dromen als je ouder wordt.”

William was 21 toen hij, zonder erbij na te denken, een opvallende rol speelde tijdens de bloedige invasie van Normandië op 6 juni 1944. De avond ervoor was hij ingescheept bij het Engelse eiland Wight voor de overtocht naar Frankrijk. Met 21 anderen zat hij in het benauwde landingsvaartuig dat met vele honderden andere boten de aanval zou openen op de Duitsers die zich hadden ingegraven langs de Franse kust. Terwijl de schepen zich gereedmaakten stond William op de boeg te spelen op zijn doedelzak.Â

William, bijgenaamd Piper Bill, was de persoonlijke doedelzakspeler van Lord Lovat, een Schotse aristocraat die op z’n 32ste al een respectabele staat van dienst had als militair. Als brigade-generaal zou hij een Schots regiment leiden naar Sword Beach, de codenaam van een strand bij de plaats Colleville-Montgomery. Volgens de Schotse traditie hoorden doedelzakspelers bij de voorste linies in de strijd, maar het Britse ministerie van oorlog had dat verboden en de doedelzak naar de achterhoede verbannen. Lord Lovat trok zich daar niets van aan. Toen William zijn commandant aan het verbod herinnerde, antwoordde die: „Dat zegt het Engelse ministerie van oorlog. Jij en ik zijn Schots en dat geldt dus niet voor ons.”

Bij de nachtelijke overtocht naar Normandië zaten sommige militairen te kaarten, maar de meesten waren zeeziek. Bill ook. Toen de Franse kustlijn door de ochtendmist schemerde, waren de mannen opgelucht dat ze gauw aan land zouden gaan. „Niemand schreeuwde van angst, en niemand schreeuwde dat ze al die Duitsers zouden afmaken. Iedereen wilde gewoon van die boot af”, zei Bill later.

Als enige van de militairen droeg Bill een Schotse kilt. Zijn vader had die nog gedragen in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Toen Bill van boord sprong en tot zijn middel in het ijzige water stond, bleef de kilt drijven. Op slag was de misselijkheid weg en Bill begon op zijn doedelzak te spelen: ’Highland Laddie’ (Jochie van het hoogland), destijds de herkenningsmelodie van menig Schots regiment. Lord Lovat keek achterom, glimlachte en samen waadden ze naar het strand terwijl de kogels hen om de oren floten. Toen hij uitgespeeld was, werd Bill zich bewust van het dreunen van de mortieren, het geschreeuw van de mannen, de rook en de lichamen die verspreid over het strand lagen. Maar Lord Lovat vroeg om nog een liedje. Bill zette ’The Road to the Isles’ in terwijl hij heen en weer liep langs de vloedlijn. „Ik zag mannen met hun gezicht in het water liggen die op en neer dobberden in de golven. Anderen probeerden zich in te graven, maar als ze de doedelzak hoorden, stopten ze om te zwaaien en te juichen.” Op die eerste dag sneuvelden 280 man van zijn brigade. Toen ze de plaats Ouistreham hadden ingenomen, gingen Lovat en zijn mannen door naar het dorp Bénouville. Toen ze op een brug onder Duits vuur kwamen te liggen, vroeg Lovat weer om muziek. Ook in het dorp zelf zaten Duitse schutters, maar Bill wandelde rustig spelend door de hoofdstraat met de rest van de mannen achter zich aan.

 Later hoorde hij van krijgsgevangenen dat de Duitsers niet op hem hadden geschoten omdat ze dachten dat hij een gek was.

Vier dagen later raakte Bills doedelzak ’gewond’, zoals hij zei, door granaatscherven. „Maar niet ernstig, ik kon er nog op spelen.”

Na de invasie van Normandië keerde Bill in september terug naar Engeland. Hij werd nog een keer ingezet om via Nederland op te trekken naar Lübeck. Na de oorlog kreeg Bill een baantje op het Schotse landgoed van Lovat. Maar dat vond hij te saai en hij trok met een reizende toneelgroep rond als doedelzakspeler. Nadat hij in 1954 getrouwd was, haalde hij een diploma als psychiatrisch verpleger en sindsdien werkte hij in ziekenhuizen. Aanvankelijk in zijn geboortestad Glasgow, later in het zuidwestelijke graafschap Devon. Daar ging hij in 1988 met pensioen.

Hij werd weer even bekend toen er in 1962 in de film ’The Longest Day’ over de invasie een scène voorkwam van een doedelzakspeler op het bloedige strand. Sommigen dachten dat Piper Bill zelf die rol speelde, maar daar was hij te dik voor geworden.

Toen Lord Lovat stierf in 1995 haalde Bill zijn doedelzak tevoorschijn om op de begrafenis te spelen. Daarna gaf hij het instrument aan het National War Museum in Edinburgh, samen met zijn kilt, baret en de traditionele dolk die hij in zijn sok had gedragen.

„Mijn vrouw is onlangs gestorven en nu ben ik op mezelf. Als mij iets overkomt, dan ben ik bang dat de mensen die mijn huis ontruimen geen waarde zien in die dingen.” De lege plek in de gang waar zijn doedelzak hing, stemde hem toch triest.

In juni van dit jaar was hij nog bij de herdenking van de landingen in Normandië. Fransen maakten plannen voor een standbeeld voor Piper Bill, maar de inzameling van geld valt nog tegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden