Met de wol uit Zuid-Afrika

Door het broeikaseffect wordt het warmer in Nederland. Dat heeft gevolgen voor planten en dieren. In een korte serie blikt Trouw vooruit op de veranderingen. Vandaag deel 5: Bezemkruiskruid: van Maastricht naar Groningen.

In 1930 is met wol uit Zuid-Afrika zaad van het bezemkruiskruid naar België gekomen. Vanuit wolwasserijen is het zaad via de Maas Nederland binnengekomen, maar de warmteminnende plant verspreidde zich niet veel verder dan Maastricht en het zuidelijkste deel van Limburg. Een jaar of twintig terug begon het bezemkruiskruid echter aan een opmars. Via het spoor en autowegen trok de plant het land in en is nu tot in Groningen te vinden.

Het bezemkruiskruid is een van de vele warmteminnende planten die heeft geprofiteerd van de toenemende temperatuur. Uit onderzoek van de Stichting Floristisch Onderzoek Nederland (Floron) blijkt dat er in de periode 1975-2000 een duidelijke en snelle toename heeft plaatsgevonden van warmteminnende planten. Zevenhonderd van deze soorten zijn toegenomen, waarbij van 188 soorten die sterk van warmte houden de verspreiding verdubbelde. De toename van deze soorten vindt plaats in alle ecosystemen, maar is het sterkst bij soorten van droge ecosystemen.

Ook in het stedelijk gebied voelen warmteminnende planten zich thuis, omdat het daar iets warmer is dan op het platteland. Het gaat hierbij in totaal om 87 soorten, waaronder straatliefdegras, kransmuur en vijg. Ook stikstofminnende planten als naaldaren, amaranthen en vetkruiden, en subtropische en mediterrane planten als orchideeën hebben baat bij de stijgende temperatuur.

Overigens gaan de noordelijke soorten nog niet achteruit. Dat is te danken aan de vergroting van het bosoppervlak: in het bos is het door de schaduwwerking wat koeler.

De vorige eeuw zijn in de wilde flora van Nederland dramatische veranderingen opgetreden. Van de ongeveer 1450 soorten zijn er 500 op de rode lijst van bedreigde soorten gekomen. Een van de belangrijkste oorzaken is de overbemesting die tot een sterke achteruitgang van vele soorten (minstens vijftien procent) heeft geleid. Andere oorzaken zijn veranderend landgebruik, verzuring en verdroging. Van 1930 tot 1980 namen enkele koudeminnende soorten (zoals dennenorchis en grote keverorchis) toe dankzij de vergroting van het bosareaal en het ouder worden van de bossen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden