Met de strop om zijn nek

De uit Syrië afkomstige schrijver Nihad Siries gebruikt een oeroud recept om dictatuur aan de kaak te stellen: een mix van komedie en tragedie

Is het mogelijk je geest vrij te maken als je gevangen zit of moet zien te overleven onder een repressief regime? Schrijvers en kunstenaars kunnen in zo'n situatie kiezen voor de 'innere Emigration', zoals dat in nazi-Duitsland heette. Ze scheppen een schuilplaats in hun verbeelding en proberen hun werk zo goed en zo kwaad als mogelijk voort te zetten. Vandaag gebeurt dat net zo goed als ten tijde van Hitler of Stalin. Denk maar aan de Chinese kunstenaar Ai Weiwei of de Iraanse filmer Jafar Panahi, die allebei met de justitie in aanraking zijn gekomen en voor kortere of langere tijd werden opgesloten.

Het probleem komt ook aan bod in 'Een dag van stilte en lawaai' (2004) van Nihad Siries (Aleppo, 1950), een van origine Syrische auteur die in de Arabischsprekende wereld bekend is om zijn romans en dramaseries voor televisie. Als tegenstander van Assad en geconfronteerd met een verbod op zijn werk moest hij in 2012 naar Egypte uitwijken. Inmiddels is zijn boek vertaald in het Engels, Duits, Frans en nu ook in het Nederlands.

Hoewel 'Een dag van stilte en lawaai' duidelijk geënt is op de politieke en sociale omstandigheden in Syrië, verwijst Siries daar niet naar. Het verhaal speelt zich af in een onbepaalde tijd en een onbepaalde ruimte. Dat maakt het tijdloos én van alle tijden.

De roman plaatst ons een turbulente dag lang in de schoenen van de schrijver Fathi Sjien, vanaf het ogenblik dat hij 's ochtends zijn ogen opendoet totdat hij 's avonds weer gaat slapen en droomt hoe hij en zijn vriendin Lama zo hard lachen dat ze allebei uit bed vallen. Op deze dag wordt gevierd dat de Grote Leider twintig jaar eerder aan de macht kwam. Wanneer Fathi 's ochtends wakker wordt is het al flink warm. "Ik draaide me op mijn linkerzij en keek naar de klok boven het raam. Het was half acht 's ochtends. Van buiten drong een kakofonie van geluiden door in de kamer. Uit een luidspreker klonk de harde onaangename stem van een omroeper die onbegrijpelijke, geëxalteerde gedichten declameerde en dan ineens stopte om instructies door te geven."

Al gauw blijkt dat op last van de overheid duizenden mensen naar de hoofdstad zijn overgebracht als klapvee voor het jubilerende staatshoofd, een man aan wie Fathi een gruwelijke hekel heeft. Het lawaai is zo oorverdovend dat het vrijwel onmogelijk is om je eraan te onttrekken. Wie om een of andere reden binnen moet blijven, zorgt ervoor dat de televisieuitzending van het spektakel zo hard aanstaat dat niemand op het idee zal komen dat er sprake is van een moedwillige boycot. Voor dissidenten is in deze totalitaire samenleving nu eenmaal geen plaats. Om die reden is Fathi, die bekendstaat als tegenstander van het regime, zijn podium in de media kwijtgeraakt. Ook zijn boeken worden niet meer gepubliceerd. Het gevolg is dat hij zich al somberder en lustelozer voelt. Zijn schrijverschap én zijn dagelijkse levensritme zijn totaal door ontregeld.

Dan gaat Fathi naar zijn vriendin Lama. Bij haar denkt hij het geforceerde feestgedruis beter te kunnen uithouden. Zodra hij op straat komt, wordt hij letterlijk door de massa voortgestuwd. Zijn oordeelsvermogen daarentegen blijft voor honderd procent intact. Als hij ziet hoe een jongen die zich aan de optocht probeert te onttrekken, wordt geslagen en geschopt, vindt hij dat het tijd is om een daad te stellen. "Twintig jaar lang heb ik geprobeerd me zo min mogelijk met alles wat met de partij te maken had in te laten, maar toen ik de smekende ogen van die jongen zag, besloot ik in te grijpen." Hij trekt er de aandacht van de ordebewaarders mee, wordt onderworpen aan een ondervraging, moet zijn identiteitsbewijs inleveren en wordt weer vrijgelaten.

Dan besluit Fathi om eerst langs te gaan bij zijn 55-jarige moeder. Bij haar aangekomen krijgt hij te horen dat ze van plan is om over drie dagen te hertrouwen. Op zichzelf heeft hij tegen een huwelijksplan niet zoveel bezwaren. Maar de haast en de persoon van de bruidegom staan hem tegen. Het gaat namelijk om Ha'il Ali Hasan, hoofd van de afdeling die belast is met de persoonlijke beveiliging van de Leider. Later ontdekt Fathi dat de onverwachte trouwplannen van Ha'il Ali Hasan en zijn moeder alles te maken hebben met zijn eigen omstreden schrijverschap. Met het vorderen van de dag wordt de strop om zijn nek steeds stijver aangetrokken en komt hij te staan voor de keuze tussen zijn persoonlijke integriteit en de belangen van zijn vriendin en zijn moeder.

De kracht van deze roman ligt vooral in Siries' vermogen om de druk waaraan zijn hoofdpersoon wordt blootgesteld te verlichten met een bevrijdend soort humor, maar dan zonder dat daarmee de verschrikkingen worden weggerelativeerd. Niet alleen de auteur, maar ook de personages ontsnappen aan de repressie door te lachen.

Daarmee sluit deze roman aan bij een oeroude traditie die komedie en satire inzet als wapens tegen de machthebbers. Hetzelfde geldt hier voor de liefde. "Lachen en seks waren de wapens die we gebruikten om te overleven. In het verleden was schrijven voor mij de belangrijkste beweegreden geweest om door te gaan, maar toen ze mij het zwijgen hadden opgelegd, ontdekten we dat seks net als woorden een protest tegen die stilte kan zijn."

Maar deze overlevingsstrategieën blijven niet gespaard voor de ironie van de auteur. Onder meer de vitaliteit van de moeder, haar behoefte om jong te blijven en deel te zijn van het spel van de liefde, leiden tot het dilemma waarvoor Fathi komt te staan.

De afstand die de humor schept, zorgt ervoor dat de lezer niet al te sterk emotioneel betrokken raakt bij het lot van de personages, en daardoor zicht blijft houden op de grote vraag van deze roman: hoe overleeft een creatieve geest de repressie? Of moeten we eerder geloof hechten aan Lama's woorden: "Als je omgeving gek wordt, heb je niets meer aan je eigen verstand." Misschien is het juist het open einde van deze roman die een definitieve keuze tussen deze antwoorden uitstelt.

Nihad Siries: Een dag van stilte en lawaai.

Uit het Arabisch vertaald door Djûke Poppinga.

Amsterdam, Van Gennep; 158 blz. euro 16,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden