Met de pet langs kledingmerken levert slechts fooitje op

Bengaalse kledingarbeiders reizen door Europa om merken als Benetton op hun verantwoordelijkheid te wijzen

Nu de eerste herdenking van de ramp in de kledingfabriek Rana Plaza nadert, neemt de druk op kledingmerken om slachtoffers van de ramp te compenseren toe. Deze week begon de Bengaalse vakbond voor kledingarbeiders NGWF aan een reis door Nederland, Duitsland, Frankrijk en Italië. In dat laatste land richt de bond zich vooral op Benetton, dat nog steeds niet wenst te betalen.

De ineenstorting van de kledingfabriek in een buitenwijk van Dhaka waarbij ruim 1100 mensen stierven is de op één na grootste industriële ramp in de geschiedenis. Alleen bij de giframp in 1984 in het Indiase Bhopal kwamen meer mensen om.

"We hopen tijdens onze rondreis met bestuurders van kledingmerken te kunnen praten", zegt Shahidul Islam Shahid van NGWF. "Nog altijd wachten we op de compensatiegelden die ons waren beloofd", zegt Shahid. "In totaal richten we ons op 37 merken. Die moeten niet alleen betalen voor Rana Plaza, maar ook voor de ramp in Tazreen". In deze kledingfabriek, eveneens in Dhaka, kwamen twee jaar gelden 112 fabrieksarbeiders om bij een brand in de fabriek. Meer dan 200 medewerkers raakten gewond.

Na de ramp in Rana Plaza heeft de Internationale Arbeidsorganisatie ILO een compensatiefonds van 40 miljoen dollar ingesteld. Het agentschap van de Verenigde Naties kan de eerste financiële compensatie uitkeren aan overlevenden en nabestaanden zodra het fonds voor een kwart is gevuld. "Niet alleen de kledingmerken moeten daar geld in storten, ook de Bengaalse overheid en de brancheverenigingen van fabriekseigenaren moeten betalen. Net als de kledingmerken hebben zij geprofiteerd van de slechte omstandigheden van onze arbeiders."

40 miljoen euro is een bescheiden bedrag voor tientallen kledingmerken, stelt Shahid. "Topmensen van die concerns verdienen al miljoenen per jaar." Zo kan de baas van Walmart elk jaar ruim 20 miljoen dollar op zijn rekening bijschrijven. De Amerikaanse winkelketen stortte vorig week samen met Gap, Asda en Children's Place gezamenlijk 2,2 miljoen dollar. Een actie die vooral hoongelach uitlokte.

In Nederland kreeg modemerk Mexx afgelopen maandag kritiek toen het weigerde het Bangladesh veiligheidsakkoord te tekenen. In deze bindende overeenkomst beloven 150 kledingbedrijven zich in te spannen voor veiligere en betere arbeidsomstandigheden in de Bengaalse kledingfabrieken.

De actiegroep Fashion Rebels bezocht samen met de Tweede Kamerleden Joël Voordewind van de ChristenUnie en Sharon Gesthuizen van de SP het hoofdkantoor van Mexx. Niemand van het modemerk wilde hen te woord staan.

Behalve meer veiligheid willen de Bengaalse en internationale vakbonden ook een 'eerlijker loon' voor de arbeiders. Met het huidige salaris kan de gemiddelde kledingarbeider nauwelijks rondkomen. Meer veiligheid en loon maken de Bengaalse kledingindustrie duurder.

Toch is Shahid niet bang dat de race to the bottom naar landen als Cambodja en China leidt. "Bangladesh blijft het goedkoopst. Ook als de kledingbedrijven 3 cent per kledingstuk meer gaan betalen. Met die paar centen per stuk zal de levensstandaard van Bengaalse naaisters al enorm verbeteren."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden