Met ‘De Knip’ maak je al vijftig jaar een kledingstuk dat niemand heeft

Beeld Colourbox

Al een halve eeuw is ‘de Knip’ het kompas voor thuisnaaisters. Was je eigen kleding maken in de beginjaren nog bittere noodzaak, nu is het een statement tegen de wegwerpmaatschappij, weten ze op de Knip-redactie.

Het lijkt meer op een mode-atelier dan een kantoor waar een maandblad wordt gemaakt, de redactie van Knipmode. Prominent in de ruimte staan drie kledingrekken, doorhangend onder het gewicht van tientallen kleurige kledingstukken. Aan wanden en kasten hangen vellen papier, volgeplakt met plaatjes, schetsjes en stukjes stof. Pas in tweede instantie springen de computerschermen en telefoons in het oog. Het ontwerpen van kleren is dan ook de hoofdmoot van het werk, vertelt adjunct-hoofdredacteur Angelique Janssen. “Voor elk nummer ontwerpen we een collectie van 22 items. En dat twaalf keer per jaar. En daarnaast maken we ook nog een kinderblad en specials.” Daarvan neemt ze er zelf ook een aantal voor haar rekening - ze deed de modeacademie en werkte voor verschillende kledingmerken en voor Libelle voor ze bij ‘de Knip’ kwam.

Zojuist heeft Angelique de doorpas gedaan voor het nummer van over een half jaar, augustus: een model heeft alle ontwerpen aangetrokken en zo konden tekortkomingen aangepast en verbeterd worden. “Het ontwerpen en patroonmaken moet heel zorgvuldig gebeuren”, zegt hoofdredacteur Maureen Belderink. Want ze zijn kritisch, de lezeressen. “En je kunt niet twee keer met hetzelfde aankomen, want dat zien ze meteen”, vult Angelique aan. Knip heeft een zeer trouwe lezersgroep van zo’n 30.000 vrouwen (van mannelijke belangstelling hebben ze nog nooit iets gemerkt) maar de patronen gaan van hand tot hand en bereiken een veel grotere groep. “Bovendien worden ze lang bewaard. Veel mensen hebben hun favoriete modellen. Maar toch willen ze elke maand verrast worden”, weet Maureen, die sinds afgelopen september de scepter zwaait over Knip, de kindervariant Knippie en diverse specials, zoals recent een mannenmodenummer.

Democratisering van de mode

Al een halve eeuw is Knip een begrip in zelfmaakmodeland. Het begon onder de naam Madeleine, fuseerde in de jaren negentig met concurrent Marion, maar het hart van de Knip bleef altijd hetzelfde: de patroonbladen vol gekleurde lijnen en cijfertjes - een soort abstract kunstwerk, in de ogen van een leek.

Het jubileum wordt gevierd met een speciaal nummer vol ontwerpen die herinneren aan de afgelopen vijftig jaar.

“Vroeger was het natuurlijk gewoon noodzaak om je eigen kleding te maken, mode was iets voor de hogere klassen”, zegt ontwerpster Petra de Jonge, die ook aanschuift aan de met stoffen, schetsen en volkorenkoekjes bezaaide tafel midden op de redactie. Het zelf maken zorgde voor een democratisering in de mode, vindt Petra, die na haar modeopleiding naar Parijs trok om te werken voor grote merken als Kenzo. “Toen het binnenwerk - baleinen, korsetten - verdween, werd het steeds makkelijker voor thuisnaaisters om de kleding van beroemde ontwerpers na te maken. Zo werd mode bereikbaar voor iedereen.”

Een cover van Knip uit 1983.

Het zal in de naoorlogse jaren vast nog noodzaak zijn geweest veel zelf te maken, maar was het geen gek moment, 1969, om een zelfmaakmodeblad te beginnen? De welvaart in Nederland nam snel toe en in winkels als Peek&Cloppenburg en C&A hingen de rekken vol. “Vergis je niet”, zegt Maureen. “Kleding was toen echt een stuk duurder dan nu. Je kreeg twee keer per jaar iets nieuws, als je geluk had. Wilde je tussendoor ook eens wat anders aan, dan moest je het zelf maken.” En dat bleef zo in de jaren zeventig en tachtig - de jeugdjaren van het drietal. Angelique: “Ik groeide op in een dorp. Zoveel was er niet te kiezen. Ik heb altijd veel zelf gemaakt.” Ze vond het ontzettend gezellig: “Eerst met z’n allen naar de stoffenmarkt en dan thuis achter de naaimachine. Ik wilde elke vrijdagavond een nieuwe set afhebben, anders ging ik niet uit. Soms lukte het net niet, dan speldde ik alles dicht - dan maar een avond niet naar de wc.” Ook Petra maakte haar kleren zelf. “Zo heb ik het geleerd als meisje, van mijn moeder en de Knip. Ik maakte new wave-outfits. Als mijn moeder zei: ‘Dat lukt je nooit’, was dat een extra uitdaging. Mijn vrienden waren altijd nieuwsgierig wat ik nu weer gemaakt had.”

“Zo ging het toch vanzelf, dat je het leerde?” zegt Angelique. “Nou, ik had wel naailes nodig hoor”, zegt Maureen. “Maar de honger van pubermeisjes naar nieuwe kleding is nu eenmaal onstilbaar.” Ze denkt wel dat ze behoren tot de laatste generatie die het zo vanzelfsprekend vond. De komst van Hennes& Mauritz, in 1989, met in het kielzog ketens als Mango en Zara, maakten een einde aan de noodzaak van het naaien. “Het handwerken verdween ook uit het curriculum van de lagere school”, zegt Maureen.

Een ambacht uitoefenen

Nee, voordeliger uit ben je niet meer als je zelf je kleding maakt. Tegen de prijzen van Primark kun je echt niet op. En toch zijn er wachtlijsten voor naaicursussen, weet Petra. “Veel vrouwen willen het weer leren als ze kinderen krijgen. Maar ik ken in mijn omgeving zelfs jongens die aan het naaien geslagen zijn.” Tegenwoordig gaat het erom dat je iets origineels hebt, een kledingstuk dat niemand heeft. Je zou het verzet tegen de massaproductie kunnen noemen. De slechte naam van de kledingindustrie op het gebied van arbeidsomstandig- heden en milieuvervuiling is ook een vaak gehoorde reden om zelf achter de naaimachine te kruipen.

Een cover van Knip uit 1987.

Maureen: “Heel veel mensen doen overdag werk waarvan het resultaat niet tastbaar is. Zij vinden het heerlijk om in hun vrije tijd iets te maken wat je vast kunt houden. Een ambacht uit te voeren.” En niets is zo zichtbaar als kleding, vult Angelique aan. “Je trekt het aan en je krijgt meteen reacties op je werk. Dat is toch ontzettend leuk?”

Het samenstellen van een nummer van Knip mag je trouwens ook een waar ambacht noemen. Nadat de ontwerpsters hun ideeën op papier hebben gezet, maken gespecialiseerde medewerksters er technische tekeningen van. Die gaan, samen met de geselecteerde stoffen, naar een atelier in het zuiden van het land. Daar worden de patronen tot in detail uitgetekend en worden er samples gemaakt die weer naar de redactie in Amsterdam komen om doorgepast te worden - wat vanmorgen dus gebeurd is. Daarna gaan de aangepaste modellen naar het atelier, waar patronen en kleding definitief worden vervaardigd. Alles komt terug op de redactie, waarna er een fotosessie plaatsvindt en de technische staf een uitgebreide stap-voor-stap-beschrijving maakt voor wat zo lekker ouderwets ‘het werkschrift’ heet.

Zo gaat dat al jaren, maar ook bij Knip staat de tijd natuurlijk niet stil, benadrukt hoofdredacteur Maureen. “Alle modellen staan ook op onze website en je kunt daar patronen per stuk bestellen.” De lezeressen vinden elkaar op sociale media, voor vragen, tips, complimenten en commentaar. “Het is een heel hechte community.”

Een cover van Knip uit 1996.

Omdat Nederlanders steeds zwaarder worden, past Knip de maten van de ontwerpen aan. “Tot een aantal jaren geleden gingen onze patronen tot maat 46, nu is dat maat 54”, zegt Maureen. Wat dat betreft liep Knip tot nu toe gewoon in de pas met de modebladen: slank was de norm. “Daarover kregen we steeds vaker opmerkingen van lezeressen”, zegt Maureen. Voortaan zullen vaker zogenoemde plus-size modellen met maat 50 in het blad staan. “Dat is een kleine revolutie in Knipland.” 

Het jubileumnummer ligt op 12 maart in de kiosk.

Lees ook:

Ook mode kan zero waste zijn: met kant van boomschors en stof van douchegordijn

Paddestoelenleer, gescheurde panty’s, tweedehands spijkerbroeken en versleten sokken. De tentoonstelling van de Redress Design Award laat zien dat je alles mag gebruiken om een originele jurk te ontwerpen, zolang je maar niets verspilt.

Geef verduurzaming een zetje: stel eens een vraag in een kledingwinkel

Op het podium van de Sustainable Fashion Week laten (jonge) ontwerpers hun plannen voor een duurzame, circulaire mode-industrie zien. De mode-industrie is een smerige industrie: in Nederland alleen wordt jaarlijks 235 miljoen kilo textiel weggegooid, de textielindustrie is verantwoordelijk voor 10 procent van de CO2-uitstoot. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden