Met de computer is het ambacht weer terug

Voor de kunstenaar is het atelier de plaats waar zich het maakproces afspeelt en niet zelden ook het denkproces dat er aan voorafgaat. Heeft die plaats invloed op beide processen en hoe spelen die zich af? Een serie gesprekken op de plek waar de kunst tot stand komt. Vandaag de zesde aflevering: Gerard Unger in Bussum.

Nergens staan de muren recht tegen elkaar, overal vormen ze hoeken die op zijn minst 45 graden gedraaid zijn. Dergelijke hoeken zijn overal in zijn Bussumse huis te vinden, gevolg van de verbouwing die er in het begin van de jaren tachtig op gezag van architect Mart van Schijndel plaatshad. Voor buitenstaanders werken dergelijke maatvoeringen nog wel eens ontregelend. Zo liet een logé eens aan Gerard en zijn vrouw, kunsthistorica en publiciste Marjan Unger, weten dat hij nooit meer kwam slapen. De ochtend nadat hij was wakker geworden, had hij de kamer niet meer herkend. Hij vond het een martelmethode die deed denken aan de praktijken van de Russische geheime dienst.

Unger heeft er geen problemen mee dat zijn huis, zijn atelier zo scheef gevormd is. Sterker nog, hij vindt het wel prettig. “We hebben het aan ons zelf te danken dat we Van Schijndel zijn gang lieten gaan, het zat bij de opdracht ingebakken. We wonen er nu 13 jaar en het huis heeft niets van zijn spanning verloren. Het is met die vreemde maten natuurlijk geen doorzonwoning, je wordt steeds verrast door onverwachte uitzichten. Aanvankelijk kwam het interieur heel dwingend op me over, ik dacht ook dat ik me had vergist om het zo te laten bouwen. Toen vond ik dat ik maar afstand van alles moest nemen, ook al omdat ik me sterk met de bouw had bemoeid. Daardoor kon ik het relativeren en begon ik de kwaliteit ervan in te zien.”

De verbouwing van het pand was noodzakelijk om het bewoonbaar te maken. Oorspronkelijk was het een atelier annex expositieruimte voor een Bussumer schilder. Niet meer in gebruik als atelier werd het in de jaren zestig tot pakhuis verbouwd, waarbij datgene wat het nog charmant had kunnen maken, met de hamer werd weggesloopt. Van Schijndel heeft het huis opnieuw karakter gegeven. Niet alleen het interieur, ook de gevel is drastisch gewijzigd. Door knap wegbreekwerk oogt het front heel klassiek, met een stevige knipoog naar Palladio, de Italiaanse klassicist wiens Villa Foscari Van Schijndel ten voorbeeld stond.

Zittend in een even klassieke mini-fauteuil van Ettore Sottsass, zoekt Unger een antwoord op de vraag of de architectuur met zijn scheve verhoudingen invloed op zijn werk heeft. “Dat is moeilijk te zeggen. In 1979 zijn Marjan en ik naar China geweest. Dat was heel ingrijpend, we waren nog nooit in zo'n andere cultuur geweest. Op Schiphol teruggekomen vroeg ik me meteen af wat ik er mee zou doen. Toen mijn gedachten daarover een paar filters waren gepasseerd, kreeg ik een heel ander gevoel van perspectief, van de waarde die de tijd heeft. Door het bezoek aan China zijn er alleen indirecte invloeden in mijn werk gekomen. Dat geldt ook voor dit huis. Ik maak geen werk waarin hoeken van 45 graden voorkomen, in mijn letters noch in mijn grafische ontwerpen. Wel heb ik een ander gevoel voor ruimtelijkheid gekregen. In de grafische vormgeving is de ruimtelijkheid sterker aanwezig. Ik heb bij het letter-ontwerpen ook meer aandacht gekregen voor de binnenruimte, dat is bijna een zelfstandig gegeven geworden. Als ik lezingen over typografie en grafische vormgeving houd, dan verwijs ik de laatste tijd graag naar het schilderij 'Blue Curve' van Ellsworth Kelly in het Stedelijk in Amsterdam. Dat schilderij, uit 1982, ook het jaar waarin dit huis werd verbouwd, toont een vorm die aan de bovenkant licht gebogen is en die verder een hoek met een korte en een lange zijde bevat. Dat werk spreekt me aan door zijn simpelheid die nog niets aan spanning heeft verloren. Het is een werk uit de hard edge en ik vind dat letter-ontwerpen ook een zaak van hard edge is. Die scherpte vind je in de architectuur van het huis terug. Daar zit samenhang in.”

Gerard Unger is een van de weinige mensen die typografie en grafische vormgeving combineert. Dat is een ongewone praktijk, want typografen en grafische vormgevers kunnen elkaar behoorlijk verketteren. “Typografen verwijten grafische vormgevers dat ze geen aandacht voor de inhoud hebben, nu, ik ken heel wat vormgevers die zich suf lezen. Maar ik geef toe dat letter-ontwerpen mijn sterkste kant is, daar gaat mijn hart naar uit.”

Vanuit beide disciplines werkend, is hij vorig jaar op een heel ander probleem gestuit. Van de overheid kreeg hij de opdracht om het vijftig gulden muntstuk te ontwerpen dat wordt uitgegeven ter gelegenheid van de vijftigste bevrijdingsdag. De munt is er inmiddels, een blinkend stuk zilver ter grootte van een forse rijksdaalder, met een nieuw portret van de koningin op de kopzijde en een korte, sobere tekst aan de muntzijde. “Ik moest voor die munt plotseling weer een portret tekenen. Dat had ik in lang niet gedaan.” Het is een originele uitwerking geworden, waarbij Unger delen van de kop uit het vlak optilde en andere delen neeerdrukte. “Ik ben uitgegaan van de vraag wat je strikt nodig hebt om een goedgelijkend portret te maken. Het is een lijnenspel te worden dat wel goed lijkt, maar de koningin op een nieuwe manier laat lijken. Dat heb ik met de belettering ook gedaan. Het zijn sjabloonachtige letters die ik speciaal voor deze munt heb ontworpen. Hij heet nu onofficieel de 'Beatrix', althans zo staat hij gecodeerd in de computer, maar het is een echte experimentenletter. Ik vraag me af of ik er meer mee ga doen.”

Zestien jaar was Gerard Unger toen hij op een tentoonstelling letter-ontwerpen van de befaamde typograaf Jan van Krimpen zag. “Dat gaf me een schok van herkenning. Sindsdien heeft het me niet meer losgelaten. Van Krimpen was een buitengewoon acceptabel tekenaar, hij begon met wat simpele potloodlijnen op papier. Ik dacht dat ik het ook kon, en waarachtig, het lukte. Later zag ik een schilderij van Velasquez, dat was ogenschijnlijk ook zo simpel neergezet. Maar toen ik dat deed, verging me gauw de lust om te kwasten, dat werd eenvoudig niets.”

Hij voelt zich nog altijd meer tekenaar dan schilder. “Op de academie begon het grote worstelen al. Bij lettertekenen is je lijnvoering heel anders dan bij modeltekenen. Het eerste gaat heel bewust, dat doe je tien keer over, elke spontaniteit ontbreekt. Bij modeltekenen wordt het bewuste handelen heel saai, dan ontbreekt elke kraak of smaak.”

Tekenen met potlood op papier doet Unger allang niet meer. Ook op zijn atelier heeft de computer zijn intrede gedaan. “Het is ongelooflijk hoe snel de computer het vak is binnengekomen. Een van de goede kanten is de flexibiliteit. Je kunt er heel veel op uitproberen wat je zo weer verwerpt. Het is absoluut toveren, zoals dat zichtbaar wordt. Vroeger was het hard ploeteren met potlood en papier, nu rolt het er zo uit. Het nadeel is dat vormgeving en produktie door elkaar heen lopen. Produktie is de meest saaie en de minst creatieve kant van het werk. Vroeger liet je dat over aan zetters en drukkers, nu komt het kant en klaar uit de computer. En je moet je wel met de produktionele kant bezighouden, dat kun je niet meer scheiden.”

“Ik vind het woord 'kunstnijverheid' zo'n mooi woord, veel mooier dan 'design'. Maar je kunt het niet meer gebruiken, het heeft een duffe bijsmaak gekregen. Ook het woord 'ambacht' heeft dat. Maar iedereen die aan de computer zit, is ambachtelijk bezig. Kenmerk van een ambacht is, dat je je ogen en je handen gebruikt en dat je alle fasen van het ontstaan van het produkt zelf kunt uitvoeren. Met de computer is het ambacht weer terug.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden