'Met de borg heb ik een haat-liefde verhouding'

In het Koetshuis bij de Allersmaborg is van 1 tot en met 23 augustus een tentoonstelling te zien van werken die in collectief verband werden gemaakt door Jan van den Berg, Frank van den Heuvel en Jacques Slegers. Van 29 augustus tot en met 20 september zijn er schilderijen, objecten en foto's te zien van Marijke Bos, Frans Franssen en Johan Rumpt. De tentoonstellingen zijn geopend op zaterdag, zondagen en feestdagen van 's middags een tot zes uur. En op verzoek. Werk van Annie Vriezen is tot 2 augustus te zien tijdens een tentoonstelling in Dornum in het Duitse Oost- Friesland.

HANS DE PRETER

Dertig jaar geleden toen ze op de van oorsprong veertiende eeuwse borg in Ezinge kwam wonen, waren er amper vogels.

"Toen was de natuur rond de borg er niet best aan toe. Door het gif van de boeren gingen de vogels dood; daardoor stierven ook de poezen. Er zaten alleen maar spinnetjes in de bomen. Alles was verder zwart: het leek wel een griezelbos. En wat ik ook deed, praten of huilen: het hielp allemaal niet, men bleef gif gebruiken. Sinds de bossen worden beheerd door Staatsbosbeheer is het langzaam beter gegaan. Het is nu net een paradijs" , vertelt Annie Vriezen (58).

De eerste keer dat ze op de borg kwam, was op een Hemelvaartsdag in 1962. Samen met haar ex-man, schilder Martin Tissing, was ze op zoek naar geschikte woon- en atelierruimte. In de stad Groningen, waar het kunstenaars-echtpaar vandaan kwam, was daar onmogelijk aan te komen. "Het was een prachtige dag toen ik hier voor het eerst kwam. Het leek of ik een stukje Frankrijk binnenstapte. Dit is het! Dit is het einde!', dacht ik. Dat ben ik steeds, in al die jaren en tussen alle druk en tegendruk blijven denken" .

In de loop der jaren heeft Annie Vriezen regelmatig getwijfeld of het nog wel zin had om op de borg te blijven wonen, vooral sinds ze er na het vertrek van haar echtgenoot alleen voor kwam te staan. "Maar ik ben er blijven wonen. Waarom, dat weet ik niet precies: vanwege de natuur, het landschap en het Reitdiep waar ik nog bijna iedere dag in zwem. Met de borg heb ik een haatliefde verhouding. Het is er soms hard en amper vol te houden. Aan de andere kant hou ik waanzinnig veel van de borg. Bovendien: waar zou ik anders naar toe moeten?', aldus de kunstenares. Ze werd in Den Haag geboren maar verhuisde als kind naar Groningen. Ze studeerde aan de kunstacademies in Groningen en Warschau met als specialisatie weven en andere textiele werkvormen. Een groot door haar gemaakt weefwerk hangt in de Martinikerk in Groningen. Werken van haar waren ook te zien in Polen, de Verenigde Staten en Duitsland. Zelf is ze steeds op de Allersmaborg gebleven.

Het borggebouw ligt verscholen achter boomsingels in een fraai landschap. Voor de borg ligt een klein ophaalbruggetje. Een opgeknapte duiventil wordt niet gebruikt: de boeren in de omgeving zouden gaan klagen. De Allersmaborg is een van de vijftien borgen die in de provincie Groningen zijn overgebleven. Ooit telde de Ommelanden er 160. Bijna alle Groningse borgen zijn begonnen als steenhuis. Dat waren in de dertiende en veertiende eeuw sterke gebouwen: de andere huizen waren nog van hout. Ze waren echter niet om in te wonen maar om in benarde tijden in te schuilen voor de vijand. De eigenaren waren rijke boeren, waarvan sommige zich in de loop der tijd een leidende rol verwierven als hoofdeling. Zij breidden de steenhuizen uit en zo ontstonden steeds fraaiere Groningse borgen.

De Allersmaborg was in oorsprong een heerd, een boerderij van het geslacht Allard. In de zestiende eeuw vervulde de borg een strategische rol bij de bewaking van een sluis in het Reitdiep. De toenmalige bewoners, de familie Elema, sloten zich in de zestiende eeuw aan bij Willem van Oranje in de strijd tegen de Spaanse koning.

De laatste Elema overleed in 1682 waarna het grote huis eigendom werd van Reneke Busch, een achterneef en Hugenoot, die later burgemeester werd van de stad Groningen. De Allersmaborg werd toen lange tijd het landhuis van Groninger burgemeestersfamilies, zoals de Marees van Swinderens. In 1899 overleed de laatste telg van die familie. De erfgenamen hoefden de borg niet: men vond het er te eenzaam. Volgende eigenaren waren een sloper, een notaris, een rentenierende boer, de gemeente Ezinge en uiteindelijk het Rijk. De sterk vervallen borg kreeg in 1978 een grote opknapbeurt. Het Rijk laat de bossen naast de borg verzorgen door Staatsbosbeheer. De gebouwen werden in erfpacht gegeven aan de provincie Groningen, die de borg op haar beurt door gaf aan de Groninger Borgen Stichting. Slechts twee van de borgen van deze stichting zijn bewoond: Rusthoven in Appingedam en de Allersmaborg.

"Sinds de restauratie staat de Allersmaborg er weer goed bij. De Groninger Borgen Stichting vindt het een goede zaak dat de borg bewoond blijft en vandaar dat ik hier mocht blijven. Wel is het zo dat de borg ook een museale functie heeft. Dat betekent dat ik hier ook rondleidingen geef. Maar alleen op afspraak. Want ik wil m'n dag wel een beetje kunnen blijven indelen. Ik houd vanwege alle klusjes al nauwelijks tijd over om te batikken, dus dan vind ik het wel prettig dat mensen niet onaangekondigd binnen komen vallen" , aldus Annie Vriezen.

Kort nadat ze in de borg kwam wonen, merkte ze dat het huis haar meer in beslag nam dan ze had verwacht. Tuinieren, schoonmaken, dieren verzorgen, de kolenkachel vullen: ze had haar handen vol. "Daarom miste ik bijna iedere bus en kwam ik bijna nergens meer op visite. Ik had het eenvoudig te druk, maar men dacht dat ik hooghartig was. En eigenlijk is dat na dertig jaar nog een beetje zo. Alle mensen denken dat je eigenwijs bent. Dat je je beter voelt dan anderen wanneer je hier woont. Daar raak je aan gewend. Maar het is wel verdrietig: het tegendeel is namelijk waar. Als je in de stad woont, is het moeilijk om je in zo'n situatie op zo'n borg in te leven."

Dat het niet meevalt om alleen op een borg te wonen en dat het verre van romantisch is heeft Annie Vriezen ondervonden. In de vorige eeuw is een dochter van de eigenaar er zelfs aan eenzaamheid gestorven. Maar Annie Vriezen wil zich niet klein laten krijgen door de borg. Ze blijft vechten voor haar borg, voor de natuur en voor de kunst.

"Ik ben altijd heel open geweest tegen de borg. 'Hier ben ik en je pikt me of je pikt me niet', zei ik vanaf het begin. Omdat ik veel alleen was, merkte ik dat het huis soms vat op me probeerde te krijgen. Af en toe sprong het me dan op m'n lijf. Dan ben je rustig in de tuin aan het werk en plotseling word je ijskoud. Alle haren op je rug zetten zich op. Dan gaat je fantasie met je op de loop, toch een spookachtig gevoel."

"Maar ik geef het hier niet op en ik heb gelukkig genoeg geestkracht om me te weren. Bovendien ontstaat er nu gelukkig een groep vrijwilligers, kunstenaars, die mij werk uit handen willen nemen. Daardoor krijg ik het minder druk op de borg en kan ik meer tijd steken in mijn werk als textiel-kunstenares. En in het koetshuis."

Dat Koetshuis naast de borg heeft zich dankzij haar inzet de afgelopen veertien jaar ontwikkeld tot een gerenommeerde expositie-ruimte. Aanvankelijk organiseerde ze de tentoonstellingen zelf maar sinds 1988 zorgt de stichting Expositieruimte Allersmaborg daar voor. Van medio maart tot omstreeks november worden er dan wisselende exposities gehouden. Er is werk te zien van het toenemende aantal kunstenaars dat zich de laatste jaren in het Reitdiep-dal in de vroegere gemeente Ezinge heeft gevestigd. Maar ook is er werk te zien van jonge Amerikaanse, Duitse of andere buitenlandse kunstenaars.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden