Met computers het leven in de arme wijk Ward 7 verbeteren

's Nachts elke film zien die je maar wenst. Op school een zoektocht houden in de grootste bibliotheek ter wereld. Het journaal van acht uur om negen uur bekijken. Deels kan het al, deels wordt het mogelijk. Dankzij de elektronische snelweg. Vooral in de VS wordt veel heil verwacht van deze highway: meer informatie, meer banen, meer winst, minder ongelijkheid. Vandaag deel twee in een serie: de arme wijken.

Met enige trots showt directeur William Peebles de computers die in het nieuwe onderkomen van de Marshall Heights Community Development Organization (MHCDO) staan. Zijn organisatie richt zich op het verbeteren van de levensomstandigheden in Ward 7. Draaiend op donaties van vrijwilligers en subsidies van de stedelijke autoriteiten, houdt de MHCDO zich bezig met het scheppen van banen, het bouwen van huizen en het aanbieden van allerlei sociale diensten. Taken die in Nederland meestal door een overheid worden uitgevoerd.

De computers moeten Ward 7 aansluiting geven op de elektronische snelweg. Bij dit speciale project zijn vijftig families betrokken. De kosten, anderhalf miljoen dollar, worden deels opgebracht door het ministerie van handel. Ook telefoonmaatschappij Atlantic Bell heeft een kleine bijdrage geleverd. Als de benodigde software er is, kan het project, dat volgens Peebles als een economische motor moet gaan fungeren, van start gaan.

Aansluiting op de computers van allerlei diensten is het eerste doel waarnaar Peebles en projectleider Elaine Mosley streven. Mosley: “Mensen met problemen weten vaak niet waar ze heen moeten. Als het netwerk gereed is, kunnen zij snel zien waar ze met bepaalde klachten naartoe moeten.”

Voor de verschillende diensten en hulpverlenende instanties is het netwerk ook een uitkomst, meent Mosley. “Nu maakt elke dienst een eigen dossier op van een klant of patiënt. Maar de diensten weten vaak niet of een klant ook bij andere instanties heeft aangeklopt. Door alle gegevens op het netwerk te zetten, kan de hulpverlening verbeteren.”

Peebles: “Door de organisaties op elkaar aan te sluiten, wordt het verlenen van hulp effectiever en dus goedkoper. Vervolgens kunnen de belastingen omlaag. Dat zou weer de uittocht van de middenklasse naar gebieden met lagere belastingen voorkomen.”

Zijn de diensten eenmaal aangesloten (van de veertig organisaties die in aanmerking komen, doen er inmiddels tien mee), dan begint fase twee. Mosley en Peebles willen in Ward 7 trainingen geven in het gebruik van computers. Juist in deze sector zal het aantal banen de komende jaren geweldig groeien, is de verwachting. Zijn de trainingen een succes dan gaat MHCDO voor de cursisten op zoek naar een baan. “We hebben al contacten met werkgevers”, zegt Peebles, die tot zijn teleurstelling wel moet erkennen dat de bedrijven van deze werkgevers allemaal buiten Ward 7 gevestigd zijn.

De doelen van Mosley en Peebles verschillen niet veel van de doelen die medewerker Steve Snow formuleert als hij een kantoortje van de Anita Stroud Foundation, een liefdadighedisinstelling in Charlotte (North Carolina), binnenloopt. Net als in Ward 7 wonen in deze buurt voornamelijk arme zwarten. De computers die in het kantoortje staan, werden een aantal jaren geleden geschonken door een bedrijf. Zij zijn bedoeld om mensen (beter) te leren lezen en hen te scholen in wiskunde. Ze hebben bovendien sinds kort een verbinding met Internet (het mondiale computernetwerk) en met Charlotte's Web, een mede door Snow opgezet netwerk dat overheid, universiteiten, ziekenhuizen, welzijnsinstellingen, een aantal bibliotheken en scholen in de staat North Carolina met elkaar verbindt.

Vanuit het kantoortje kunnen kinderen nu de catalogus van de bibliotheek napluizen en kunnen werklozen kijken of er een baan beschikbaar is. Kinderen kunnen er ook computerles krijgen van vrijwilligers. Staflid Geraldine Powe hoopt meer vrijwilligers te vinden voor de trainingen. Het geld daarvoor is nog een probleem.

Training, vrijwilligers, geld. Drie woorden, die ook Terry Grunwald voor in de mond heeft liggen. Grunwald is in North Carolina belast met het maken van plannen om organisaties, die niet op winst zijn gericht, aan te sluiten op de elektronische snelweg. Dat die snelweg veel goeds kan brengen, ook voor arme wijken en scholen, gelooft ze nog steeds. Maar het grenzeloze optimisme, dat vertegenwoordigers van overheid en bedrijfsleven uitstralen, deelt ze niet. Zij menen dat veel informatie plots voor iedereen toegankelijk zal zijn en dat eenieder, arm of rijk, daar voordeel van zal hebben. “Het is mooi als een organisatie toegang heeft tot de snelweg en de informatie die erop te vinden is. Maar toegang hebben, is niet het einde, zoals vaak wordt gedacht. Het is pas het begin.”

Tussen het begin en het gewenste einde zitten tal van barrières, heeft Grunwald ondervonden. De groepen die enthousiast met computers aan de slag gaan, vergeten vaak dat veel mensen computerangst hebben. “Die angst wordt versterkt, doordat er een groot verschil is tussen de techies en de beginners. Ze begrijpen elkaar gewoon niet.”

Het trainen van mensen lijkt daarvoor de geëigende oplossing. Maar ook die training wordt vaak onderschat. Grunwald: “Eén training met veel informatie werkt niet. Mensen gaan dan gedesillusioneerd naar huis. Vaak is er in een groep maar één iemand die getraind is. Gaat ie weg, dan zakt de boel in.De trainers die er zijn hebben geregeld vooroordelen: ze denken dat iedereen nieuwsgierig is naar alles wat er in de wijde wereld gebeurt. Maar in kleine gemeenschappen willen mensen vooral dingen uitwisselen met mensen die aan de andere kant van de wijk wonen.”

Nog is het lijstje met barrières niet volledig. Grunwald: “De kosten vormen een groot probleem. Hardware, software, de verbindingen, alles moet betaald worden. En dan is er de tijd: vrijwilligers-organisaties kunnen vaak simpelweg de tijd niet vrijmaken om aandacht te besteden aan computernetwerken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden