’Met China valt best te praten over gedragsregels in Afrika’

China en India gaan zich aan de spelregels van de Oeso houden bij hun hulp aan arme landen. Dat gelooft Richard Manning, voorzitter van het ontwikkelingscomité van de Oeso, de club van rijke landen.

Manning is het gezicht van de DAC, de ontwikkelingscommissie van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (Oeso). De 23 landen die lid zijn van de DAC houden bij elkaar in de gaten of ze afspraken over gedrag in ontwikkelingslanden nakomen. China en India, grote spelers op het veld van de ontwikkelingssamenwerking, zijn geen lid van de Oeso, dus ook niet van de DAC.

Vooral China is doelwit van kritiek van Oeso-landen. Het land zou het niet te nauw nemen bij de verwerving van olieconcessies in Afrika, met leningen aan de regio en met het dumpen van goederen op de kwetsbare Afrikaanse markten. De Oeso-leden vrezen dat beide opkomende machten hun eigen goede gedrag in Afrika teniet doen. Wereldbank-topman Wolfowitz riep China op niet dezelfde fouten in Afrika te maken als de rijke landen, zoals het geven van leningen aan landen die net een schuldenlastreductie hebben gekregen.

De toon van Manning is aanzienlijk minder dreigend. Manning, deze week in Nederland was voor een symposium over de Nederlandse ontwikkelingshulp, ziet bij China duidelijk een behoefte om af te stemmen. Een delegatie van 15 Chinese topambtenaren was afgelopen week in Europa voor overleg. „We hebben niet gekozen voor confrontatie. We praten met ze en gaan ze niet de les leren.”

Dat naast de Oeso met China een tweede dominante macht op het vlak van de ontwikkelingshulp is ontstaan, is volgens Manning historisch gezien geen unicum. Ten tijde van de Koude Oorlog waren zowel de VS als de Sovjet-Unie en China al actief in Afrika.

De optimistische houding van Manning lijkt te worden gelogenstraft door de ontwikkeling van Soedan. Wie kijkt naar de oliekaart van dat land ziet dat vrijwel alle rechten op de winning zijn vergeven aan Maleisische, Chinese en Indiase olieconcerns. Zij zijn kennelijk minder terughoudend dan westerse oliemaatschappijen. Het westen acht onderhandelen met de internationaal sterk bekritiseerde Soedanese regering ongepast.

Is Manning niet bang dat de corrigerende invloed van zijn comité wordt uitgehold door het Chinese of Indiase gedrag?

„Uiteindelijk hebben China en India er net als westerse olieconcerns baat bij dat er rust heerst in Soedan, dat er een wettelijke kader is en dat de overheid transparant is. Anders levert een recht op oliewinning ook niets op en zijn investeringen waardeloos.”

De Nederlandse minister van onwikkelingssamenwerking, Agnes van Ardenne, zegt het wel een goed idee te vinden als de Oeso-afdeling van Manning zich ontwikkelt tot „wereldwijde waakhond”. Van Aardenne: „Daar moeten we maar eens over praten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden