Met automatische orgaandonatie verandert donorschap in een morele plicht

Minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) brengt een bezoek aan de Donorroadshow in Den Haag. (archief, oktober 2010)Beeld ANP

Bij de invoering van automatische donorregistratie (ADR), zoals D66 bepleit, verschuift het donor zijn van een gift aan een ander naar een morele verplichting. De verandering van het huidige systeem is daarmee meer dan een subtiele aanpassing.

Eén verandering ligt in de aard van het keuzemoment. In het huidige systeem wordt gewerkt met een positief concept van keuze, terwijl het ADR een negatief keuzebegrip impliceert - grofweg een verschil tussen kiezen vóór en kiezen tegen.

Positieve keuze
Eén verandering ten opzichte van het huidige systeem, die op het eerste gezicht oogt als een subtiele verschuiving maar wellicht meer is dan dat, ligt in de aard van het keuzemoment. In het huidige systeem wordt gewerkt met een positief concept van keuze, terwijl het ADR een negatief keuzebegrip impliceert - grofweg een verschil tussen kiezen vóór en kiezen tegen.

Het verschil lijkt wellicht triviaal, het zijn immers allebei vormen van een autonome keuze, maar de ethische connotaties verschillen hemelsbreed. In het huidige systeem houdt het keuzemoment in dat een persoon besluit dat zijn organen ter beschikking gesteld mogen worden als een gift aan een ander, waarmee deze persoon zich solidair toont. Het is daarmee een keuze die wij als moreel lovenswaardig zien.

Moreel laakbaar
In het voorgestelde systeem is het keuzemoment er een waarin een persoon bepaalt zijn organen niet af te willen staan, een beslissing die lijkt te suggereren dat deze persoon egoïstisch handelt. Wat hiermee verandert is de betekenis van 'geen-donor-zijn'. In ons huidige systeem wordt geen donor zijn als moreel neutraal beoordeeld. Onder ADR wordt het niet ter beschikking stellen van organen moreel laakbaar. Met andere woorden: het doneren van een orgaan is niet langer een gift, maar eerder een morele verplichting.

Vrijblijvende gift
De auteurs van het voorstel tonen zich hiervan bewust. Ze schrijven dat het ontbreken van een morele afwijzing bij het geen-donor-zijn het donorschap tot een 'vrijblijvende gift' maakt en 'orgaandonatie als plicht is uiteraard minder vrijblijvend en vraagt van iedere burger een bijdrage aan een maatschappelijk probleem' (Memorie van Toelichting ADR).

Het probleem is dat het ADR geen bijdrage vraagt, maar een bijdrage aan een maatschappelijk probleem als morele verplichting oplegt, en het is niet zo vanzelfsprekend dat dit zomaar zou moeten kunnen.

Het probleem, of een deel daarvan, met het wetsvoorstel van D66 is de aanname dat burgers moreel verplicht zijn als persoon een bijdrage te leveren aan maatschappelijke problemen, terwijl dit precies is waar de discussie over zou moeten gaan. 'Is het doneren van een orgaan een gift of een verplichting?' is eigenlijk hetzelfde als vragen: 'Heb ik een morele verplichting mijn buurman actief te helpen - is het laakbaar als ik het niet doe - of is het bewonderenswaardig als ik hem help, maar niet per se laakbaar als ik om wat voor reden ook het verzaak?'.

Of in andere woorden: is solidariteit iets dat je kunt vragen, of iets dat je kunt verplichten? Het is niet vanzelfsprekend wat het antwoord op deze vragen zou moeten zijn, en daarom is het juist belangrijk dat ze worden besproken. In ieder geval moeten we oppassen het debat over orgaandonatie zodanig te polemiseren dat de fundamentele kwesties die het aansnijdt over het hoofd worden gezien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden