Met argumenten kom je er niet als het om religie gaat

interview | geloofsverdediging | Wetenschapper Hans van Stralen raakte gebiologeerd door de literaire apologeten die hij bestudeerde. Rationele argumenten voor geloven overtuigen hem niet. 'Maar ik verlang er wel naar iets te begrijpen wat mij overstijgt.'

Kerkvader Tertullianus vergeleek het hoofd van zijn tegenstander in zijn apologie (geloofsverdediging) met een pompoen, daar hij hem een leeghoofd vond. Hoewel de kerkvader, die rond 200 na Christus leefde, bekendstond als een licht ontvlambare man, waren dit soort aanvallen in de apologetische traditie van het vroege christendom niet ongewoon.

Hoe anders de dichterlijke geloofstaal van schrijver Willem-Jan Otten tegenwoordig, of het recente giechelend-God-zeggen van Stephan Sanders op deze pagina's, of zijn eerdere literaire correspondentie met Yvonne Zonderop in De Groene Amsterdammer - een concrete metafoor als de pompoen zou deze moderne, weifelende apologeten te aards zijn. Voor hen is geloven zoiets als geraakt worden.

Volgens literatuurwetenschapper en theoloog Hans van Stralen wint een nieuw apologetisch genre aan terrein: 'de literaire apologie'. In zijn gelijknamige boek onderzoekt hij dit fenomeen door literaire apologieën vanaf de negentiende eeuw naast vroegchristelijke, zoals de aanvallen van Tertullianus, te leggen. Het belangrijkste verschil: vroeger werd de inhoud van het geloof verdedigd, en nu, in de literaire apologie, vooral het recht om te geloven.

Waar vroege apologeten namens God hun geloof verdedigen tegenover een groep, spreken literaire apologeten alleen namens zichzelf en verdedigen zij hun individuele geloofsvisie op een persoonlijke en literaire manier. Hun tegenstander is minder concreet dan die van Tertullianus - literaire apologeten ageren tegen een samenleving die alleen maar rationeel mag zijn. Ook willen literaire apologeten hun lezers niet per se bekeren.

Hans van Stralen wacht op zijn kamer op de Universiteit Utrecht, waar hij doceert. De besnorde wetenschapper trekt zijn lange, beige jas aan, groet zijn collega en loopt de trap af. Op naar het dichtstbijzijnde café. Als hij zijn koffie voor zich heeft, waarschuwt hij de verslaggeefster. Hij kampt met 'aanvallen van enthousiasme' die hij omschrijft als 'een soort literaire verrukking'. Of de verslaggeefster hem, als het weer eens zover is, wil afremmen of onderbreken.

Wat maakt u zo enthousiast over literaire apologeten?

"Omdat ikzelf de sprong nooit heb kunnen maken, ben ik benieuwd naar hoe mensen gaan geloven en hoe ze dat geloof verdedigen. Misschien dat ik er dichterbij kom door literaire apologeten zoals Gerard Reve of Willem-Jan Otten te bestuderen. Als literatuurwetenschapper vind ik het ook interessant wat zij met hun taal doen. Traditionele apologeten - die zijn er ook nog steeds genoeg - zijn mij veel te saai om te lezen.

"Literaire apologeten worstelen met de taal en dat heeft mijn sympathie. Dichters zeggen nooit 'Ik hou van je', dat doen ze gewoon niet. Gelovigen kunnen ook niet alleen zeggen: 'Ik geloof in God', als ze hun geloof voelbaar willen maken. Ze kunnen het dichterbij brengen door het met literaire middelen te omschrijven. Ik begin religieuze mensen, tenminste degenen waarop ik val, steeds meer te zien als mensen met een poëtische blik."

Hoe komt het dat er meer 'literaire apologeten' zijn in deze tijd?

"Ten tijde van de Verlichting krijgen mensen het idee dat ze hun geloof opnieuw moeten verdedigen. Na 1500 jaar stilte zijn er ideeën, zoals die van Charles Darwin, die de hunne tegenspreken. Later, als de romantiek opkomt en er meer ruimte is voor ervaring en gevoel, verschijnen de eerste literaire apologieën. Nu is er een nog veel grotere druk op geloven dan rond die tijd; er wordt vijandiger op gereageerd. Gelovigen moeten steeds andere middelen naar boven trekken om geloofwaardig gevonden te worden. En misschien voelen mensen wel dat je niemand van het geloof kunt overtuigen met harde, rationele argumenten."

"De fout die veel traditionele apologeten maken, is dat zij meegaan in het verlichtingsvertoog. Ik vind religie een te specifiek fenomeen om het neer te zetten als een laboratoriumontdekking. Het is veel meer dan een aantal argumenten. Willem-Jan Otten heeft het erover dat je een heel traject af moet, dat niet door een ander nagevolgd kan worden."

Volgt u zo'n traject?

"Bekeringsverhalen fascineren me wel, ik lees ze enorm gretig. Over filosofen wordt gezegd dat zij geen antwoorden geven, maar vragen stellen. Daar kreeg ik zo'n tabak van. Ik wilde antwoorden, en die pretendeert de religie te geven. Voor mij nog geen bevredigende antwoorden, maar ik vind wat Reve of Kellendonk mij te vertellen hebben heel inspirerend. Wat mij erg aanspreekt in het christendom is dat iemand midden in een wereld waarin iedereen elkaar de hersens inslaat, zegt: 'Heb elkander lief'. Dat komt voor mijn gevoel historisch uit de lucht vallen - het raakt me."

Ervaart u zelf een soort terreur van het verlichtingsdenken?

"Ja. Op de Universiteit Utrecht krijg ik soms het idee dat ik me moet schamen, omdat ik me met religieuze zaken bezighoud. Ik hoop dat door mijn boek duidelijk wordt dat we ons niet hoeven te schamen voor religie, dat er best ruimte voor mag zijn. Ik heb meegemaakt hoe gelovige studenten werden afgebrand in de collegezaal. Die kregen te horen: 'Dat je nu nog gelooft! Na Darwin! Na Freud! Wat achterlijk!' Ik vind trouwens ook dat mensen zoals Dick Swaab of Richard Dawkins uit hun nek kletsen, omdat zij onvoldoende theologisch getraind zijn."

Er is eigenlijk enorme miscommunicatie tussen literaire apologeten en hun tegenstanders, die juist een natuurwetenschappelijke taal spreken.

Van Stralen veert op. "Nu zijn we er! Daarom vind ik die literair apologeten zo boeiend. Ze weigeren de taal van hun tegenstander te spreken. Dat doen de traditionele apologeten wel, en die zijn gewoon verloren! Met argumenten kom je er niet als het om religie gaat. Literaire apologeten snappen dat en begeven zich buiten het dominante verlichtingsvertoog. Zij weigeren gepakt te worden door die club."

Ze kunnen ook niet gepakt worden, want hun teksten zijn zo persoonlijk dat je er amper tegenin kunt gaan.

"Klopt. Met poëzie kun je het ook niet oneens zijn. Je kunt hoogstens zeggen: 'Het spreekt me niet aan, ik snap het niet'."

Wat hebben gelovige mensen nu eigenlijk aan literaire apologieën? Als ze toch zo individueel zijn en, zoals u schrijft: 'Niet deelnemen aan de dialoog, maar die trachten te overstijgen?' en 'Hun dichterlijke stem in een communicatief vacuüm blijft hangen?'

"Direct heb je er niets aan. Van poëzie kun je ook geen suiker of melk kopen. Ze kunnen wel heel erg inspireren. Ik denk dat literaire apologeten goed beseffen dat ze een heel bijzondere ervaring moeten uitleggen. Hun werk raakt me, omdat ze een individuele weg laten zien die ook mijn weg had kunnen zijn. Daar ben ik rijker van geworden."

Als ik Willem-Jan Otten lees, weet ik nog steeds niet wat hij nou gelooft. Is de literaire vorm van apologieën niet gewoon een manier om te zeggen: geloven gaat eigenlijk boven mijn pet?

"Ik denk dat Otten iets gelooft wat hij zelf niet onder woorden kan brengen. 'Poëzie hebben we gekregen om dingen uit te drukken die we niet begrijpen', schrijft hij. Otten begrijpt niet wat hem bezielt, maar hij wil er wel over praten - dat is een religieus fenomeen. Hij wil het delen, maar dat kan gewoon niet in een directe taal. Als ik wil uitleggen dat ik van mijn vrouw houd, maar dat voelbaar wil maken, moet ik heel andere registers opentrekken."

Van Stralen schatert en gooit zijn handen in de lucht: "Maar dat ga ik hier niet doen hoor..."

Wat heeft u geleerd van de literaire apologeten die u bestudeerde?

"Van zowel Reve, Kellendonk en Otten leerde ik dat religie vooral verlangen naar geloven is. Dat verlangen heb ik niet. Maar ik verlang er wel naar iets te begrijpen wat mij totaal overstijgt. Wij zijn in een kosmos geworpen die oneindig en ook tijdloos lijkt, en dat zijn twee dingen die totaal niet stroken met mijn lichaam.

"Het is de vraag of ik ooit zo ver als de literaire apologeten kom. Zij hebben er tot dusver nog niet voor gezorgd dat ik aan de overkant ben gekomen. Maar ik sluit niet uit dat ze het ooit voor elkaar gaan krijgen."

De literaire apologie - een alternatieve verdediging van het christendom; uitgeverij Garant; 164 blz.

Gerard Reve in 1969. Van Stralen: 'Van Reve, Frans Kellendonk en Willem-Jan Otten leerde ik dat religie vooral verlangen naar geloven is.' foto VINCENT MENTZEL, hh

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden