Met angst en beven terug naar Tikrit

Eerste burgers keren terug naar de heroverde stad. Ze weten niet wie ze meer moeten vrezen: IS of hun bevrijders.

Abdel Mowgood Hassan klautert over hopen bakstenen en een weggeblazen voordeur om het huis van zijn oom binnen te komen. Hij is de eerste van zijn familie die is teruggekeerd naar Tikrit, sinds Islamitische Staat daar na tien maanden bezetting werd verdreven. "Het is veilig", zegt hij kalm, "er liggen geen boobytraps".

Hassan is een van de burgers die dezer dagen weer durven terugkeren naar de geboortegrond van Saddam Hussein. De kust lijkt weer enigszins veilig, drie maanden nadat IS uit de stad is verdwenen. Op 1 april namen Iraakse troepen, gesteund door soennitische strijders, sjiitische milities en Amerikaanse luchtbombardementen, de stad in. Het was het grootste Iraakse succes tot dusver in de strijd tegen IS.

In Tikrit verloopt het herstel langzaam. Nu en dan klinkt nog een explosie, als agenten een bermbom tot ontploffing brengen die is achtergelaten door IS. Schoonmakers in oranje pakken vegen de straten en proberen de watervoorziening te herstellen.

Een lokale politiemacht heeft inmiddels de veiligheidstaken overgenomen van het leger, een transitiemodel dat de autoriteiten ook in andere bevrijde gebieden willen toepassen zodra de extremisten verdreven zijn. Politie patrouilleert weer in de straten, maar angst overheerst nog. De terugkerende soennitische burgers zijn bang voor de toekomst - bang voor de sjiitische milities die het leger hielpen bij de verovering van de stad, en evenzeer bang voor een terugkeer van IS.

Om te voorkomen dat IS-strijders in de stad infiltreren, controleren zwaarbewapende Iraakse politieagenten aan de rand van de stad de persoonsbewijzen van terugkeerders. Volgens een inlichtingenofficier zijn er de afgelopen dagen elf mensen gearresteerd op verdenking van IS-banden.

In een fel gekleurde tent ondergaan mannen, vrouwen en kinderen gelaten de uitputtende bureaucratische procedures. Sommigen komen voor het eerst terug na een jaar. En velen komen terug zoals ze ooit zijn vertrokken, met alleen maar wat kleren.

"We waren bang te vertrekken, en nu zijn we bang om terug te keren", zegt Samia Khadiyah, die met haar drie kinderen in de tent wacht terwijl haar man de papieren invult. "We weten niet meer voor wie we bang moeten zijn en wie we kunnen vertrouwen."

Eenmaal in Tikrit, treffen de terugkeerders hun stad aan in gradaties van vernieling. Het ene huis heeft hier en daar een kogelgat, terwijl andere in puin liggen, zoals de geblakerde resten laten zien van het provinciehuis. Sommige huizen liggen nog vol met explosieven, een laatste poging van de IS-strijders om de opmars van de Iraakse troepen te stoppen.

Even verontrustend voor de soennitische bewoners is dat sommige huizen vol leuzen zijn gekalkt. 'Veroveraars zullen overwinnen, vrede zij met de martelaren en imam Khomeini' staat er bijvoorbeeld, een verwijzing naar de voormalig geestelijk leider van Iran.

Volgens de Iraakse regering hebben alleen Irakezen gevochten bij Tikrit, maar zeker is dat er Iraanse adviseurs betrokken waren bij de inname van de stad. Zij werkten samen met de volksmilities met vooral sjiitische leden.

Voor Iraakse soennieten ligt dat gevoelig. Zij klagen dat ze gediscrimineerd worden, sinds de soenniet Saddam Hussein in 2003 door de Amerikaans-Britse invasie verdreven werd en er een sjiitische regering aan de macht kwam. Mensenrechtengroepen klagen dat sjiitische milities misdrijven plegen tegen soennitische burgers. En sommige inwoners van Tikrit geloven dat het deze milities zijn - de bevrijders dus - die hun huizen hebben leeggeroofd. "IS kwam nooit ons huis binnen, tenzij ze iemand kwamen arresteren", zegt bijvoorbeeld Bayda Anwar Shail, die haar huis volledig leeggeplunderd aantrof. "Het zijn de volksmilities. Die gaan huizen binnen zonder enig respect."

Maar Hassan weet het nog zo net niet. "Het zijn niet alleen de volksmilities. Zelfs onze eigen mensen, de politie, halen huizen leeg. Mijn eigen huis is zwaar beschadigd, en twee huizen in deze straat zijn geplunderd", zegt hij ook. "Maar Tikrit is mijn thuis en ik kon niet langer weg blijven."

Terwijl hij door het huis van zijn oom loopt, ontwijkt Hassan zorgvuldig glassplinters en rondslingerende kledingstukken en boeken in de woonkamer. Daar ligt, onbeschadigd, ook een wit T-shirt met het lachende hoofd van Saddam. Erop staat een spreuk uit de tijd dat de dictator nog aan de macht was, een tijd van een heel ander Irak, een Irak van heel lang geleden: 'Wat Saddam zegt, zegt Irak'.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden