Met alleen een orgel en een drumstel toert zZz de wereld rond

De verscholen woonboot in de vaart tussen Osdorp en Badhoevedorp is niet alleen de woonstek van Björn Ottenheim, maar ook de repetitieruimte van de Amsterdamse band zZz, die hij samen met Daan Schinkel vormt.

Achterin de boot staat een drumstel, iets dichterbij een elektronisch orgel zoals die in de jaren zeventig in vele huiskamers stonden. Tegenwoordig doen veel eigenaren hun Philicorda’s voor weinig geld van de hand –als ze al niet lang geleden zijn weggegooid– maar zZz struint juist boerderijen en pastorieën af om zoveel mogelijk orgeltjes op te kopen. Een voorraadje kan geen kwaad, want de instrumenten sneuvelen nog wel eens bij optredens of op reis. En zZz kan niet zonder: juist het orgel jaagt hun zwetende, overstuurde, psychedelische rocksongs op, met titels als ’Ecstasy’, ’Sweet Sex’ en ’House of Sin’. Als zZz repeteert zorgen zij voor de golfslag in de vaart.

Een drumstel en een orgel, het is een onwaarschijnlijke bezetting voor een band, maar inmiddels reist zZz de hele wereld over. Met de debuut-cd ’Sound of zZz’ in de koffer toerden ze deze zomer twee maanden door de VS. „Hoho, elf weken!”, verbetert de boomlange Ottenheim, wiens stevige schouderklop flink doordreunt.

Na een korte adempauze in Amsterdam –ze hadden eigenlijk alleen de haring gemist– speelden de twee dertigers alweer snel in Londen, vandaag reizen ze naar België voor het festival Pukkelpop en zaterdag staan ze op Lowlands in Biddinghuizen. Later dit jaar keren ze terug naar de VS en mogelijk komt er een optreden in China. De uitnodiging is al binnen, in welke stad ze verwacht worden ontschiet ze even.

Schinkel studeerde in 2000 af aan de Rietveld-academie in Amsterdam. Voor zijn eindexamen organiseerde hij voor zichzelf de ’verwezenlijking van een jeugddroom’: in een Porsche reisde hij op en neer naar Rome. Na zijn afstuderen ontstond er vanzelf een nieuwe droom: met een onmogelijk kleine band de wereld veroveren. „Waarom niet?”

De droom veranderde in een concreet plan toen Schinkel op een dag in een studentenboerderij bij Badhoevedorp zomaar op een oud orgel begon te spelen, terwijl Ottenheim zat te drummen. Het samenspel klonk meteen als iets nieuws. Schinkel had in zijn jeugd klassiek gitaar gespeeld, en wist wel wat van akkoorden, maar orgel speelde hij voor het eerst. Toch ontstond er op gevoel en met twee vingers een sensationele vibe.

Na vijf dagen hadden ze vijf nummers. Ottenheim kon onder al drummend ook wel zingen en met wat ruimte-effecten leek zijn stem wel op die van Jim Morrison van The Doors. Een bandnaam was er ook: zZz, wat klinkt als het gezoem van een bij, of als het einde van Jazz. Bij een optreden in Ekko in Utrecht, mei 2003, maakten ze als voorprogramma meer indruk dan hoofdact 80’s Matchbox B-Line Disaster, dat voor Pinkpop geboekt stond. ’s Nachts stelde label Excelsior per sms voor om samen plaatjes te maken. „Misschien zit het nog in mijn telefoon”, zegt Schinkel over dat historische bericht.

Optredens in Manchester en New York en opnames voor het Unsigned-project van het Popinstituut („technisch gezien kon het, we waren nog net niet getekend”) vertraagden de opnames van de debuut-cd, maar waren wel waardevolle ervaringen. Eenmaal in de studio met producer Henk Jonkers, net als zZz liefhebber van „spacey, sexy klanken”, was het zaak om tot de kern te komen. Daarvoor werd eerst uitbundig geëxperimenteerd.

Schinkel: „,Je kunt niet zomaar met een leuke orgelklank alle partijen erdoorheen jassen. Het ene nummer verdiende een glaziger klank, het andere moest vetter, of donkerder, of kleurrijker. We hebben ontzettend veel verzameld, voor sommige nummers wel tachtig opnamesporen vol. Daarna hebben we bij het mixen bijna alles weer weggeveegd totdat je weer echt twee personen hoorde, maar nu in opnames vol details.”

Ottenheim vergelijkt het opnameproces met het destillatieproces bij het stoken van whisky. „Juist wat vervliegt wil je vasthouden.”

In mei van dit jaar verscheen ’Sound of zZz’, niet alleen in Nederland maar ook in de VS, bij het platenlabel Howler Records. „Een Zeeuws meisje dat in New York bij een promotiebureau werkt, voor onder andere de White Stripes, zag ons van begin af aan zitten. Ze liet ons spelen op feestjes, en zo kwamen we via via bij dit label terecht.” Amerika zit niet te wachten op bands die dezelfde rockmuziek maken als Amerikaanse bands, denkt Ottenheim. „Ze hebben alles al in eigen land, ze hoeven niks te halen. Maar als je iets unieks maakt, willen ze best naar je luisteren.”

De Amerikaanse contacten waren een groot voordeel bij het toeren. „Zonder label valt het niet mee om aan een concertboeker te komen. Elke jonge Amerikaan die niet gaat sporten begint immers een band, er zijn er zoveel.” In het binnenland van de VS kijken ze op tegen bands uit New York, die vaak trendy zijn, helemaal met een Amsterdamse herkomst als extraatje. Het scheelt ook dat zZz er op collegeradio wordt gedraaid. „En als ze horen dat je in The Hustler staat, het blad van Larry Flint, willen ze je cd meteen hebben.” Tussen Dépêche Mode en Doves staat fier de recensie van zZz’s album. Ottenheim heeft het mannenblad als bewijs op tafel liggen.

Elf weken lang speelden ze er vrijwel elke avond. Vanaf club Maxwell’s te Hoboken slingerden ze dwars door het land om te eindigen in Tucson, Arizona. Ze merkten dat hun lichamen op dezelfde momenten behoefte kreeg aan feest, slaap of eten, en op hetzelfde moment geïrriteerd raakte. „Ik geloof dat we drie keer knebbel hebben gehad”, zegt Ottenheim. Dan was het een tijdje stil in de bus, op het getril van de twee orgels en het drumstel achterin na. Een indrukwekkend lage score, volgens collega-muzikanten. „Gewoonlijk sla je elkaar na een week de hersens in.”

Het optreden in Indianapolis was het indrukwekkendst. Het was middernacht, het betreffende festival liep op z’n eind. „De hele tent stond vol en bij de eerste klap begon iedereen te dansen. Eén stomende set”, zegt Ottenheim. „Daar doe je het allemaal voor, weet je wel...”

Onderweg zagen ze langzaam het publiek iets veranderen, maar een echte dwarsdoorsnede van de Amerikaanse bevolking kregen ze niet te zien. „Je reist van club 23 naar nummer 24, meestal een kilometer of zeshonderd over de snelweg. Bij de concertzaal zie je de mensen van de zaal, vaak relaxte rock-’n-roll-liefhebbers. Je tilt je spullen naar binnen, doet de soundcheck, gaat eten en geeft je show. Dan ga je zuipen, soms met ze mee naar huis, en de volgende dag begint alles opnieuw.”

Vreemde types zagen ze nauwelijks. Alleen op de schietbaan van Indianapolis zagen ze een eigenaardige man. Ottenheim: „Hij schoot alleen maar in de roos. Dat gat op zijn schietschijf werd steeds groter, en toen ik hem aansprak keek hij zo vreemd uit zijn ogen.” Schinkel: „Zijn pak, kapsel, bril, het was zonder twijfel een scherpschutter.” Ottenheim: „Een huurmoordenaar.”

Japan moet nog waanzinniger zijn, vermoedt Ottenheim. „Dat is ons einddoel.” Dat zijn vriendin Japans is, heeft daar weinig te maken. „Al in de eerste dagen dat we samen muziek maakten, wilde ik ermee naar Japan, toen kende ik haar nog niet. Japans publiek gaat vast helemaal uit z’n plaat.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden