’Met Afrika zakendoen geeft me een kick’

Rachel Tocklu:
Rachel Tocklu: "We doen niets voor niets. Dit is geen liefdadigheid." ( WERRY CRONE)

Ze doen mooi werk, dus ze gaan ze er helemaal voor. Mensen vertellen over hun passie en gedrevenheid. Vandaag ondernemer Rachel Tocklu.

Arlette Dwarkasing

De afspraak is zo laat mogelijk in de middag. Want Rachel Tocklu (44) had een deadline. De adrenaline spat van haar af als ze vertelt over het ’zuivelproject’ dat nu rond is en in 2011 leidt tot een bezoek van Keniaanse zakenlui aan Nederland. „Weet je dat er melkveehouders in Kenia zijn die soms melk weggooien?” Haar grote ogen puilen uit van verontwaardiging. „Omdat ze het op het platteland niet kunnen verwerken. Er zijn geen machines. Terwijl in de steden een enorme behoefte is aan melk. En kijk wat we op dat gebied aan technologie hebben in Nederland. We maken hier zoveel verschillende zuivelproducten. Waarom doen we dat niet ook in Afrika? Daar is een markt voor. Afrikanen willen ook gevarieerder eten.”

Tocklu heeft hoge verwachtingen van de bijeenkomsten. De Kenianen zullen Nederlandse melkveehouders en zuivelproducenten ontmoeten. Dat is haar werk: de juiste mensen zoeken en bij elkaar brengen. In Nederland en Oost-Afrika. Die contacten moeten leiden tot een duurzame relatie en de nodige investeringen. „Het moet een win/win-situatie zijn. Voor mij en de bedrijven die ik bij elkaar breng. We doen niets voor niks. Dit is geen liefdadigheid.”

Tocklu is directeur van Teampro. Ze adviseert en assisteert Nederlandse en Oost-Afrikaanse ondernemers die zaken met elkaar willen doen. In haar kantoor in het Rotterdamse World Trade Center heeft ze inmiddels vijf werknemers. In Addis Abeba (Ethiopië) en Nairobi (Kenia) werken nog eens drie mensen. „Ondernemers willen winst maken. Ik natuurlijk ook. Als ik een inspanning voor je lever, moet je me daarvoor betalen. Een zakenman begrijpt dat. Of het nou een Europeaan of een Afrikaan is.” Ze zegt het zakelijk en resoluut, maar het is overduidelijk dat haar werk meer voor haar betekent. „Ik noem het winst maken met een missie.”

Toen ze als zestienjarige vanuit het door burgeroorlogen geteisterde Ethiopië met haar ouders naar Nederland kwam, wist ze: „Ik wil later een goede baan, liefst bij een internationaal bedrijf, en veel geld verdienen”. Op de middelbare school werd haar geadviseerd een technische opleiding te volgen, want met zo’n diploma zou ze altijd werk vinden. „Ik was goed in wiskunde en geïnteresseerd in techniek. Ik was nieuwsgierig, wilde alles weten en begrijpen. Op school in Afrika wisten ook leraren soms de antwoorden op mijn vragen niet. Maar in Nederland was overal een antwoord op. Dat was spannend. Ik was een echte bèta-leerling en ben scheikunde gaan studeren.”

Tocklu vond snel werk. Ze werd milieuadviseur bij ingenieursbureau Tebodin en werkte later op de afdeling milieuveiligheid van chemieconcern Akzo Nobel. Daar gaf zij adviezen over productveiligheid aan verschillende internationale bedrijfsonderdelen. „Ondertussen hielp ik een vriend bij de evaluatie van een project van hem in Ethiopië. Ik ging er ook kijken en logeerde in een hotel in Addis Abeba waar veel Afrikaanse zakenmensen kwamen. Toen die eenmaal wisten dat ik uit Nederland kwam, vroegen ze mij van alles over de agrarische industrie en de tuinbouw hier. En of ik het een en ander voor ze kon regelen. Dat verbaasde me. Als je zaken wilt doen met Nederland pak je toch gewoon de telefoon, dacht ik.”

„Tot ik besefte hoe ver de continenten en culturen uit elkaar liggen. Toen ik als tiener uit Afrika vertrok was mijn wereld heel klein, vooral qua kennis. Nu was mijn kennis gegroeid. Ik had een enorme ontwikkeling doorgemaakt, terwijl in Afrika ontwikkelingen achterbleven. Opeens zag ik mijn rol. Ik ken beide culturen, ik kan mensen bij elkaar brengen zodat ook Afrika kan profiteren van technologische vernieuwingen. Het voelde ook als iets terug doen voor het land waar mijn roots liggen.”

Het zou een eenmalige actie zijn. Tocklu wilde lokale Ethiopische bedrijven bij mogelijke Nederlandse partners introduceren. Op een door haar georganiseerd seminar zouden zakenlui, ministers en ambtenaren elkaar kunnen ontmoeten. Ze verwachtte, in haar enthousiasme, dat het ministerie van buitenlandse zaken wel geïnteresseerd zou zijn en misschien wel financiële steun zou geven. „’Ethiopië?’, zeiden ze, ’dat heeft niet onze prioriteit.’ Ik snapte het wel. De meeste mensen kenden het land door grote inzamelingsacties uit de jaren tachtig met beelden van armoede en stervende kinderen. Er is nog altijd armoede, maar er zijn ook Afrikaanse ondernemers die vooruit willen. Zij vragen niet om ontwikkelingshulp, wel om technologische kennis en zakelijke contacten.”

Tocklu vroeg vervolgens bij het consulaat van Ethiopië een lijst op van Nederlandse bedrijven die ooit in het land zijn geweest. Elf van de vijftig vond ze bereid haar te ondersteunen. Daarmee trok ze Buitenlandse Zaken toch nog over de streep. „De Kamer van Koophandel stelde gratis een zaal ter beschikking. Uiteindelijk waren 120 mensen op het seminar, onder wie 34 van Ethiopische bedrijven. Het succes was boven verwachting, op televisie is er nog een programma aan gewijd.”

„Zo is Teampro geboren. Want die mensen wilden een vervolg. Later kwamen er vragen of ik ook zoiets met Oegandese zakenlui wilde doen. Terwijl ik het op dat moment erg naar mijn zin had bij Akzo Nobel dacht ik stiekem: dít is wat ik wil.”

Tocklu straalt als ze vertelt over twee ’inkomende handelsmissies’. Volgende week komen ondernemers uit Tanzania voor ontmoetingen met Nederlandse tuinbouwers. In november ontvangt ze ondernemers uit Oeganda en Rwanda, die ze in contact brengt met bedrijven die duurzame energie produceren.”Bij Akzo was ik een van de vele milieuadviseurs. Ik kon gemist worden. De impact van mijn werk nu is veel groter. Als ik een Nederlands bedrijf help een half miljoen in een Afrikaans bedrijf te investeren, denk ik aan al de mensen die daardoor werk krijgen en al die families die dan eten kunnen kopen. Ik ga vaak met Nederlandse ondernemers naar Afrika. Je ziet daar bedrijven ontstaan, je ziet werknemers aangenomen worden. Je ziet ook de groei na een aantal jaren. Dat is mooi. Dat ik daar op mijn manier aan bijdraag, dat geeft een kick.”

Nederland zou meer gebruik moeten maken van de talenten van mensen uit andere culturen, vindt ze. „In Rotterdam hebben we 166 verschillende nationaliteiten. Wat zouden die kunnen betekenen voor de handel? Dat moet gestimuleerd worden. Met mijn werk help ik niet alleen Afrikaanse bedrijven, ook de Nederlandse economie. Nederland is geen productieland, ik laat ondernemers de mogelijkheden van Afrika zien.”

„Maar niet tegen iedere prijs. Met bedrijven die mileuvervuilend produceren of waarvan ik vermoed dat ze misbruik zullen maken van arbeidskrachten ga ik niet in zee. Ik ga voor succes, maar niet ten koste van Afrika.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden