Mes

Vorige week vertelde ik over de stok waarmee Johan van Oldenbarnevelt het schavot besteeg, de kist waarin Hugo de Groot uit zijn gevangenis ontsnapte en andere voorwerpen uit de Nederlandse geschiedenis die eeuwenlang als relieken zijn vereerd. Uitzonderlijk is dat verschijnsel niet. Iedereen bezit wel voorwerpen die hij koestert als iets heiligs, voorwerpen die belangrijke feiten markeren of dierbare herinneringen oproepen, voorwerpen die een ander onbenullig mogen toeschijnen, maar die voor hem diepe betekenis hebben.

Zo koester ik al jarenlang een voorwerp dat mijn vader me kort voor zijn dood heeft gegeven. Het is het mes waarmee hij in 1945 uit het concentratiekamp naar huis terugkeerde. Hij heeft het ginds in het geheim gemaakt van een stuk staal dat hij achterover wist te drukken. Maandenlang heeft hij er 's nachts, liggend op zijn brits, aan gewerkt. Zoals de Neanderthalers vuistbijlen kerfden uit steen, zo schraapte mijn vader het staal. Op die primitieve wijze ontstond een verbluffend elegant mes van 22 centimeter lengte. Het heft is dof, maar het vlijmscherpe lemmet fonkelt. Het is het mes van een man die niet met zich liet spotten, een man die geen slaaf wilde blijven, een man die vastbesloten was voor zijn leven te vechten. Toen hij het had voltooid, droeg hij het steeds bij zich. Hij verborg het onder zijn oksel. Dat deed hij heel behendig. Dagelijks werd hij door SS'ers of door hun Oekraiense helpers gefouilleerd, maar ze hebben het mes niet ontdekt.

Aan het mes kleeft geen bloed. Het heeft nooit zelf gedood, maar het is wel in de nabijheid geweest van vele duizenden doden. Bij de juiste lichtval kun je die in het staal weerspiegeld zien. Als je lang genoeg blijft kijken, trekken alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in het lemmet van het mes voorbij: soldaten en burgers, een heerschare van schimmen, verhangen of verhongerd, bevroren of vergast, door het hoofd of in de rug geschoten, onder vallend puin bedolven of door vuur verteerd, van de stranden van Normandië tot aan de voet van de Oeral, van Dresden tot Hiroshima.

Na de terugkeer van mijn vader werd het mes weggeborgen in een la. Daaruit haalde hij het alleen tevoorschijn, wanneer hij een boek had aangeschaft. Destijds werden er nog 'gesloten boeken' verkocht. Toegang tot zulke boeken moest je je verschaffen door de pagina's open te snijden, katern na katern. Het mes van mijn vader bleek hiervoor bij uitstek geschikt te zijn. Nog zie ik hem gebogen staan over zo'n boek, in gespannen concentratie, als een chirurg over een patiënt. Nog zie ik het lemmet blinken. En nog hoor ik het dorre geluid van scheurend papier.

Zo werd het wapen dat gemaakt was om SS'ers de keel af te snijden ten slotte een instrument in dienst van de schone letteren. Een overwinning voor het pacifisme? In zekere zin wel. Het mes is inderdaad nutteloos geweest. Het heeft mijn vader nergens van gered, noch van zijn vijanden, noch van hun verschrikkingen. Mes of geen mes, hij is altijd in hun macht gebleven. Tot het eind van zijn leven hebben ze hem achtervolgd.

Maar dat zijn sentimentele overwegingen waarmee ik, onsentimenteel als ik ben, weinig kan beginnen. Het gaat mij niet om het mes. Het gaat mij om de gedachte die aan het mes is voorafgegaan. Het gaat me om het moment waarop een halfnaakte man, uitgeput en hongerig en overdekt met luizen, die voortdurend met de dood werd bedreigd, het besluit nam dat hij niet zou sterven. Dat moment is de kern van het verhaal. Het mes is er alleen maar een bijverschijnsel van. Wanneer ik met huiverende eerbied mijn vingers beweeg over het koele staal, heilig ik daarmee niet het mes. Ik heilig het beslissende moment, het moment waarop de geschiedenis mij voorzag van een vader.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden