'Mesdag' als museum van een museum

Op 10 oktober gaat het 'Museum Mesdag' aan de Haagse Laan van Meerdervoort 7 F open.

Die naamsverwarring heeft bij het museum niet tot meer bezoek geleid. Terwijl het Panorama jaarlijks 180 000 bezoekers trekt, kreeg het museum niet meer dan 10 tot 12 000 bezoekers. Dat is hetzelfde aantal als het Van Goghmuseum in een weekeinde met een belangrijke tentoonstelling trekt, zo weten ze in Amsterdam.

Maar de kans is groot dat Museum Mesdag dit seizoen meer bezoek gaat krijgen. Want museum en het naast gelegen woonhuis zijn in de afgelopen jaren opgeknapt en worden binnenkort 'in stijl' opgeleverd. Vanaf 10 oktober, als staatssecretaris Nuis een openingswoord heeft gesproken, kan het publiek er terecht. Om de collectie van ruim 350 schilderijen en zo'n 700 objecten van kunstnijverheid te bekijken, die samen de volledige museale verzameling van Hendrik Willem Mesdag omvatten, maar ook om het woonhuis, dat driekwart eeuw in vreemde handen was en dus voor het publiek gesloten en het gereconstrueerde atelier van de schilder te zien.

Meer nog dan het museum zal de woning van de schilder de bezoeker de ogen openen voor het feit hoe een kunstenaar in de negentiende eeuw leefde. Voor het publiek toegankelijke kunstenaarswoningen zijn er in Nederland niet veel, in tegenstelling tot landen als Frankrijk en Engeland waar de erfenis van zo wat elke lokale bekendheid wordt gekoesterd.

In het geval van Mesdag is zijn woonhuis de betiteling van monument waardig. Want Mesdag was behalve (bekend) schilder èn kunstverzamelaar ook groot liefhebber van toegepaste kunst. Die stond in zijn tijd, toen de Art Nouveau in zwang was, op een hoog niveau. Eén ontwerper sprong er in Mesdags ogen uit. Dat was Th. Colenbrander (1841-1930) die met zijn porselein en tapijten een van de belangrijkste Nederlandse ontwerpers was. Mesdag verzamelde het werk van Colenbrander met grote overtuiging, hij moet meer dan honderd objecten, waar onder vazen en tapijten, van zijn favoriete ontwerper hebben aangekocht. Er komt in het woonhuis van Mesdag een aparte Colenbrander-zaal die geheel naar zijn ontwerpen wordt ingericht. Die ontwerpen zijn onlangs in het Stedelijk Museum in Amsterdam opgediept, zoals de tapijten onder het duin van het Panorama zijn gevonden.

'Museum Mesdag' bezat een bijzondere sfeer. Die moet terugkomen, sterker nog, het gebouw moet atmosfeer uitstralen. 'Mesdag' is een 'museum van een museum' en op dat punt alleen vergelijkbaar met Teylers in Haarlem. Is Teylers het oudste (want al meer dan twee eeuwen geleden gesticht) museum van Nederland, Mesdag is het oudste particuliere museum in Nederland. Aan de hand van negentiende eeuwse foto's wordt het museum momenteel in oude staat teruggebracht. Dat betekent ook dat de schilderijen op zo'n negentiende eeuwse manier worden getoond, dat wil zeggen in lange en hoge rijen en onder daglichtcondities. Alleen de luchtbehandeling is een stuk beter dan honderd jaar, maar Mesdags schilderijen moeten dan ook goed geconserveerd worden. Het Van Goghmuseum had er een dagtaak aan: ze zijn in de afgelopen tijd allemaal schoongemaakt, en voor zover dat noodzakelijk was gerestaureerd en opgeknapt.

Het museumgebouw werd in 1887 op last van de zeeschilder neergezet. Zes jaar daarvoor, in 1881 had Hendrik Mesdag zijn woonhuis laten bouwen aan de rand van de stad, op de grens van een woest duingebied. Daar schilderde hij niet alleen voorstellingen van de zee en de schepen, hij collectionneerde er ook naar hartelust. Mesdag had grote belangstelling voor het werk van zijn collega's en de bronnen waar zij uit putten. De verzameling is dan ook een echte schilderscollectie, met veel schetsen en ander bronnenmateriaal. In het bijzonder de School van Barbizon met schilders als Millet, Corot, Daubigny had de voorkeur. Maar ook meesters als Mancini, Alma Tadema, Allebé en de broers Maris heeft Mesdag ruimschoots aangekocht.

In enkele jaren tijds werd de verzameling zo groot dat Mesdag besloot om zijn woonhuis van een annex te voorzien waar de werken permanent te zien zouden zijn. Van het naburige Vredespaleis werd een stuk grond gekocht, waarop een gebouw werd neergezet in dezelfde, nogal anonieme stijl als het woonhuis. Wie interesse voor de verzameling had, kon aanbellen. Dat kon alleen op zondagmiddag, dan deed de schilder zelf open en ging hij de bezoeker voor op zijn tocht door de collectie.

Mesdag moet een bijzonder mens zijn geweest. Dat vindt ook Fred Leenman, conservator schilderkunst van het Van Goghmuseum en conservator van het Mesdag Museum dat straks vanuit Amsterdam zal worden geleid. “Mesdag was een geweldige organisator. Een dominant figuur die een schildersgroep om zich heen zocht en daar veel invloed op uit oefende. Ik zie hem als een zakenman-kunstenaar die met niet aflatende ijver en een enorme geldingsdrang bezig was. Of hij een aangenaam mens was? Ik denk het niet. Hij had een redelijk talent, was zeker geen groot schilder. Maar hij besefte zelf dat hij geen toptalent was, hij had echt een grote zelfkennis. En wat je dan altijd ziet als iemand geen natuurtalent is, die compenseert zijn gebrek door anderen te laten doen wat hij zelf niet kan. Daar was Mesdag een meester in. Daarom heeft hij ook zoveel werk van anderen verzameld.”

Mesdag, zo stelt Leenman, had een voor zijn tijd uitzonderlijke smaak. “De School van Barbizon was in die tijd in Nederland nog nauwelijks geaccepteerd. Mesdags verzameling werd door velen 'moeilijk' gevonden. Mesdag zelf hield niet van de impressionisten. Hij was afkerig van hun kleurstelling. Je merkt in alles dat Mesdag hield van donkerbruin en de impressionisten waren veel schriller. Daubigny, van wie Mesdag 25 schilderijen in de collectie had, was zo'n echte bruine schilder. Hij hield van de schilders die hij in zijn jeugd had leren kennen. Millet en Courbet, dat was de moderne kunst voor hem. Daar hield hij met chronische hardnekkigheid aan vast.”

Jammer is wel dat de schilderijen uit Mesdags privébezit, die hij dus in zijn woning hield, straks niet getoond kunnen worden. Ze zijn na zijn dood onder de veilinghamer terechtgekomen en in de Verenigde Staten verkocht. Een heel enkele keer komt er nog wel eens een schilderij dat destijds werd geveild, weer op de markt. Het Van Goghmuseum heeft er dan zeker belangstelling voor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden