Meriam uit Soedan is vrijgesproken, maar niet veilig

Meriam Ibrahim en haar echtgenoot Daniel Wani. Beeld Gabriel Wani

Zonder de massale verontwaardiging in het westen zat Meriam Ibrahim waarschijnlijk nog in haar dodencel. Deze week kwam de Soedanese christenvrouw vrij, maar ze loopt in eigen land nog steeds gevaar.

Organisaties als Amnesty International slaakten deze week een zucht van verlichting toen een rechtbank Ibrahims doodstraf maandag nietig verklaarde. De 27-jarige werd vorige maand veroordeeld tot de strop en 100 zweepslagen omdat ze zich schuldig gemaakt zou hebben aan afvalligheid.

Ibrahim werd naar eigen zeggen vanaf haar zesde levensjaar - na het vertrek van haar vader - christelijk opgevoed door haar moeder. Formeel stond ze geregistreerd als moslim. In de rechtbank weigerde ze haar christelijke geloof af te zweren. Ze was toen hoogzwanger; later beviel ze met geketende handen in haar cel.

Vrijgelaten, opgepakt, vrijgelaten
Maandag bleek al direct dat vrijlating in Soedan geen garantie is op een onbezorgde toekomst. Binnen 24 uur werden zij en haar echtgenoot opnieuw opgepakt, ditmaal door een gezelschap van 40 agenten en leden van de veiligheidsdienst. De aanklacht: vervalsing van reisdocumenten. Ibrahim bevond zich op dat moment op een vliegveld in de hoofdstad, omdat ze zo snel mogelijk naar de Verenigde Staten wilde reizen. Haar man heeft de Amerikaanse nationaliteit en samen hebben ze twee kinderen.

Wat er daarna precies gebeurde is onbekend, maar het heeft er alle schijn van dat de Soedanese autoriteiten bogen voor westerse druk. Dat deden ze bij de nietigverklaring waarschijnlijk ook. Donderdag werd ze opnieuw vrijgesproken. Waarom er voor een paspoortkwestie 40 man moest uitrukken blijft een raadsel. Inmiddels schuilt ze in de Amerikaanse ambassade.

Niet alleen de rechter is een bedreiging
In ieder geval was Ibrahims beslissing om het land te ontvluchten erg verstandig. Zaken als deze maken ook in eigen land veel los, dus de kans dat een willekeurige Soedanees haar eigenhandig van het leven zou beroven is reëel. In Pakistan, waar aanklachten van blasfemie en afvalligheid bijna aan de orde van de dag zijn, worden vrijgesproken verdachten regelmatig aangevallen door verhitte landgenoten.

Een van de meest gruwelijke voorbeelden daarvan is de zwangere Farzana Parveen (25), die eind vorige maand werd doodgeslagen door ruim 20 familieleden. Parveen was op weg naar een rechtbank om te verklaren dat ze wel degelijk uit vrije wil was getrouwd. De steniging vond plaats vóór de rechtbank; niemand greep in.

Het Pakistaanse meisje Rimsha Masih (14) vluchtte twee jaar geleden na haar vrijlating naar Canada. Een rechter had de aanklacht tegen haar (dat ze een Koran had verbrand) ongegrond verklaard, maar de spanningen waren in haar woonplaats zo hoog opgelopen dat ze zich niet veilig voelde.

We hebben altijd de shariawetten nog
Zulke eigenrichting komt in Soedan minder vaak voor, al zijn christenen er wel regelmatig het doelwit van islamitische extremisten. Maar zelfs wanneer de Soedanese Ibrahim van haar landgenoten niets te vrezen heeft, loopt ze het risico dat de autoriteiten haar opnieuw in de kraag grijpen. De kans is groot dat sommige Soedanese gezagsdragers gekrenkt zijn door de internationale druk.

'Soedan kent twee parallelle systemen: shariawetgeving en civiele wetgeving', vertelt Chrisantus Ndaga van de Episcopale Kerk in Oost Afrika aan persbureau Religion News Service. Met andere woorden: als het civiele rechtssysteem geen aanleiding biedt voor een arrestatie, dan zijn er altijd nog de shariawetten. Andere Soedanese geestelijken wilden trouwens geen commentaar geven aan het persbureau. Te riskant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden