MERCE CUNNINGHAM, L'APRES-MIDI D'UN FAUNE Techniek als methode om emoties buiten de dans te houden

Cunningham Dance Company: 'Ocean' Muziektheater, Amsterdam, 27 t/m 30/6; 29/6 is er een openbare repetitie, aanvang 14 uur; 26/6 zendt Kunstkanaal Amsterdam de documentaire 'Cage-Cunningham' (1991) van Elliot Caplan uit, een fenomenaal dubbelportret met unieke beelden.

Honderdtweeëntwintig musici spelen live diens 'Ocean', vijftien dansers voeren de gelijknamige choreografie 'en rond' uit. 'Ocean' werd een machtig en poëtisch opus: zuiver als kristal, stralend als de zon, helder als water. Deze produktie doet volledig vergeten dat Cunningham zijn dans nog altijd droogjes formuleert als 'bewegingen in tijd en ruimte'.

Bij de première in Brussel zit de choreograaf onopvallend terzijde van de componisten David Tudor en Andrew Culver, die frontaal achter de knoppen zitten. De choreograaf maakt tijdens de voorstelling aantekeningen. In tegenstelling tot de Lieve Heer heeft hij de mogelijkheid achteraf wat aan zijn schepping te sleutelen. Aan de structuur zal hij niets veranderen, aan details wellicht wel: kan een moment langer vastgehouden worden, moet een lijn scherper?

Met nuchtere blik beziet de 75-jarige choreograaf zijn jonge dansers, die in de arena onmogelijk moeilijke bewegingen uitvoeren. Bloed, zweet en tranen kosten deze 'movements in time and space'. Sinds de choreograaf in de jaren zestig dit credo formuleerde, werd zijn danstaal er niet simpeler op. Sommigen verwijten hem nu zelfs 'classicisme'. Dat moet in de oren van deze revolutionaire dansvernieuwer als een vloek klinken. Het is ook onjuist, hooguit is zijn danstaal verfijnd. Weinigen bleven hun principes meer trouw dan deze Amerikaanse choreograaf, die de moderne dans halverwege de eeuw een nieuwe wending gaf.

Na in zijn jonge jaren gedanst te hebben bij de groep van Martha Graham brak Cunningham als choreograaf in de jaren veertig volledig met de psychologische benadering van deze moderne choreografe. Tegenover haar dramatische stijl wilde hij een neutrale stijl stellen, wat hem meer dan gelukt is. Zijn objectieve, anti-emotionele dans bood in de jaren zestig op zijn beurt perspectief aan een nieuwe generatie. 'De vader van de postmoderne dans', zoals Cunningham wel wordt genoemd, continueerde zijn levenswerk tot op de dag van vandaag, met blijvend succes. Zelf dansen doet hij niet meer, de pijn in zijn kromgetrokken benen en voeten is te erg geworden. Het applaus nemen is zijn enige performance.

Doorslaggevend

Er is veel gefilosofeerd over de vraag hoe Cunningham ertoe kwam de dans niet alleen los te snijden van een literair-psychologische achtergrond, maar ook van de muziek. In dat verband was zijn ontmoeting met de componist John Cage doorslaggevend. Cunningham ontmoette hem, toen hij nog op school zat en Cage daar compositielessen gaf. In 1942 werkten ze voor het eerst samen; die samenwerking zou tot Cages dood in 1992 standhouden.

Cage huldigde de revolutionaire opvatting dat elk geluid in principe muziek is, mits als zodanig opgevat. Aanvankelijk bewerkte hij piano's met allerhande voorwerpen, later verving hij de traditionele instrumenten door elektronica. Cunningham vertaalde Cages opvatting naar de dans. In principe, zei hij, was elke beweging een dansbeweging. 'How to pass, kick, fall and run', heet een choreografie uit 1968, maar al in 1952 gebruikte hij alledaagse bewegingen. Die conceptuele benadering, mede geïnspireerd door ideeen van de een generatie oudere beeldend kunstenaar Marcel Duchamp, gaf Cunninghams dans in de jaren vijftig een experimenteel aanzien. In een hip beschilderde Volkswagenbus trok Cunningham plus aanhang door het land, met als voornaamste bagage: ideeën. Ook het recyclen van dansmateriaal stamt uit die tijd. De voorstellingen werden unieke presentaties, events, die vaker in musea of in de open lucht plaatsvonden dan in nette theaterzalen.

In zijn zoektocht om de dans te bevrijden van emotie en van betekenis, omarmde Cunningham nog iets anders: Cages chance operations. Deze op kansprincipes gebaseerde methode paste hij toe op zijn dans. Volgorde en ook duur van in de studio gecreëerde dansfrases werden pas bij de première bepaald, door een dobbelsteen op te gooien, tarot-kaarten te leggen of door het raadplegen van Chinese wijsgerige boeken. Dat laatste op instigatie van Cage, die beïnvloed was door het Zen-boeddhisme. Zodoende werd de dans volledig via het toeval geconstrueerd. Maar het meest radicaal was nog wel dat Cunningham en Cage elke relatie tussen muziek en dans doorsneden en daarmee de dans autonoom verklaarden. Muziek en dans werden (en worden) onafhankelijk van elkaar gecreëerd. Er werden alleen wat summiere afspraken over de lengte gemaakt en over de datum van de première.

Die is daarom altijd een happening: dan pas worden geluid en beweging bij elkaar gevoegd. Die strikte autonomie van muziek en dans is exclusief voor de aanpak van Cage en Cunningham. De diepere bedoeling erachter was opnieuw te voorkomen dat er een betekenis in de dans zou sluipen. Muziek is wel altijd een pregnant onderdeel, want steeds in een of andere vorm live aanwezig, zoals nu in 'Ocean'.

Een ander facet dat Cunninghams stijl typeert, is hoe hij met ruimte omgaat. Hij verwierp de conventionele manier, bij hem is er géén front of één centraal punt waar alles naar wijst. Evenmin hecht hij waarde aan een bepaalde plek op het podium zelf, zoals in de moderne dans soms gebeurt: elk punt in de ruimte is voor hem even belangrijk. Dat geldt ook voor het lichaam: het hoofd is net zo belangrijk als de voeten. Het idee van het gelijk actief zijn van de verschillende centra valt te herleiden tot het Zen-boeddhisme. Maar Cunningham zelf zegt dat hij die ideeën al had en daarin werd bevestigd door een uitspraak van niemand minder dan Albert Einstein, die stelde 'dat er geen vaste punten in de ruimte zijn'. Een hele opluchting.

Beïnvloed door de democratische geest van de jaren zestig wenste Cunningham ook geen hiërachie in zijn groep aan te brengen: geen solisten. Dat is discutabel, omdat hij niet alleen mentaal, maar ook technisch altijd veel eist van zijn dansers. Er zijn wel degelijk dansers aan te wijzen die prominente (dans)rollen vervulden. Nu werkt hij inderdaad met een ploeg jonge dansers die zich nog moeten profileren als echte Cunningham-dansers.

Wat Cunningham wel van Graham meenam, was zijn interesse in een verbinding tussen dans en beeldende kunst. Hij werd hierin gestimuleerd door Cage, die in een vroeg stadium contacten legde met beeldend kunstenaars. Samen wisten zij gerenommeerde beeldend kunstenaars als Robert Rauschenberg en Jasper Johns bij de groep te betrekken. Die vroege dansstukken zijn volgestouwd met allerhande objecten, die net als de muziek een eigen leven leiden en toch vanuit een verwant idee zijn gemaakt. Het beeldende aandeel zou dezelfde weg gaan als de muziek eerder had gedaan. De plastieken en objecten werden vervangen door elektronica: monitoren waarop simultaan films en later video's te zien waren. Kunstenaars als Charles Atlas en Elliot Caplan verbonden zich met Cunningham, waarmee deze ook een echte pionier werd op het gebied van multi-media.

Cunningham is altijd met zijn tijd meegegaan. Techniek is een andere manier om emoties buiten de dans te houden. Recent werd in Amerika aan een universiteit een computerprogramma ontwikkeld, Life-forms, waarmee je op synthetische wijze dans kunt creëren. Het is nu mogelijk op puur analytische wijze te zoeken naar bewegingen zonder bij voorbaat 'gestoord' te worden door lastige anatomische beperkingen, een knie die maar naar één kant knikt bijvoorbeeld.

Op zijn oude dag heeft Cunningham zijn procedure dus nog eens flink veranderd, met schitterend resultaat overigens.

Er is wel gesuggereerd dat John Cage de meest radicale en invloedrijke van de twee was. Ongetwijfeld was hij de meest intellectuele en ook literair ingestelde kunstenaar, een anarchist met een grote dosis humor. Cunningham is toch de sensitieve choreograaf die in weerwil van zijn streven naar pure objectiviteit in de dans een heel persoonlijk idioom ontwierp, dat pure schoonheid niet uitsloot. Wie filmopnames bekijkt uit 1944, ziet een faune-achtig bewegende man: zijn slungelarmen maken grillige bewegingen, zijn ranke torso wendt zich rusteloos alle kanten op, de blik dynamisch en open. Het talent was er, dat voel je, de nieuwsgierigheid was er ook, dat zie je. Dat zo iemand ongehinderd alles heeft kunnen ontplooien wat erin zat, was dat nou ook toeval?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden