Mentaliteitsverandering

Deze zomer publiceert Letter & Geest historische documenten uit de jaren zestig en zeventig. Met o.a. Karel van het Reve, Abel Herzberg, Jacques de Kadt en Joke Kool-Smit. Vandaag Hans Achterhuis, die in 1973 schreef over de 2500 actiegroepen 'die alle proberen de Nederlandse bevolking rijp te maken voor een mondiale vredespolitiek': 'Door inzamelingen, festiviteiten, acties op de scholen hoopte men de benodigde 45 000 gulden bijeen te brengen. Godfried Bomans hield een causerie en verder traden een goochelaar, een beatgroep en de Pijnackerse boerenkapel op.

Door allerlei groeperingen wordt binnen de welvarende maatschappijen hard gewerkt om de bevolking te betrekken bij de vraagstukken van wereldarmoede, bewapeningswedloop en schending van de mensenrechten. Geschat wordt dat er in ons land zo'n 2500 actiegroepen aan het werk zijn, die alle proberen de Nederlandse bevolking rijp te maken voor een mondiale vredespolitiek.

Het verschijnsel actiegroep is nog maar recent, de meeste groepen zijn gedurende de laatste vijf jaar ontstaan. Vandaar dat er nog weinig gezegd kan worden over de resultaten die de groepen met hun arbeid hebben bereikt. De paar evaluaties die van de activiteiten van bepaalde groepen bekend zijn, geven echter weinig reden tot optimisme. Een door het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) opgezet onderzoek naar de effectiviteit van de inspanningen van enige actiegroepen, laat zien dat deze voornamelijk voor eigen parochie preken. Uit dit onderzoek wordt duidelijk dat zowel de actiegroepen als degenen die hun acties 'ondergaan', niet bepaald doorsnee-Nederlanders zijn. Merendeels zijn het zeer kerkelijke en kerkse mensen met een hoog opleidingsniveau die een uitgesproken voorkeur voor de kleine progressieve partijen hebben. Alleen dit al illustreert dat de vredesgroepen met al hun activiteiten de massa nauwelijks bereiken.

Eén van de weinige evaluaties over één concrete groep, de 'Werkgroep Ontwikkelingssamenwerking Wandelbos' (WOW) uit Tilburg, concludeert dat het belangrijkste dat in twee jaar actievoeren bereikt werd, hieruit bestaat dat 'er een vrij gedegen basisgroep ontstaan is'. Dit is dan het resultaat van maar liefst 42 goed voorbereide activiteiten van een groep die qua continuïteit, actievormen en kennisniveau toch waarschijnlijk wel boven de meeste plaatselijke vredesgroepen uitsteekt. Een andere evaluatie van 28 mondiale actiegroepen, waarschuwt ervoor de invloed van deze groepen op de Nederlandse bevolking niet gelijk te stellen aan de grote publiciteit die hun activiteiten krijgen. Want 'pers, radio en televisie zijn bepaald wel in beweging te krijgen. Het probleem ligt bij de grote massa van de bevolking'.

Niet alleen de actiegroepen proberen, opererend vanaf de basis, de Nederlandse bevolking 'om te turnen'. Van overheidswege wordt hieraan ook het nodige gedaan. De 'Nationale Commissie Ontwikkelingsstrategie 1970-1980' wil onder voorzitterschap van prins Claus het hele volk betrekken bij de inspanningen van het tweede ontwikkelingsdecennium van de Verenigde Naties. Een essentieel onderdeel van de VN-strategie is namelijk 'het mobiliseren van de publieke opinie en de nationale instellingen in de ontwikkelde landen'.

Bij deze grootse aanpak, zowel vanaf de basis als vanuit de regering, blijft de geringe effectiviteit van de verschillende acties die tot op heden geëvalueerd zijn, 'zeer verontrustend. Want één ding staat vast. Gezien de toenemende spanning tussen wat gebeurt in de wereld en wat zou moeten gebeuren – moet vastgesteld worden dat de vredesactie op het ogenblik volstrekt ontoereikend is, iwalitatief en kwanitatief'(prof. B.V.A. Röling in zijn voorwoord bij 'Vrede en wat doe ik').

Velen zullen deze conclusie te pessimtisisch en onjuist achten. Zij kunnen aanroeren dat er in ons land de afgelopen jaren toch veel geslaagde massa-acties voor ontwikkelingshulp gehouden werden. Voor nationale acties als 'Kom over de Brug' en 'Eten voor India' en voor vele plaatselijke acties werd immers vaak gul geofferd en enthousiast gesjouwd. Door een beroep te doen op het liefdaligheidsgevoel van de mensen was hier kennelijk toch massale actie mogelijk. Dit wil ik geenszins bestrijden. Alleen wil ik opmerken dat deze acties weinig concreets en blijvends opleveren, en te oppervlakkige informatie geven om de erdoor bereikte mensen werkelijk te betrekken bij de mondiale vraagstukken. Ter illustratie hiervan een voorbeeld: de gemeente Pijnacker adopteerde enige jaren geleden als project overzee de bouw van een opleidingsschool voor vrouwen en meisjes in Dahomey. Door inzamelingen, festiviteiten, acties op de scholen hoopte men de benodigde 45.000 gulden bijeen te brengen. Godfried Bomans hield een causerie en verder traden een goochelaar, een beatgroep en de Pijnackerse boerenkapel op. Aan het begin van de actie werd in de kerken een kanselboodschap voorgelezen en aan het eind ging het muziekkorps 'Excelsior' rond door de gemeente om degenen die nog verzuimd hadden iets bij te dragen, een laatste kans te geven. Het gevolg van dit alles was dat de eerste fase van de actie een zeer succesvol verloop had; de belangstelling en de offervaardigheid van de gehele bevolking waren zeer groot. Het massale vuur was echter een strovuur geweest. Het aanvankelijk enthousiasme was bij de tweede actiefase verdwenen en de mentaliteitsverandering die men beoogde kwam niet tot stand. Toen er bijvoorbeeld iemand uit Dahomey zelf iets over het geadopteerde project kwam vertellen, toonden slechts zegge en schrijve tien mensen belangstelling.

Waar liggen de redenen voor deze mislukking? Eén van de voornaamste lijkt mij dat men in Pijnacker de hele burgerij bij de actie voor ontwikkelingssamenwerking wilde betrekken. Om dit te bereiken moest men van een al te scherpe begeleiding en informatie afzien. De groepen die dieper en gemotiveerder op de verhouding tussen rijke en arme landen wilden ingaan, bleven zodoende in de kou staan en raakten van de actie vervreemd. Als er in Pijnacker scherpere informatie was gegeven, als de werkelijke betekenis van de officiële ontwikkelingshulp, de rol die de internationale organisaties vaak spelen of het exemplarische geval Vietnam, meer naar voren waren gehaald, zou men zeker de hele bevolking niet meegekregen hebben. Er zou dan waarschijnlijk een zeer controversiële situatie zijn ontstaan. Maar er was dan ook hoogstwaarschijnlijk wel een grotere groep mensen geïnformeerder en gemotiveerder bezig geweest rondom de actie.

Na enkele jaren stencillen blijkt voor alle actiegroepen de conclusie gelijk te zijn: 'Met het massaal verspreiden van folders hebben we niets bereikt.' De abstracte oproepen tot 'mondiaal denken' gingen grotendeels over de hoofden van het publiek heen. Vandaar dat men probeert te komen tot actievormen die uitgaan van de concrete leefsituatie van de mensen die men wil bereiken. Een voorbeeld van deze verschuiving in benaderingsmethode is te vinden bij de al genoemde Werkgroep Ontwikkelingssamenwerking Wandelbos uit Tilburg. Deze groep werkt in één wijk (Wandelbos) van zo'n tienduizend inwoners. Haar eerste doel is 'een mentaliteitsverandering teweeg te brengen, waardoor de voorwaarden voor ontwikkelingssamenwerking worden bevorderd'. De intensieve bewerking van één beperkt gebied en de vele activiteiten die de groep ontwikkelde, leverden echter geen geweldige resultaten op. Waarom niet? Omdat zoals de werkgroep zelf stelt, 'de mondiale vraagstukken nauwelijks aansluiting vinden in de leefwereld van de meeste wijkbewoners', omdat 'de wijkbewoners in het algemeen apathisch zijn met betrekking tot samenlevingsproblemen, ook hun eigen directe problemen', wat allebei te maken heeft met 'de nogal autoritaire en kritiekloze opvoeding van de meeste mensen, anderzijds met de zeer gebrekkige mogelijkheden tot zelfverwerkelijking'.

De Werkgroep heeft hier de conclusie uitgetrokken dat zij zich naast haar mondiale acties ook moest richten op de problemen en belangen van de wijkbewoners zoals dienstplicht- en dienstweigering, discriminatie in onderwijskansen, discriminatie van gehandicapten, enz. Alleen hiervan uitgaande meende men de dimensie van de ontwikkelingssamenwerking in het vizier te kunnen krijgen.

De aanpak van de WOW is nog lang geen gemeengoed onder de meeste actievoerders. Dat bleek duidelijk op het Internationale Werkcongres van Aktiegroepen dat in 1970 in Egmond plaatsvond. De daar aanwezige vertegenwoordigers van vele groepen kozen duidelijk voor de strategie van het van bovenaf confronteren van de massa met de wereldproblemen, Alleen Bosmans, de vertegenwoordiger van een Belgische groep, ging fel tegen de heersende ideeën die hij als elitair schetste, in: 'U denkt op dit congres vanuit de hoogte naar de basis. Maar wijziging van onze maatschappij kan alleen tot stand komen van onderaf. We moeten denken in termen van de basis.' Bosmans verwees naar de acties van Belgische studenten bij de grote mijnstakingen in zijn land. Hij meende dat de arbeiders die zich tegen de onderdrukking hier keerden en die zagen hoe deze onderdrukking plaatsvond, zich ook solidair konden voelen met de verdrukte massa's uit de derde wereld. In de strijd samen met de arbeiders hadden Bosmans en zijn medestudenten een verbroedering beleefd, waarin aan de stakers duidelijk werd dat dezelfde maatschappijen waartegen de Belgische mijnwerkers in opstand kwamen, bijvoorbeeld ook oppermachtig waren in Kongo.

Het lijkt niet te gewaagd om te concluderen dat massa-actie voor mentaliteitsverandering alleen mogelijk is vanuit een geworteld zijn in een bepaalde gemeenschap, die men concreet vanuit de eigen problemen en belangen bij de wereldproblematiek probeert te betrekken. Vooral de groepen die aan de basis bepaalde organen en instellingen wilden benaderen, hebben ontdekt dat zij met werken in de eigen samenleving moesten beginnen. Als men mensen binnen een instelling wil aanspreken is het bijna onvermijdelijk dat men het democratiseren van de instelling als eerste punt op zijn programma neemt. 'De plaatselijk werkende actiegroep vertoont dan ook de tendens zich van mondiale actiegroep te ontwikkelen tot een actiegroep voor democratisering,' luidt de conclusie van het IKV-onderzoek.

De nog korte geschiedenis van de WOW levert hiervan misschien nog het duidelijkste voorbeeld. Deze werkgroep heeft ontdekt dat er in de wijk weinig ontmoetingspunten zijn, wat tot passiviteit en atomisering van de bewoners leidt. 'Het grootste deel van de wijkbewoners blijft 's avonds thuis en kijkt televisie... De meeste inwoners hebben zo goed als geen zeggingskracht over hun arbeid, huisvesting, ontspanning, de school en andere diensten. Daardoor zijn de ontplooiingsmiddelen op een aantal fundamentele levensgebieden ten zeerste beperkt. Dit brengt een sterke beperking van het gezichtsveld en een terugdringen van de aandachtsvelden met zich mee. Geen wonder dat de meeste inwoners nauwelijks belangstelling hebben voor het gebeuren buiten hun zeer persoonlijke wereld.'

De taak om de vorming van gedemocratiseerde basisgroepen in Wandelbos op gang te helpen komen, heeft de werkgroep gedeeltelijk op zich genomen. Alleen door hiermee te beginnen, kan de groep haar eigenlijke taak uitvoeren. Pas als de wijkbewoners zich bewust zijn geworden dat zij als eenheid, zelf hun eigen problematiek kunnen aanvatten, zullen zij zich kunnen en willen inzetten om de mondiale vraagstukken op te lossen.

Dat de gevoelens van solidariteit en naastenliefde tot op zekere hoogte wel onder ons volk leven, blijkt duidelijk uit bepaalde inzamelingsacties. Een moreel appel op een massa gemanipuleerde en geatomiseerde individuen heeft echter weinig kans effectief te zijn. De eerste taak van de actiegroepen die mentaliteitsverandering nastreven, lijkt daarom hierin te bestaan dat zij een massa van passieve individuen veranderen in gedemocratiseerde groepen die hun lot in eigen hand nemen. Pas dan zullen de machteloze morele gevoelens die veel mensen nu op één of andere wijze afreageren, effectief gemaakt kunnen worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden