Mensen vinden het misschien irritant maar ik wil weer meedoen

na de val | interview | In zijn nieuwe boek 'Zuchten' vertelt Diederik Stapel (49) hoe hij zijn 'zelfbestelde' depressie overwon. 'Al ben ik nog steeds geen vrolijke frans.'

Hij was doodop en leeggelopen: Diederik Stapel, de gevallen hoogleraar psychologie, door sommigen de fraudeprofessor en een grote oplichter in de wetenschap genoemd. Nadat vijf jaar geleden uitkwam dat hij veel onderzoeksresultaten had vervalst, belandde hij in een existentiële crisis.

Hoe die eruit zag, beschrijft hij in zijn boek 'Zuchten', dat vandaag verschijnt. In het eerste deel ligt Stapel in een witte kamer op bed naar het plafond te staren, zwaar depressief. "Ik draag al dagen, weken hetzelfde. Ik doe niks. Ik beweeg niet en ik zweet niet. Ik word niet vies. Dat scheelt weer een was en het is makkelijker zo. Ik wil niet hoeven kiezen."

Het was, zo licht hij toe op een zonnig caféterras, een periode waarin hij vijftien kilo afviel en 's nachts knarsetandend wakker lag. Overdag lag hij piekerend op bed, vervuld van schaamte, schuld, zelfhaat en wanhoop, te wachten "op iets uit de hemel misschien, een binnenvliegende vogel, een soort verlossing, omdat ik zelf echt niets meer kon en ook niks meer wilde. Ik was ten dode opgeschreven."

Die verlossing van buiten kwam niet, al waren er wel mensen die hem bleven steunen, die zich niet van hem afkeerden - zoals velen deden na zijn maatschappelijke val. Sinds september 2011 bevindt Stapel zich 'aan de rand van de maatschappij': "Het is een soort grot waarin ik woon. In die grot groeit niks, ik moet dus wel naar buiten, de maatschappij in. Daar moet ik weer een plekje zien te veroveren."

Maar eerst moest hij uit bed. Een goede psychotherapeut, familie en vrienden hielpen hem daarbij. En zijn vrouw Marcelle, "de liefde van mijn leven, zij is bij me gebleven, meteen. Ze is wel heel boos op me geweest en dat is ze soms nog weleens, maar dat doet niets af aan haar liefde voor mij. Dat scheelt enorm, dat is mazzel."

Hoelang lag u op bed?

"Lang, verspreid over verschillende zware periodes. De eerste was in 2011, toen het allemaal uitkwam en ik ontslagen werd. Toen ben ik enorm depressief geworden. Door het schrijven van mijn eerste boek, 'Ontsporing', kwam ik er langzaam uit. Ik had weer wat omhanden, dat hielp. Mensen iets laten doen is een belangrijke therapie bij depressiviteit.

"Maar na de verschijning van dat boek, eind 2012, werden mensen nóg bozer op mij. Toen ben ik nog harder ingestort. Met veel moeite ben ik opgekrabbeld, dat krijg ik steeds beter onder de knie. Maar dat betekent niet dat ik als een vrolijke frans door het leven ga."

Eerder zuchtend - Stapel doet het voor op het caféterras: bij de uitademing zakt hij iets in elkaar, de schouders naar beneden. Zijn nieuwe boek heet niet voor niets zo: "Zuchten geeft ontspanning; daarna kun je weer verder. Maar er zit ook teleurstelling in: ik kan het niet, ik kan het niet. Zo voelt mijn leven, van de ene zucht naar de andere. Dat heb ik geleerd de afgelopen jaren: het leven is niet aangenaam of makkelijk, het is complex en vaak negatief."

Waarom schreef u dit boek? Wat kunnen wij leren van de manier waarop u met uw depressie omging?

"Ik heb niet de illusie dat er iets te leren valt. Het is een uiterst persoonlijk boek, een soort bezwering, een reeks van ervaringen, gedachten en herinneringen die mij hebben geholpen om niet meer te willen verdwijnen. Ik heb niet zo veel met kookboeken voor de ziel, ook niet met zelfhulpboeken of de geluksindustrie, daar is elk individueel geluk (en ongeluk) te uniek voor. Maar ik geloof wel in het delen van ervaringen. Als een paar lezers zich na het lezen van mijn boek iets minder rot voelen of iets minder snel naar het trapgat lopen, dan is het gelukt."

U kwam ten val na iets uitzonderlijks: wetenschappelijke fraude die publiekelijk erg zichtbaar werd. Maakt dat het niet lastig voor 'gewone' tobbende lezers om zich met u te identificeren?

"Ik geloof niet dat de oorzaak van mijn duikvlucht er zoveel toe doet. Ik hoop dat ik, wat dat betreft, een gewoon mens ben. Depressief worden, je rot voelen, vallen, op de grond liggen is voor niemand fijn. Je wilt het niet, je had iets anders in gedachten. Ik ben iemand die het af en toe helemaal niet meer ziet zitten. Daar hebben meer mensen last van, vermoed ik. Iedereen met zijn eigen reden. Misschien is er iets in mijn boek dat mensen die het tijdelijk of langdurig moeilijk hebben aanspreekt. Misschien. Misschien niet."

U refereert herhaaldelijk aan uw 'zelfbestelde ellende'. De woorden 'universiteit', 'fraude' en 'onderzoek' komen in dit boek nauwelijks voor. U vertelt niet - nog eens - hoe het zover heeft kunnen komen.

"Nee, dat klopt. Dat heb ik in mijn twee vorige boeken, 'Ontsporing' en 'De fictiefabriek', al gedaan. Met 'zelfbesteld' zeg ik dat ik mijn val en depressie zie als mijn eigen stomme schuld. Wanneer ik die bestelling precies heb gedaan, wat me bezielde om dat te doen, waarom ik zo zelfdestructief was, dat zijn voor mij nog steeds interessante vragen. Wat bezielde me, in godsnaam. Het was kennelijk een onbewust proces. En ik zal het de rest van mijn leven bij me moeten dragen. Zelfbesteld. Ik kan het niet meer terugsturen."

Verwacht u dat dit boek bijdraagt aan maatschappelijke vergiffenis?

"Nee, dat zeker niet. Vergiffenis is iets wat je moet krijgen. Je kunt er niet om vragen. Het enige wat ik kan doen is mezelf vergeven, dat heb ik ook gedaan, maar dat kostte wel enige moeite. Gelukkig is het gelukt.

"En de anderen... Van hen moet ik het niet hebben, het is niet aan mij om hen iets te vragen. Het is heel vervelend om zeven, acht, negen, honderd jaar te moeten wachten tot iemand de tuin openzet en zegt: je mag weer meespelen. Maar zo is het.

"Dat betekent dat ik het zelf moet doen, dat ik zelf iets moet creëren, wat in mijn geval een beetje ironisch is. Maar ik zal toch zelf de zin moeten bedenken."

Valt het tegen, dat de 'tuin' nog steeds gesloten is?

"Ja, dat valt me erg tegen. Dat doet pijn.Ik kan er verder niks aan doen, maar het is niet leuk. Er zijn twee opties: me aan de maatschappij onttrekken is de eerste. De ultieme vorm is zelfmoord plegen, maar je kunt ook emigreren naar Midden-Spanje of je afsluiten door veel te mediteren. De andere optie is: toch geëngageerd blijven, proberen van waarde te zijn, een verschil maken, zelf niet onverschillig zijn, ook al kotsen ze je uit.

"Dat laatste probeer ik, bijvoorbeeld door een boek te schrijven. Mensen vinden het misschien heel irritant, maar ik wil meedoen. Ik ben een burger van dit land, ik heb kinderen die hopelijk nog veel langer doorleven dan ik. Ik wil dat we het goed met elkaar hebben. Ook al ben ik niet of nauwelijks welkom, ik ben een geëngageerd iemand."

In de loop van het boek ontdekt u dat het leven bestaat 'uit een schier eindeloze reeks van vallen en opstaan'. Was dat een nieuw inzicht voor u?

"Ja, daarin ben ik echt veranderd sinds 2011. Ik was, denk ik, een groot gedeelte van mijn leven een winnaar. En toen werd ik de grootste verliezer, een domkop en een sukkel. Daar was ik niet op voorbereid. Mijn ouders zijn nog steeds bij elkaar, op school ging het goed, ik had werk, ik was gelukkig in de liefde. Ik heb echt moeten leren dat tegenslag, niet alleen opstaan maar ook vallen, een onderdeel is van het leven."

In uw boek speelt Sisyphus een belangrijke rol: de antiheld uit de Griekse mythologie die dag in dag uit een enorm rotsblok tegen de berg op duwt, dat telkens weer naar beneden rolt. Waarom inspireert hij u?

"Sisyphus heeft straf, hij moet iets doen wat absurd en zinloos is. Hij kan stoppen en zeggen: Schiet mij maar dood. Maar hij gaat dóór. Dat ontroert me echt.

"Volgens de Franse schrijver Albert Camus schikt hij zich naar zijn lot omdat hij inziet dat zijn werk zinloos is. Je moet je lot accepteren en het dan dragen. Dat is een briljante analyse, maar een heel koude. Ik heb meer nodig om gemotiveerd te blijven.

"Wat dat is? Liefde en verbinding. Sisyphus is niet alleen, ik ben niet alleen, ik voel me verbonden met de mensen om me heen, met andere mensen die het nog veel zwaarder hebben, die het ook niet zien zitten en toch volhouden. Aan het eind van mijn depressie ontdekte ik ook weer mijn sociale verantwoordelijkheid: mensen zijn ook verbonden met mij. Ik kan niet zomaar weg."

Diederik Stapel, Zuchten, uitgeverij Lucht, euro 18,95

Diederik Stapel

In september 2011 werd bekend dat Diederik Stapel, toen hoogleraar sociale psychologie en decaan aan de universiteit van Tilburg, op grote schaal gefraudeerd had. Stapel werd ontslagen, leverde vrijwillig zijn doctorstitel in en deed een taakstraf. Regulier werk deed hij daarna niet meer. De Bredase hogeschool NHTV bood hem onlangs een baan aan, maar trok die deze week weer in omdat de medezeggenschapsraad bezwaar maakte. Stapel legde zich na zijn val toe op schrijven: 'Ontsporing' (2012, over zijn val) en - met schrijver A.H.J. Dautzenberg - 'De fictiefabriek' (2014, een bevrijdingsroman in brieven). De opbrengst van zijn nieuwe boek 'Zuchten' gaat naar de Mental Health Foundation, die het taboe op psychische ziektes wil doorbreken.

Stapel staat model voor een aflevering van de nieuwe dramaserie 'Icarus', over 'de maatschappelijke comeback van gevallen hoogvliegers' ('De wetenschapper', woensdag 21 september, 20.30 uur, NPO 2). De makers hebben hierover geen contact gezocht met Stapel, zegt hij. "Ik ben benieuwd."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden