'Mensen uit verre landen afbeelden als ellendig en arm is zo gemakzuchtig'

Begin volgend jaar zwermen drie van hen uit naar LatijnsAmerika, Azie en Afrika. De vierde blijft in Nederland. 1994 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het jaar van het gezin. En dat gezin, de betekenis van de familie, gaan de vier fotografen in opdracht van het Tropenmuseum vastleggen. De 'vernieuwende vorm van fotografie' moet bijdragen tot een evenwichtiger beeldvorming van de Derde Wereld.

Maar de vier fotografen denken er anders over. De wereld heeft meer te bieden dan alleen maar haat en geweld, zeggen ze. Sterker, de wereld zoals die ons meestal door de media wordt gepresenteerd is slechts een vertekende afspiegeling van wat er werkelijk plaats heeft. Het is een verwrongen wereld die voorbijgaat aan het leven van alledag. Met andere woorden: er is meer dan de wereld van Reuter of die van het journaal. Meer dan de ellende en het geweld die wij als een mitrailleur dagelijks door CNN en een keer per jaar door World Press Photo voorgeschoten krijgen. Het lijkt wel, om met Marshall McLuhan te spreken, of de wereld van de media de echte wereld heeft geconfisceerd, ja opgeslokt. Dus is het tijd om de camera weer eens naast de brandhaarden te zetten en de wereld terug te veroveren en tot normale proporties terug te brengen. Om het hijgerige beeld (nieuws! nieuws! nieuws! ramp! ramp! ramp!) voor eenmaal om te zetten in een moment van lange adem.

Alsof ze zelf een hechte familie vormen, poseren ze voor de portretfotograaf. Catrien Ariens, Corinne Noordenbos, Michel Szulc-Kryzanowski en Hannes Wallrafen. Een beetje lacherig en onwennig geven ze elkaar de hand en maken ze grapjes. Poseren is moeilijk, zeker voor fotografen. Die staan nu eenmaal liever achter dan voor het oog van de camera.

Al zijn ze dan ook niet echt familie van elkaar, ze hebben veel gemeen, vertellen de vier even eerder vanachter een grote ronde tafel in het restaurant van het Tropenmuseum. Michel Szulc-Kryzanowski: “Wij kennen elkaar al gedurende langere tijd. En in die periode is er zoiets als een onderlinge verbondenheid ontstaan. Een verbondenheid die overigens moeilijk concreet te maken is. Je zou het een soort familiaal gevoel kunnen noemen in die zin dat we als fotograaf bij elkaar passen. Hoewel ons werk onderling ook weer sterk van elkaar verschilt, richten we ons alle vier sterk op mensen en zijn we allen geinteresseerd in hetgeen er zich tussen mensen afspeelt.”

Catrien Ariens: “Het zit 'm vooral in de intentie van ons werk denk ik. De vorm is verschillend. De manier waarop wij onze onderwerpen benaderen is vrijwel dezelfde. Wij fotograferen vanuit eenzelfde mentaliteit.”

Hoe die mentaliteit samenvalt, moet straks blijken uit het resultaat van 'World of love', de gemeenschappelijke opdracht die de fotografen onlangs van het Tropenmuseum kregen. 1994 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het 'jaar van het gezin', en daarom vroeg de directie van het museum hen om het leven van een familie op vier verschillende continenten vast te leggen. De keuze viel op Bangla Desh (Ariens), Colombia (Wallrafen), Senegal (Szulc-Kryzanowski) en niet te vergeten Nederland (Noordenbos), waar de familie in de vorm van het kleine gezin zich in de loop der eeuwen ontwikkelde tot de hoeksteen van de samenleving.

De opdracht, die begin volgend jaar zal worden uitgevoerd, moet volgens het museum behalve tot een 'vernieuwende vorm van fotografie' vooral bijdragen tot een evenwichtiger beeldvorming van de Derde Wereld, zodat 'het publiek inziet dat er weliswaar verschillen in tradities en leefvormen zijn, maar dat de menselijke emotie universeel is en daarmee herkenbaar, waar ook ter wereld'.

Wat drijft de fotografen van 'World of love', wat verwachten ze, welke associatie hebben ze bij het woord 'gezin' en wat is er mis met het beeld zoals het publiek dat nu door de media voorgeschoteld krijgt?

Catrien Ariens (48): “Een directe associatie met het begrip gezin? Nee, die heb ik niet. Wel heb ik het idee dat de mensen aan de andere kant van de wereld wezenlijk niet door andere dingen bezield worden dan hier het geval is. Ik heb een voorliefde voor alles wat zich tussen mensen afspeelt.” Ariens, die dit jaar de Kees Scherer-prijs ontving voor haar boek 'In de beste tradities' over de hogere kringen in Nederland en verder deze zomer een reis naar Japan maakte waar zij het beeld van de Japanner als enkel een 'formeel' en in tradities opgesloten sterveling nuanceerde, mist in de huidige fotografie vooral respect als het gaat om de Derde Wereld.

“Te snel worden mensen 'uit verre landen' alleen maar als ellendig en arm afgebeeld. Ik vind dat te gemakkelijk en te gemakzuchtig. Het is allemaal zo plat. Op een enkele uitzondering na, de Braziliaanse fotograaf Salgado bijvoorbeeld, lijkt het wel of de meeste fotografen zich uitsluitend concentreren op het exotische of het extreme. Maar dat vind ik niet het meest interessant. Bangla Desh ken ik niet. Ik weet dus ook niet precies wat me te wachten staat.”

Anders ligt dat voor Hannes Wallrafen en Michel Szulc-Kryzanowski. Zij gaan naar landen en gebieden waar zij al vaker geweest zijn. Zo reisde Wallrafen (42) in de jaren '88, '89 en '91 al naar Colombia waar hij de wereld van de verhalen van Gabriel Garcia Marquez interpreteerde. De reis leverde het boek 'Een dagreis naar Macondo' op. Marquez vond het boek zo mooi dat hij er een voorwoord in schreef. Het motto van het boek, waarin de foto's nadrukkelijk geensceneerd zijn, sluit opvallend nauw aan bij de opdracht van het Tropenmuseum: “Het is alsof God”, zo staat er, “verklaard heeft dat Macondo overbodig is en hij het daarnet in de hoek heeft gesmeten waar de dorpen liggen die niet langer dienstig zijn voor de schepping.” Met andere woorden: er is meer op de wereld te zien, dan wij door het oog van de media voorgeschoteld krijgen.

Wallrafen: “Mijn eerste gedachte is niet om het totaal van gezin of de familie in beeld te brengen, maar meer 'de onderliggende lijntjes'. Bijvoorbeeld hoe een vader optrekt met zijn zoon. Ik kan me voorstellen dat een vader zijn zoon een klap geeft, maar dat ze later ook weer samen dingen bespreken. Ik hoop dat ik een kinderrijk gezin tref, en 't liefst eentje dat woont in de beslotenheid van een dorp. Niet in de stad.” Wallrafen hoopt verder ook nadrukkelijk dat hij na verloop van tijd het gezin dat hij zal ontmoeten zo zal leren kennen, dat de beleefdheidsvormen, die aanvankelijk de overhand zullen hebben, langzaam maar zeker wegvallen zodat de karakters bloot komen te liggen ('misschien blijkt die aardige gastvrouw wel een heks te zijn') en dat het werkelijke gezinsleven met al zijn geheimen en eigenaardigheden zichtbaar wordt. Wallrafen: “Ik hoop op een grenzeloze wereld. Op een deur die altijd openstaat. Zodat je steeds dieper in zo'n gezin kunt onderduiken. En als dat niet lukt? Dan reis ik waarschijnlijk gewoon verder. Totdat het wel lukt.”

Ook voor Michel Szulc-Kryzanowski (hij publiceerde onlangs zijn vierde boek over de ontwikkeling van het Brabantse meisje Henny en verwierf eerder artistieke bekendheid met zijn fotosequenties en conceptuele fotoprojecten waarbij hij ondermeer beeldseries maakte van een bewegende arm in de woestijn van Arizona) geldt dat hij het gebied waar hij terechtkomt in zekere zin kent. De fotograaf verbleef de afgelopen jaren behalve in Senegal ook in Zimbabwe, waar hij een vrouw tot haar dood fotografeerde vanaf het moment dat zij hoorde dat ze aids had. Omdat hij een periode van een maand te kort vindt, wil hij zich voor drie maanden in een dorpje vestigen. “Met gezin, onder dezelfde omstandigheden als de mensen daar”, voegt hij er nadrukkelijk aan toe. Net als in Zimbabwe, streeft Szulc-Kryzanowsky ook nu naar het maken van meerdere beeldverhaaltjes. Het voordeel van die werkwijze, zo legt hij uit, is dat je behalve de leefomstandigheden, vooral ook de diepere emoties van mensen goed kunt laten zien. En daar gaat het hem om. “Juist een dieper inzicht in de verschillende emoties die de liefde binnen een familie zichtbaar maken, draagt ertoe bij dat wij in het westen niet langer de verschillen, maar juist ook de overeenkomsten tussen mensen gaan zien. Zodra de emoties als universeel herkenbaar worden, vormen de verschillende leefomstandigheden geen barriere meer.”

Een andere manier van kijken * Niet op reis gaat Corinne Noordenbos. Zij blijft thuis om met het Nederlandse gezin het beeld van de wereldfamilie te completeren. Noordenbos (43) viel de laatste jaren vooral op door haar portrettenserie 'Moderne Madonna's' waarin zij op een zeer oorspronkelijke manier en met groot oog voor de traditionele kunst moderne moeders met kinderen fotografeerde.

Over de invulling van haar opdracht zegt ze: “Anders dan vroeger is het gezin tegenwoordig niet meer dan een soort basis van waaruit geopereerd wordt. Ieder gezinslid gaat al op heel jonge leeftijd zelf aan de slag met het leggen van eigen verbanden.” Hoewel de reclame volgens haar nog altijd refereert aan het harmonieuze, hechte en complete gezin, wil Noordenbos daarom het begrip juist in de breedst mogelijke zin opvatten: “Ik wil via advertenties mensen oproepen om mij te vertellen hoe ze zich als familie of gezin zien. Dat zou wel eens een verrassend beeld op kunnen leveren. Ik kan me bijvoorbeeld twee gescheiden mensen voorstellen, die allebei een gezin hebben waar druk 'gecoouderd' wordt en waar allerlei 'broertjes en zusjes' verbindingen met elkaar leggen.”

Een opmerkelijke ontwikkeling noemt Noordenbos de behoefte van veel mensen om zich meer en meer terug te trekken in kleinere verbanden: “Jarenlang werd onze wereld steeds groter doordat we steeds meer te weten kwamen over elders. Maar nu zie ik weer een terugtrekkende beweging. Je ziet bijvoorbeeld dat mensen de wereld de wereld laten en die dingen in het leven opzoeken die ze echt belangrijk vinden. Je ziet het in contacten en vriendschappen, hoe mensen dingen met elkaar willen beleven ... het klussen met de buurman op zaterdag, noem maar op. Dat zou ik graag willen vastleggen.”

Het tonen van harmonie in plaats van strijd, van liefde in plaats van haat, gecombineerd met het streven naar kunst in plaats van commercie is een prachtig doel. Maar is het niet een te mooi en daarom ook een te romantisch streven? De werkelijkheid is toch niet harmonisch en 'positief'? Je kunt de oorlog in Bosnie en de honger in Afrika toch niet zomaar ontkennen? Steken jullie eigenlijk met jullie 'World of love'-opvatting niet gewoon jullie kop in het zand?

Allemaal in koor: “Nee, nee, nee, nee, dat is niet zo.”

Szulc-Kryzanowski bevlogen: “Op de meeste plekken van de wereld is het rustig. Daar zitten geen brandhaarden. Brandhaarden zijn vaak geisoleerde plekken die zeer geprononceerd in de krant komen. Maar echt, op de meeste plekken is geen oorlog. Is er geen conflict. Ik zie daarin een parallel met vliegtuigen. Af en toe stort er eentje neer en dat haalt de krant.”

Ariens: “Het klinkt misschien vreemd, maar aan al die dingen zoals oorlogen en aardbevingen ... daaraan gaat de wereld uiteindelijk niet kapot. Als de wereld kapot gaat, is dat aan het vervuilde milieu, aan de overbevolking. Niet aan de dingen die dagelijks in de krant staan. Dat geloof ik niet. De wereld gaat niet kapot aan de dingen die wij terugzien in de foto's van World Press Photo. Zo simpel ligt het niet.”

“Kijk als er in Bangla Desh bij een overstroming een miljoen mensen zouden verdrinken, dan zijn er bij wijze van spreken nog 70 miljoen die niet verdrinken. En op die mensen, daar richten wij onze camera's op. Dat is de achtergrond van dit project. Het is, kortom, een andere manier van kijken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden