Mensen met een verstandelijke beperking helpen te overleven in de jachtige stad

Hulpverleenster Giëlla Gregorius op bezoek bij Cedric Zoetrum, in het huis dat hij kreeg via de reclassering kreeg.Beeld Phil Nijhuis

Mensen met een licht verstandelijke beperking hebben vaker problemen. Hulpverleners zien meer schulden, uithuisplaatsingen en criminaliteit. Een plan van aanpak voor die onzichtbare groep was nodig.

Het is mei, de tijd van het jaar dat veel van haar cliënten stuiteren. Hun vakantiegeld is net gestort, zegt Giëlla Gregorius, waarop de Belastingdienst, de telecomprovider of de zorgverzekeraar er onmiddellijk beslag op legt, omdat die nog onbetaalde rekeningen hebben liggen. Heel boos worden haar cliënten daarvan.

Gregorius herkent het patroon ondertussen. Sinds vijf jaar helpt ze mensen met een licht verstandelijke beperking in Den Haag en omstreken om te overleven in de jachtige stad.

Eerder viel die groep niet zo op. Ze hadden een baan, vastigheid en een inkomen. Maar laaggeschoold werk is schaars tegenwoordig. Dus rest de bijstand. Ondertussen moeten ze wel solliciteren en hun zaken regelen, liefst online, terwijl lezen en schrijven ze slecht af gaat. Dus dat doen ze niet.

Het gevolg zijn geldzorgen, stress en relatieproblemen. En die zijn zichtbaar. Omdat de buren klagen over urenlange ruzies of omdat de politie vader arresteert voor diefstal. Gregorius: "De gemeente of de reclassering belt ons: 'We hadden hier net iemand en dat was niet zo'n hoogvlieger'. Of wij kunnen helpen."

Wij, dat is het ambulante team, gespecialiseerd in hulp aan mensen die licht verstandelijk beperkt zijn, van zorgverlener Middin.

Jeugdzorg

Vaak is het dan dik crisis. Maar Gregorius stapt niet naar binnen en regelt de boel wel even. "Mijn cliënten stoppen problemen weg. Komt er een vervelende brief, dan verscheuren ze die. Opgelost!" Haar taak is om ze op consequenties te wijzen die ze zelf niet zien. 

"Ik kom bij een gezin dat dreigt te worden afgesloten van water en licht. Dan schets ik scenario's. Als je kinderen een keer ongewassen op school komen, denkt de juf: ach, die zijn laat opgestaan. Maar na drie keer gaat jeugdzorg zich met je kinderen bemoeien. Je bent een goede moeder, dat weet ik, je wilt niet dat ze uit huis worden geplaatst. Als je in de schuldhulpverlening gaat, kan ik je schuldeisers vragen of ze even wachten met afsluiten."

Zo'n gesprek doet ze altijd met een collega. Voor de veiligheid. "Het kan best dat ze ons boos wegsturen: 'Bemoei je er niet mee!'." Al komt Gregorius dan later gewoon terug. Soms seint ze de wijkagent in, die belt dan halverwege het gesprek. "Zeg ik: ik zit een kopje thee te drinken, dan is alles goed. Zeg ik: ik zit te stuntelen met mijn laptop, dan weet hij dat hij langs moet komen."

Out of the box

Toen Gregorius vijf jaar geleden begon met dit werk had ze twee collega's. Nu zijn dat er zestien. Geen van allen zijn ze geschoold in hulp aan mensen met een licht verstandelijke beperking. Zo'n opleiding bestaat niet, omdat de doelgroep zo onzichtbaar was. Iedereen met een IQ tussen de 50 en de 85 valt erin en volgens het ministerie van justitie zijn dat zo'n 2,7 miljoen Nederlanders.

Natuurlijk hebben die lang niet allemaal problemen. Maar het levert Gregorius wel een zeer gevarieerd klantenbestand op. "Geen dag is hetzelfde, je moet out of the box denken", zegt ze. Potentiële collega's, merkt ze, vinden dat eng. Toch zijn nieuwe collega's hard nodig. Om hulpverleners die 'onbewust bekwaam zijn', zoals Gregorius het noemt, over hun angst heen te helpen, schreven het Zuid-Hollandse Middin en het Amsterdamse Cordaan hun eigen methode om de doelgroep te begeleiden: LifeWise.

En zo blijkt er onder de dagelijkse chaos wel degelijk een basis te liggen. Breng de boel enigszins op orde en zet hulpverleners op een lijn, doordring de cliënt van zijn probleem en help hem ermee omgaan. En trek je dan zoetjesaan uit zijn leven terug.

Gregorius, nog geen dertig jaar maar toch een oude rot in het vak, schreef mee aan LifeWise, dat deze week aan collega's is gepresenteerd. De resultaten worden gemeten. Begin volgend jaar willen Middin en Cordaan weten: neemt het welzijn van de cliënten toe, neemt de overlast af?

Cedric had geen huis en werk, nu zit hij fris gedoucht op zijn eigen bank

"Hé Cedric, wat is er met je deur gebeurd?", vraagt Giëlla Gregorius, terwijl ze in de piepkleine, maar tot in de puntjes verzorgde huiskamer zit van vuilnisman Cedric Zoetrum (28). "Je weet hoe ik ben hè, ik stel altijd vragen. Was je boos?"

De keukendeur zit vol witte vulpasta, om de gaten te bedekken die Cedric er eerder in geslagen heeft. "Nee, dat is van toen mijn vriend overleden was, laatst", antwoordt Zoetrum. Daar was hij kapot van.

Toen Gregorius drie jaar geleden in zijn leven kwam, sliep Zoetrum bij zijn oma thuis. Hij kwam uit de gevangenis, had geen huis. Nu zit hij fris gedoucht op de bank - hij komt net uit zijn werk - terwijl er een pannetje rijst pruttelt op het fornuis. "Ze hielpen me met de post, daar heb ik geen verstand van. Ik had schulden. We gingen samen naar de bibliotheek om te solliciteren op internet. Langs bij uitzendbureaus en het UWV. Ik kreeg eerst een kamer via Middin, nu dit huis via de reclassering."

"Eerst had ik geen werk. Maar ik kan niet stilzitten. Ik dirigeerde een brassband, verzon de dansjes. Wij waren goed. Ik heb in Turkije opgetreden en in Frankrijk. Maar het gaf ook stress. De hele zomer moest ik er tiptop uitzien. Moest ik aan het begin van het jaar al met mijn bewindvoerder regelen dat ik in de zomer extra geld had om mijn baard te laten trimmen."

Hij kapte ermee. En nu hij in korte tijd twee vrienden verloor, heeft hij geen grote dromen meer. "Ik leef tot waar ik kan komen, want je weet niet wanneer je doodgaat."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden