'Mensen als Daf-topman Baan hebben altijd mooie praatjes'

EINDHOVEN - “U moet naar de afdeling komjoeniekeesjun? Ja, u hoort het: mie spieks ok al een bietje Engels.” Ongevraagd begint de portier van Daf Trucks over zijn nieuwe baas: de Amerikaanse truckgigant Paccar. Met zijn steenkolen-Engels zal hij het in de toekomst niet ver schoppen, vreest de portier. Misschien dat ongegeneerd op een flinke kauwgum kauwen zijn kansen keert. “Want dat doen ze toch allemaal, die Amerikanen?”

Na een paar roerige dagen lijkt de rust bij Daf Trucks in Eindhoven weergekeerd. Het nieuws dat topman Cor Baan maandagmiddag had mee te delen, kwam voor iedereen onverwacht en sloeg in als een bom. Paccar wil Daf Trucks in zijn geheel inlijven. Nu, amper 48 uur later, gaan de meeste gesprekken in de kantine van gebouw Daf II gewoon weer over de televisieprogramma's van gisteravond, de voetbalcompetitie en de eerstkomende vrije dag.

Toch speelt het steeds in je achterhoofd, zegt assemblagemonteur Ronny Wong Fat (39). “Dat het met ons net zo kan gaan, als met die Canadese fabriek die Paccar laatst heeft afgestoten. Als we de mensen van Paccar moeten geloven, hebben zij in al die tijd dat de onderneming bestaat, alleen maar winst gedraaid. Maar zo'n bedrijf is Daf niet. Soms gaat het goed, soms gaat het minder. Je weet niet wat Amerikanen doen als het een tijdje slecht gaat.”

Zijn collega R. Ramdin (45), net als de rest gehuld in een hardblauwe overall, doet het deksel op zijn inmiddels lege broodtrommel. “Natuurlijk zijn wij bang”, zegt hij terwijl hij opstaat. “Wie is er nou vergeten, wat hier een paar jaar geleden is gebeurd? Ik in elk geval niet. Maar je kunt er niet de hele dag over praten.”

Een paar formica tafels verderop heeft assemblagemonteur Peter Goevaers (21) zijn broodje net achter de kiezen. “Wordt dun Daf verkocht?”, reageert hij stomverbaasd met een diep-Brabants accent op de vraag, wat hij van Paccar vindt. “Daar weet ik helemaal niets van. Nee, ik kijk nooit naar het Journaal en ik lees ook geen kranten. Daar staat alleen maar gezever in. Ik hoor het wel van anderen, als er iets belangrijks gebeurt. Ja, net zoals nu dus.”

Disgenoot Wil van Egmond (34) is wel op de hoogte. “Natuurlijk.” Sinds maart vorig jaar werkt hij bij Daf. Daarvóór zat hij vijftien jaar bij Fokker. Daar wist hij de dans net op tijd te ontspringen, zegt hij. “Dit bedrijf staat in elk geval sterker dan Fokker; hier wordt nog winst gemaakt.”

Van Egmond (“ik kijk wel eens naar de televisie”) zag Cor Baan afgelopen maandag wel vier keer voorbij komen op de buis. “Hij zegt dat die Amerikanen goed voor ons zijn. En ik kan alleen afgaan, op wat hij zegt. Dus het zal wel goed komen.”

Leo Kupper (45), allround medewerker en al achttien jaar in dienst bij Daf, is wat minder goedgelovig. “Cor Baan riep een paar jaar geleden, drie dagen voor we failliet werden verklaard, dat het prima ging met Daf. Hij kan me nog meer vertellen. Mensen als Baan, die zitten zo hoog, daar kom je als gewone jongen niet bij. Die mannen hebben altijd mooie praatjes.”

Toch ziet Kupper ook voordelen in de komst van Paccar. “Ik zie liever die Amerikanen komen, dan een stelletje Duitsers. Mercedes had ons gewoon gesloopt. Nu heb ik nog hoop.”

Tussen al het blauw van de overalls in de Daf-kantine, vallen keurige, schone blouses en blazers op. Met z'n zessen schuiven ze bij elkaar aan, plaats makend voor iedere collega die er nog bij komt: de trainees van Daf. In totaal twintig jonge, ambitieuze, hoog opgeleiden haalde Daf Trucks afgelopen jaar binnen, na een zware selectie.

Nieuw elan

Het multi-disciplinaire team heeft als taak te zorgen voor nieuw elan binnen de vrachtwagenfabriek. De bright young men - en de enkele vrouwelijke trainee - zijn onverdeeld positief over de overname door Paccar. Ernst Wodrada (26) meent dat de overlevingskansen enorm zijn toegenomen, nu Daf zo'n moederbedrijf krijgt. “Het is goed dat de focus nog meer komt te liggen op verkoop, en dat de ontwikkelkracht verder toeneemt.” Wodrada ziet nog een ander lichtpuntje: “Ik neem aan dat de Brabantse mentaliteit die hier nu heerst, snel zal veranderen in een Amerikaanse managementstijl.” Nou, dan ben jij wel de enige die dat wil, bijt de rest van de tafel hem toe.

Voorlichter Hans Briant steekt nog maar eens een sigaartje op, achteroverleunend in zijn bureaustoel. Hij wist al een dag of tien vóór de officiële bekendmaking, wat er te gebeuren stond. Een heksentoer was het voor zijn afdeling: je mond houden - bevestigd met een handtekening - en ondertussen “keihard” werken om alles op tijd af te krijgen: de persberichten, de brieven en het hele draaiboek van wie moet wanneer wat weten.

Maandag om één uur 's middags zou Baan het personeel persoonlijk inlichten. Even na elven bleek het nieuws toch te zijn uitgelekt. “Gelukkig draaien ze hier in de fabriek van die stampmuziek op de radio, in plaats van een nieuwszender. En de machines maken zo'n lawaai dat niemand het nieuws echt goed kan verstaan”, vertelt Briant. “Hadden onze werknemers het bericht eerder op de radio dan van ons gehoord, dan was de pleuris natuurlijk uitgebroken. Ja, dat waren twee bange uurtjes.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden