Menselijke schilden / Bidden, vasten en waken tegen de barbaarse horde

De meeste westerse vredestichters zijn Irak al uit, bang voor de oorlog, of omdat Saddam hen niet meer duldde. Enkelen zijn gebleven, om de Irakezen bij te staan. Onder hen zijn nogal wat christenen. Tussen de bombardementen door houden ze de wereld via internet op de hoogte in hun 'Dagboek van een menselijk schild'. ,,Je kunt het niet maken, nú weg te gaan.''

'Men zegt dat het de ergste storm in zeven jaar is'', vertelde Peggy Gish deze week vanuit Bagdad, terwijl de hemel boven haar sepia kleurde. Was het een mengsel van woestijnzand en olierook? Vast, maar Gish zag het anders. Voor haar was het niet alleen 'eng', maar ook een bewijs van Gods ontsteltenis over de bommen op de stad. Hij zendt een teken, zei Gish, van een storm waarin het modder regent.

Margaret Gish, een keurige mevrouw van zestig, is in het gewone leven consultant en biologisch boerin in Indiana, maar woont nu in Irak. Ze is een van de weinige westerse vredesactivisten die nog in de Iraakse hoofdstad zitten. Gish maakt sinds een halfjaar deel uit van het Christian Peacemaker Team (CPT), eerst om oorlog te voorkomen, nu om 'de Irakezen te laten weten dat hun leven net zo belangrijk is als het onze'.

Op de website, waar Gish en andere leden van het CPT dagelijks hun ervaringen (laten) noteren - www.prairienet.org/cpt/index.html - blijkt hoezeer hun aanwezigheid wordt gewaardeerd.

Een melkboer uit Ontario, Allan Slater, deelde een paar weken geleden een folder met zijn bedoelingen uit, de beste, uiteraard, terwijl zijn schoenen werden gepoetst. Een andere klant van de schoenpoetser betaalde meteen voor hem, minder dan de afgesproken prijs, maar toch.

Slater kende, nog voor het bombardement op Bagdad begon, de shock and awe; geschokt door het besef dat 'Bush de kruistochten over komt doen met zijn barbaarse horden', en ontzag voor de grote cultuur van Mesopotamië en de schoonheid van Bagdad.

De waardering van de machthebbers voor de menselijke schilden sloeg abrupt om, toen sommigen van hen al te eigenzinnig bleken. De Nederlandse Amerikaan Ken O'Keefe, Golfoorlogveteraan en bedenker van het pacifistische wapen 'menselijke schild' voor Irak, koos liever zijn eigen locaties, dan dat hij door het regime naar nuttige objecten werd gedirigeerd.

Van de honderden vredesactivisten die tot half maart in Irak zaten, zijn er nog een paar dozijn over. Zoals het niet-christelijke Iraq Peace Team (IPT), geïnspireerd door het denken van Ghandi, met 26 Amerikaanse en Canadese vredesactivisten; daar zitten trouwens ook gelovigen bij. Ze willen, melden ze op iraqpeaceteam.org, 'onafhankelijk' berichten vanuit belegerd Bagdad, vooral over de gevolgen van Operation Iraqi Freedom voor de te bevrijden burgerbevolking.

Waarom mochten deze teams blijven? Harky Klinefelter, doopsgezind predikant te Steenwijkerwold en ooit medewerker van Martin Luther King, heeft contact met beide organisaties die ook onderling veel samenwerken. Het komt, denkt Klinefelter, door verschil in doelstelling. Het IPT en CPT willen juist geen menselijk schild à la O'Keefe zijn, maar vooral burgers ondersteunen. IPT en CPT zitten er ook langer, zijn samengesteld uit 'verantwoordelijker mensen' dan 'hippie' O'Keefe.

Het CPT doet in Bagdad graag mee met vieringen in plaatselijke kerken zoals de St. Raphael, en belegt ook zelf publieke gebedswakes. Het is een voordeel om christen te zijn, meent CPT: ,,Het wekt vertrouwen omdat je een gedeeld besef van 'één God' hebt.''

Het team bestaat sinds halverwege jaren tachtig, opgezet door Noord-Amerikaanse doopsgezinden en gesteund door quakers. Canadese mennonites die sympathiseren met CPT kunnen problemen krijgen als ze de grens over willen: CPT heet anti-Amerikaans te zijn.

Onlangs maakte een Nederlander deel uit van CPT, de Leeuwarder predikant Cor Keijzer (Trouw, 12 maart) die solidariteit met 'de gewone man in Irak' paart aan een scherp oordeel over christenen hier die de oorlog noodzakelijk noemen; hij ging terug net voor de oorlog uitbrak. De helft van de CPT-leden heeft een Nederlandse achternaam, maar dat verraadt slechts hun verre voorgeslacht, zegt Klinefelter.

In Europa is tien jaar geleden wel geprobeerd een CPT op te zetten, maar, zegt Martin van der Werf, secretaris van het Doopsgezind Europees Vredescomité, 'hier sloeg het niet aan. Dat verschuift nu wel'. Zoals bij hem zelf; het optreden van CPT inspireert hem. ,,Het kriebelt. Het is de ultieme vorm van je nek uitsteken. Maar mijn gezin ziet het niet zitten. De CPT'ers in Bagdad zijn bijna allemaal alleenstaand.''

Klinefelter mailt direct een aanmeldingsformulier: deze zomer kunnen belangstellenden een maand training krijgen in de VS als CPT'er, voor Irak, of in de Palestijnse bezette gebieden.

De zeven CPT'ers en verschillende leden van het IPT verblijven in het Al-Daarhotel. Er zitten weinig andere westerlingen en, erger nog, het ligt naast het voormalige ministerie van communicatie. Dat het leeg staat heeft CPT voor de zekerheid aan het Pentagon en enkele senatoren gemeld.

Het bewaren van de vrede is niet zonder risico's. Hoe precies de bombardementen ook heten te zijn, een misser kan fataal zijn. ,,Hoezo, precies'', mailt een IPT'er uit Bagdad geërgerd, ,,met zoveel burgerslachtoffers?''

Verder bestaat de kans dat de verblijfplaats van de vredestichters voor de coalitietroepen van strategisch belang is. Helemaal riskant: de taak die de peacemakers zichzelf stellen om 'sta-in-de-wegs' te zijn voor militaire aanvallen.

De peacemakers hebben al één dode te betreuren: een gepensioneerde leraar en boer uit Ontario. Hij kwam om bij een auto-ongeluk, nog voor er in Irak een schot was gelost.

IPT en CPT hebben na lang soebatten met de autoriteiten gedaan gekregen dat ze hun tenten mogen opslaan bij Al Wathab, een grote waterzuiveringsinstallatie. Toestemming om op het naastgelegen ziekenhuisterrein te gaan kamperen, kregen ze niet. De vredesactivisten leggen nog steeds contacten met gewone Irakezen. Ik ben, schrijft Gish in het internetdagboek, 'diep onder de indruk van hun kracht en moed'. Van onvriendelijke bejegening merkt ze niets, integendeel: de Irakezen zijn 'zeer hoffelijk'.

Geregeld gaan de IPT'ers en CPT'ers langs bij het weeshuis van de Zusters van barmhartigheid (voor zwaargehandicapte kinderen) en bij het kinderziekenhuis Al Mansour. Niet alleen uit medeleven, maar ook om er te bidden, wakes te houden of te vasten.

Terwijl kruisraketten inslaan, vraagt het CPT via de site om 'gebed': moeten ze hier blijven of weggaan? ,,De Amerikaanse regering zegt dat dit geen plaats voor vredestichters is. Maar hier moeten we juist zijn.''

Die conclusie trok ook de leidster van IPT. ,,Het was geen ingewikkelde beslissing: je kunt het niet maken om dichtbij mensen te gaan staan en weg te lopen als het moeilijk wordt.''

Door de aanhoudende ernstige stress botert het de laatste dagen niet erg tussen de verschillende peacemakers, ,,maar we moeten zien om te gaan met al die spanning''. Het zoveelste bombardement maakt wel angstig en verdrietig, meldt het dagboek van CPT, maar shock and awe, nee. ,,De bommen komen van hoog, God is hoger. Hij kijkt omlaag naar de toren van Babel, ten zuiden van Bagdad, vernietigt de hightech toren en verstrooit de indringers over de aarde''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden