Menselijk / Met geweld verheffen wij ons tot man

De mens is geen slaaf van zijn genen, maar evenmin de regisseur van zijn eigen gedrag. Het is een spel van twee factoren: zonder omgeving komt de erfelijke code niet tot leven. Om dat spel te doorgronden reist Martin van der Laan in een serie artikelen de wereld af, op zoek naar overeenkomsten en verschillen in de menselijke aard. Deel 4: waarom de man naar geweld grijpt.

Houd moed, we zijn op weg naar de ware beschaving, een samenleving zonder geweld. We horen het van de kansel, lezen het op de opiniepagina's. Maar evolutiepsychologen gruwen van zulke naïviteit, het is vragen aan de wind om voor altijd te gaan liggen. Hoe kun je om die luwte smeken terwijl een rode draad van gewelddadigheden door de geschiedenis van de mensheid loopt, vanaf de eerste voorstellingen op grotschilderingen tot het laatste nieuwsbulletin op de radio? We hebben wreedheid zelfs tot kunst en kijkgenot verheven.

Antropologische studies in de afgelopen eeuw geven sombermens maar ten dele gelijk. Langs de meetlat van agressief gedrag liggen culturen gegroepeerd van extreem gewelddadig -de Comanches en Yanomamö- tot bijzonder vredelievend -de Hopi en Semai. Daartussen huist het volk bij wie het af en toe stormt, maar bij wie ruzie en geweld altijd weer overwaaien.

Maak kennis met twee nog bestaande uitersten. De Semai zijn coöperatieve boeren uit Maleisië die, volgens de antropoloog Robert Dentan, amper weten wat geweld is. Niet dat ze boosheid slecht vinden, maar ,,We worden gewoon niet kwaad'', vertelden ze hem. Een kind slaan? Nooit! De Semai blijken zelfs geen straf voor moord te kennen, wat niet verwonderlijk is want tijdens Dentans veldstudie van 1956 tot 1968 vond niet één incident plaats dat op moord dreigde uit te lopen.

Hoor Dentans lofzang: Semai zijn wars van leiderschap of autoriteit, ze onderwijzen hun kinderen niet en dwingen ze niet. Niettemin zullen die kinderen, als ze elkaar eens te lijf gaan, slechts met hun stokken 'in de lucht' slaan en hun opponent bij het worstelen nooit echt op de grond gooien. Wel zag Dentan de Semai soms een hond afranselen en vogels of kleine dieren levend koken.

Een lief volk. Maar wel tot geweld in staat, bleek begin jaren vijftig toen de Britten enkele Semai voor hun leger rekruteerden. Eenmaal de smaak van de strijd te pakken hebbend, bleken sommigen van hen letterlijk 'bloeddorstige' krijgers, al bakkeleien antropologen er nog over of ze werkelijk het bloed van hun slachtoffer dronken.

Zat er dan toch aangeboren agressie in deze voorheen vreedzame Semai? Reis voor bewijs van die gewelddadige aard liever mee met de antropoloog Napoleon Chagnon, die de Yanomamö uit Zuid-Venezuela en Noord-Brazilië beschrijft. Het zijn vechtersbazen pur sang. Zolang ze hun land bewerken, houden ze zich in. Maar onvermijdelijk sluipt er wantrouwen in de Yanomamö-mannen -die waiteri of woest heten te zijn-, en dan dreigt er weer oorlog met een naburig dorp. Ze leven permanent in een wereld van boze buren, als je Chagnon moet geloven. Eigenlijk zouden ze graag van die eeuwige strijd af willen, maar ze geloven niet in een oplossing: het buurdorp deugt gewoon niet.

Soms doden ze laf, door mannen uit behekste dorpen op een feest te vergasten, om daarna onverwacht met bijlen hun schedels te klieven. Een andere keer beramen ze een overval bij de vijand zelf. Ze wachten de duisternis af, vermoorden enkele mannen en stelen hun vrouwen-niet dan na ze eerst verkracht te hebben. Naar Chagnons schatting sterft zo'n 30 procent van de Yanomamö-mannen door geweld. Ook hij is door collega's van visserslatijn beticht.

Wat tonen de Semai en Yanomamö aan? Dat de mens zich hier een vredesduif betoont, elders een moordenaar. Dat verzoening en agressie beide in zijn repertoire voorkomen, maar dat over de hele wereld bekeken geen van beide zijn hoofdaard vormen. Betekent het niet dat een geweldloze beschaving een illusie is? Evolutiepsychologen twijfelen daar niet aan: in 2001 werd wereldwijd op 68 fronten zwaar gestreden, becijfert Steven Pinker in 'The Blank Slate'. En archeologische vondsten laten zien dat er sinds 800000 jaar geen pauze in de strijd is geweest.

Zegt niks, oordelen de Verenigde Naties met de verklaring dat geweld niet natuurlijk (aangeboren) is, maar onderdeel vormt van een historisch proces. Pinker doet er schamper over: welk proces? In de VS schommelden de misdaadcijfers door de tijd heen, maar niemand kent de ware oorzaak. Te veel 'echte-mannen'-propaganda? Kijk naar macho-Spanje, waar minder wordt gemoord, luidt Pinkers verweer. Wapenbezit dan? Niemand weet of dat tot meer of minder geweld leidt. Agressieve films? Maar al die vredelievende Canadezen kijken naar dezelfde tv. Trouwens: veel ontwikkelingslanden, zonder dagelijkse portie geweld op de buis, zijn gewelddadiger dan de VS.

Is de wereld misschien de dupe van een paar dwazen? Wie denkt dat gezonde, verstandige mensen elkaar geen leed berokkenen, moet de geschiedenisles nog eens overdoen. En zo boetseert Pinker het beeld dat geweld geen menselijke ziekte is, ,,maar deel van ons ontwerp''. Het blijkt een trek die aan wetmatigheden voldoet. Agressie is jongenswerk: ongeveer 7 procent van de jonge mannen tussen 15 en 24 jaar begaat 80 procent van de misdaden. En twintig moordenaars staan tot één moordenares. De evolutie heeft jonge heren opgeleid voor gewelddadig optreden. Tegen de tijd dat testosteron door de aderen gaat stromen, zijn ze er klaar voor. Vanaf dat moment schrijft de natuur onze jongens dominant en daarmee ook agressief gedrag voor. Dan is de tijd rijp voor onderling gemep en handtastelijkheden, voorboden van de komende missie: op naar de vrouwtjes!

Dat eenzijdige verhaal kennen we, en ook Pinker erkent dat we gewelddadige neigingen niet zullen doorgronden door louter in de hersenen of in ons DNA te turen. Lieve Semai en kwaaie Yanomamö doen het immers met dezelfde bio-outfit. Daarom zoeken cross-culturele psychologen in het boek 'Human Behavior in Global Perspective' de diepere achtergrond van beheerste óf juist escalerende agressie uiteindelijk in culturele invloeden.

Natuurlijk, onze hormoonhuishouding doet ertoe. Pomp het testosteron rond, en onze borst bolt vooruit. Castreer een beest en het wordt minder agressief. En wellicht waren de Qolla-Indianen uit de Andes inderdaad moordzuchtig door hun hypoglycemia, een verstoring van de glucose-stofwisseling. Maar de wereldwijde verschillen in geweld wijzen onherroepelijk op een 'leerelement': als kinderen een pluim krijgen voor hun ontluikende agressiviteit, in plaats van een reprimande, dan staat de deur naar bruut gedrag al op een kier.

Het beste bewijs daarvoor vormt misschien de vermaarde Zes culturenstudie uit de jaren zeventig, waarin kinderen uit zes dorpen in Kenia, Mexico, de Filippijnen, Japan, India en de Verenigde Staten werden gevolgd. De ouders leidden er hun kroost met bijzonder strenge hand (Mexico) of extreem tolerant (VS). In die dorpen bleken de actiefste, energiekste kinderen zich de geldende norm in hun gemeenschap het sterkst eigen te maken. Het resulteerde erin dat zij in het Mexicaanse dorp het meest gezeglijk waren, maar in het Amerikaanse dorp juist het meest assertief én agressief. De kinderen in de eenvoudige culturen moesten al jong de handen uit de mouwen steken -water halen, brandhout zoeken, dieren verzorgen- en ontwikkelden een coöperatiever instelling dan de Amerikaantjes die alleen de opdracht 'Opruimen!' kenden.

Later werden opnieuw 48 pre-industriële gemeenschappen bestudeerd en bleek dat geweld vooral voorkwam in dorpen waar kinderen minimaal contact hadden met hun vader. Daarop suggereerden de onderzoekers dat agressief gedrag van jongens deels een verdedigingsmechanisme is tegen een te vrouwelijke rol in hun kindertijd.

Het verzet begint in de testosteronleeftijd. De toename van misdaden in de VS van 1960 tot 1975 liep vrijwel parallel met de groei in de leeftijdsgroep van 14 tot 24 jaar, en van die jonge mannen belandden er vier keer zoveel in het gevang als uit de leeftijdsgroep van 25 tot 39. Maar, beseften criminologen, van een verhoogde productie van testosteron word je niet zomaar gewelddadig. Het leidt bij primaten bijvoorbeeld wel tot meer dominant gedrag en bravoure, maar niet per se tot agressie.

Wat speelt hier dan? Een strikt culturele verklaring -zoals: jongens worden meer tot geweld aangezet dan meisjes- is te simpel, schrijven de psychologen in 'Human Behavior in Global Perspective'. Agressie móet een bioculturele oorsprong hebben, en voor hun verklaring verwijzen ook zij naar de rolverdeling van de geslachten. Meisjes worden, met het oog op de kinderen, in een zorgende rol gekneed, jongens meer in brood-op-de-planktaken. Juist in gemeenschappen waarin die traditionele verdeling nog scherp is doorgevoerd, is vader -de spiegel voor de zoon- veelal van huis. Daar waar jongens lang om moeders rokken moesten vertoeven omdat vader afwezig is -in de Zes culturenstudie gold dat vooral voor de dorpen in Kenia en India- werd door jonge mannen veel gemoord, gestolen en verkracht.

Protest-machoïsme heet dat in het jargon. Vervrouwelijkte jongens verheffen zich, noodgedwongen, gewelddadig tot man. Dat verschijnsel zou mede de epidemie van geweld onder donkere Amerikanen verklaren. ,,Loop kwaad, praat kwaad en denk kwaad'', tekenden de psychologen uit hun mond op. Geweld in de bioscoop en op tv stimuleert hen daarbij, denken de psychologen.

En dan zijn we weer bij Steven Pinker, die je ,,Schei toch uit met zulke psychologische dooddoeners'' hoort denken. ,,Zij vergeten hoe snel geweld en agressie ook in de rustigste oorden plotseling kan uitbreken.'' Omdat het zo'n basale uiting in ons gedragsrepertoire is. We worden steeds vreedzamer, erkent Pinker. Zelfs als je de dodentallen van de twee wereldoorlogen meerekent, tonen we ons minder gewelddadig dan voorheen. In Europa en de VS stierven over de hele 20ste eeuw een paar procent van de mannen door geweld, een schijntje vergeleken bij het slagveld van weleer onder jager-verzamelaarstammen in bijvoorbeeld Zuid-Amerika (tot zelfs 60 procent).

Onze 'morele cirkel', waarbinnen wij medemensen beschermen, dijde almaar uit, van familie tot stam tot stad tot land. Maar komen we onder druk, dan verliest een verre lotgenoot voor ons snel zijn menselijke gezicht, en wordt het weer de vreemde die we probleemloos ,,als een kreeft'' behandelen, vermoedt Pinker.

Omdat we soms baat hebben bij geweld en agressie en onze aard er daarom ook in voorziet. ,,Agressie is geen primitieve, irrationele drijfveer, noch een ziekte binnen specifieke culturen'', meent de evolutiepsycholoog. Het is de onvermijdelijke uitkomst van de dynamiek die gedrag kenmerkt van voor zichzelf opkomende, rationele en sociale wezens. En het zit er zo diep in dat we op gezette tijden, of op een onberedeneerd ogenblik, weer blind de vallei des doods binnenmarcheren.

Vorige afleveringen verschenen op 13, 19 en 27 maart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden