Mens vergroeit met robot

Wat kunnen denkers zeggen over de actualiteit? Tweewekelijks spreekt Trouws Filosofisch Elftal zich uit. Vandaag: De robot wordt steeds menselijker. Is dat een zorgelijke ontwikkeling?

Robots verschillen minder van mensen dan we in eerste instantie zouden denken. Sterker nog, net als robots zijn wij mensen inforgs, informatie-organismen. We verschillen niet fundamenteel van de huidige en toekomstige kunstmatige wezens die we creëren.

Dat stelt Luciano Floridi, hoogleraar filosofie in Oxford (vorige week in Trouw). In Maastricht werd onlangs een symposium over persoonlijke relaties tussen mens en robot gehouden. Het eindigde in een discussie over liefde.

Kun je robots liefhebben? Het antwoord hangt af van je liefdesbegrip. Maar een simpele ontkenning of het wegwuiven van de vraag volstaat niet meer. Is de robotrevolutie al gaande?

Marli Huijer: „De grens tussen mens en machine is aan het vervagen. Ik kan mij laten troosten door de televisie, ik heb vaak het gevoel dat Clairy Polak en Matthijs van Nieuwkerk bij mijn leven horen. Ik voel een menselijke betrokkenheid, hoewel ik best weet dat het ’maar’ televisie is. Ik heb ook gevoelens bij mijn persoonlijk ingerichte mobiele telefoon en mijn laptop, ik kan kwaad worden op mijn computer.

Dat kan ook bij een robot. Als die ’s ochtends een kopje koffie voor je zet, of dingen voor je optilt, krijg je daar warme gevoelens bij. En de robot kan ook nog leren. Hij kan zich realiseren dat je boos bent, door de klank van je stem, en zich dan voortaan anders gedragen. Dat is een heel menselijke interactie.”

Maar verdwijnt daarmee het fundamentele verschil tussen mens en robot? Huijer: „We groeien naar elkaar toe. Wij konden ons twintig jaar geleden niet voorstellen dat iedereen overal en altijd bereikbaar zou worden. Nu vinden we het iets vanzelfsprekends. De mens is voortdurend in interactie met zijn omgeving. En als die omgeving deel wordt van het mens-zijn, verander jij als mens ook. Als je een bril opzet en daardoor scherper ziet, ben je een ander mens. We lijven technologie in, en daardoor worden we andere dingen. En de robot zal op zijn beurt steeds meer op ons gaan lijken, alleen al omdat hij door mensen geprogrammeerd wordt.”

Sabine Roeser weet niet of het zo’n vaart zal lopen. Roeser: „Floridi ziet de mens als een ’informatie-organisme’. Maar dat is een bijzonder beperkt begrip van wat mensen zijn. Als je in de mens meer ziet dan een informatieverwerkend ding, dan is het maar de vraag of die versmelting van mens en robot überhaupt plaats kan vinden.

Veel mensen gaan ervan uit dat het een kwestie van tijd is voordat de verschillen tussen mens en machine verdwijnen. Maar de antropologen onder de filosofen zeggen: het is principieel onmogelijk dat mensen ooit gelijkwaardig worden aan robots. Omdat mensen een identiteit, autonomie en zelfbewustzijn hebben, zaken die je niet kunstmatig kunt opwekken. Ik deel die intuïtie, maar besef wel dat deze opvatting onder druk staat.”

Er is toch nog in de verste verte geen robot met zelfbewustzijn op menselijk niveau? Roeser: ,,Nee, maar daar wordt aan gewerkt. Tegelijkertijd blijkt de mens zelf minder autonoom te zijn dan we tot nu toe dachten.

„Veel aspecten van ons gedrag die we tot voor kort zagen als hoogst individuele eigenschappen, blijken nu in hoge mate voort te komen uit neurologische en genetische factoren – door onze eigen robotachtige programmering. We zijn veel minder vrij dan we dachten.”

„Ik vind het geen prettige gedachte, maar ik sluit niet uit dat er in de toekomst nog minder van onze vrije wil overblijft. En als we ons eigen bouwschema nog verder doorgrond hebben, zou het in principe mogelijk moeten zijn om gelijkwaardige robots te creëren, waarmee we ook gelijkwaardige relaties zouden hebben.”

Iets om bang van te worden? Marli Huijer: „Waarom? In de klassieke techniekfilosofie wordt technologie tegenover de mens gesteld: techniek roept vervreemding op en ontmenselijkt. In de hedendaagse filosofie is die tegenstelling verlaten. Het idee dat mens en ding totaal verschillend zijn, is achterhaald. Iemand als wetenschapsantropoloog Bruno Latour behandelt dingen en mensen als twee niet van elkaar te onderscheiden actoren.”

Technologie, en zeker robottechnologie, wordt nog steeds vaak afgeschilderd als bedreiging van menselijke waarden. Terwijl techniek volgens Huijer juist kan dienen om intermenselijke communicatie en zorgzaamheid te faciliteren. „Er zijn zelfstandig wonende bejaarden die via een webcam 24 uur per dag een gesprek kunnen hebben met een verzorger. Dementerenden krijgen een robot in de vorm van een knuffelzeehond. Dat draagt eerder bij aan een gelukkige samenleving dan dat we er een onmenselijke wereld mee creëren.”

Roeser: „Als een kunstmatig denkend knuffelzeehondje een dementerende gezelschap kan houden, dan is daar niets op tegen. Maar ik vraag me wel af of het ook een gelijkwaardige aanvulling is op menselijke aandacht. Het feit dat dergelijke zeehondjes zo succesvol zijn, zegt meer over de tekortkomingen in onze menselijke relaties dan over de kwaliteit van die robotjes.”

Huijer: „Robots zullen nooit een vervanging, maar altijd een aanvulling blijven. Maar waarom zou je alleen van mensen of dieren mogen houden en niet van dingen? Je houdt toch ook van je boeken, je meubels, je huis? De wereld gaat ten onder als mensen alleen maar van mensen mogen houden.”

Roeser: „Zolang er nog redenen zijn om te geloven dat er een vrije wil bestaat, hecht ik er zeer aan om aan dat concept vast te houden. Als het element waarmee de mens zich van dieren en dingen onderscheidt.”

Huijer: „De mens zal altijd graag in de illusie willen geloven dat hij degene is die de robot aanstuurt.”

Roeser: „De mens stuurt ook aan. In deze context verwarren wetenschappers vrije wil nogal eens met willekeur.”

„Ze plaatsen een ’randomfunctie’ in het brein van de robot, ze zorgen ervoor dat de robot af en toe afwijkt van zijn patroon en ineens iets anders doet. En dan zeggen ze: hij heeft een eigen wil.”

„Maar een ’randomfunctie’ leidt tot een totaal onbepaalde, grillige handelswijze. Dat is zo ongeveer het tegenovergestelde van de menselijke vrije wil – het vermogen om een bewuste keuze te maken en daarnaar te handelen.”

„Als je een willekeurig handelende robot een eigen wil toeschrijft, heb je niets begrepen van de mens. En als je een liefdesrelatie met een robot begint, een totaal van jou afhankelijk ding, ben je verliefd op jezelf.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden