Mens dankt groot brein aan fruitminnende apen

evolutie Onze voorouders werden niet zo intelligent door het leven in een complexe sociale structuur, maar door veel fruit te eten.

Het is een grote steen die Amerikaanse biologen gisteren in de evolutievijver gooiden. Al een kwart eeuw is het heersende idee dat de omgang met veel soortgenoten het brein van de mens heeft gevormd. Het vergt immers nogal wat denkkracht om met iedereen in de groep rekening te houden of zelfs samen te kunnen werken. Eén van de grondleggers van deze theorie, de Brit Robin Dunbar, zag zelfs een direct verband tussen de grootte van het brein van een primaat en de grootte van de groep waarin deze zou verkeren. Dunbar rekende voor dat een mens 150 vriendschappen of relaties kon overzien.

Maar de theorie rammelde. Studies spraken elkaar vaak tegen. Zo bleek uit het ene onderzoek dat primaten die in groepen leefden met veel wisselende seksuele contacten de grootste hersenen hadden. Die moesten immers veel partnerschappen onderhouden. Nee, kwam uit een andere studie: juist in monogame groepen zijn de breinen groot. Dat is, met alle overspel, leugentjes en ruzies, pas ingewikkeld.

Bij al die studies waren de primatengroepen klein en de bewijzen dun, beweren de biologen van de universiteit van New York in het vakblad Nature Ecology & Evolution. Zij pakten het groots aan: ze analyseerden 140 soorten, hanteerden een veelheid aan variabelen - groepsgrootte, sociale structuur, seksuele gewoontes - en lieten er hun statistiek op los. Slechts één variabele had een duidelijk verband met de hersengrootte: het dieet. Primaten die veel fruit aten, hadden een groter brein dan bladeters. Vleeseters hadden ook wel meer hersens, maar dat verschil was minder duidelijk.

undefined

Gezonde voeding

Zo gek is dat niet, schrijven ze. Het vereist nogal wat denkwerk om vruchten te zoeken en te plukken, veel meer dan nodig is om alle bladeren van een tak op te vreten. Bovendien moet je het vruchtvlees vaak onder een schil vandaan pulken. Maar dan heb je ook wat: een vrucht heeft veel meer voedingswaarde dan een blad of gras. En die gezonde voeding draagt weer bij aan de groei van het brein. Dus, besluiten ze: 'Niet de sociale vaardigheden waren de drijvende factor voor de hersengroei, maar de kunst van het fruitplukken.'

De commentator van het blad reageert zuinigjes. Zijn grootste bezwaar: de grootte van het brein is een slechte maat voor intelligentie. De biologen hadden volgens hem op zijn minst naar de neocortex moeten kijken, de toplaag van het brein waar de hogere functies zetelen. Maar eigenlijk gelooft hij hen niet: 'Het dieet kán niet het hele verhaal zijn.'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden