Menno Oosterhoff, de psychiater die zelf ook een dwangstoornis heeft

Psychiater Menno Oosterhoff:
Psychiater Menno Oosterhoff: "De grens tussen normaal en abnormaal is altijd ingewikkeld."Beeld Hollandse Hoogte

Hij is de psychiater die het zelf ook heeft. Op de eerste ‘Dag van de dwangstoornis’ presenteert Menno Oosterhoff een openhartig boek.

Na het ontbijt aaide psychiater Menno Oosterhoff zijn hond en stuitte op een teek. Hij kreeg hem te pakken, maar toen was-ie pardoes weg. “Ik had erg veel moeite om niet overal te zoeken. Mijn dochter kwam binnen en ik vertelde haar dat de teek weg was. Ze zei: ‘Maar dat geeft toch niets?’”

Veel mensen halen hun schouders op als een teek verdwijnt. Maar Oosterhoff moest zo vlak voor vertrek van huis even ontdwangen, zoals hij dat noemt. Dat laat zich volgens hem nog het best beschrijven als over een onaf gevoel heenstappen, de teek lekker kwijt laten zijn. “Mensen met dwang moeten oefenen in het bezweren van steeds terugkerende onrust.”

Vandaag, op de eerste ‘Dag van de dwang’ publiceert psychiater Oosterhoff een openhartig boek over zijn dwangstoornis. ‘Vals Alarm’ heet het. 2 à 3 procent van de bevolking heeft een obsessieve compulsieve stoornis, zoals de officiële naam luidt. Zij proberen meer dan een uur per dag onrust te verhelpen met overbodige handelingen of gedachten.

Zoals de ramen tellen van ieder flatgebouw waar ze langs fietsten. Om de paar minuten handen wassen. De hele dag bezig zijn met kleding recht leggen. Of, zoals Oosterhoff, uren zoeken naar een Post-it met een actie erop die hij allang heeft uitgevoerd. De dwang kan ook in hun hoofd zitten: obsessieve twijfel aan hun seksuele geaardheid of partnerkeuze, of angst voor een enge ziekte.

Oosterhoff: “Ik merk dat ik, nu het boek af is, neig tot obsessieve twijfel of ik wel écht een dwangstoornis heb. Omdat ik een goede kwaliteit van leven te heb, een goed huwelijk en drie lieve kinderen. Dat is bij sommige patiënten wel anders. Ik zei gisteren tegen mijn vrouw: ‘Heb ik wel echt dwang? Of zit ik een beetje interessant te doen?’ Zij, spottend: ‘Nou, je zit iedereen te belazeren’.”

Slecht herkend

Dwang is na depressie en angst een van de meest voorkomende psychische aandoeningen. “Maar het is het ondergeschoven kindje. Het wordt slecht herkend door behandelaren. Tussen de eerste klachten en de diagnose zit ongeveer zeven jaar en de helft van de mensen krijgt nooit de goede behandeling.”

Iedereen heeft wel een klein beetje dwang: niet op de nerven van straattegels staan, twintig keer de naam van de bushalte opzoeken, alinea’s niet langer dan vier regels maken, bij het traplopen één trede overslaan.

“Het is moeilijk om te bepalen wanneer er precies sprake is van een dwangstoornis. Dat is meestal het geval als die dwang voor serieuze problemen in iemands leven zorgt, als het langer dan één uur per dag in beslag neemt. Maar de grens tussen normaal en abnormaal is altijd ingewikkeld”, zegt Oosterhoff, die teamleider is bij de polikliniek dwangspectrumstoornissen van zorgorganisatie Lentis in Groningen.

Is zijn relatie met zijn patiënten veranderd sinds ze weten dat hij ‘het ook heeft’? “Een patiënt zei pas: ‘U hebt ook dwang, hè? Ik wil ook hulpverlener worden en als u het kunt, kan ik het ook’. Maar het heeft twee kanten: ik had een andere patiënt die vastliep in haar werk en haar ouders zeiden: ‘Waarom lukt het niet, bij Menno lukt het ook’.”

Volgens Oosterhoff houdt zijn dwang hem nederig als behandelaar. In zijn boek toont hij zich een psychiater die met zijn kennis naast patiënten gaat staan. Het eerste hoofdstuk begint met hoe zijn dwang het schrijven van het boek onmogelijk maakt. Hij wil volledig zijn, heeft laden vol informatie. Maar als hij dat allemaal gebruikt, wordt het boek onleesbaar.

Pas als hij het idee van volledigheid loslaat, krijgt hij plezier in het schrijven, vertelt hij. “Ondertussen denk ik koortsachtig: klopt het wel dat het uiteindelijk meeviel?” Even stil. “Ja, dat is wel zo.” Weer even stil. “Ik aarzel. Ik ben maanden alleen maar met dat boek bezig geweest. Ik noem dat niet dwangmatig, maar ik vind het moeilijk wanneer iets passie is en wanneer dwang.”

Omkeermomenten

Hij zucht. “Wat begint met een passie, eindigt bij mij vaak in dwang. De worsteling om niet toe te geven aan dwanggedachten of handelingen die zich opdringen, is echt ergens goed voor. Er zijn wat ik noem omkeermomenten nodig. Dat je, zoals vanmorgen bij de teek, de dwang voelt komen, maar je omdraait.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden