Review

Mengelberg: Naïef en hoogmoedig

Dirigent Willem Mengelberg, de held van het vooroorlogse muziekleven, zag zijn reputatie na de oorlog in één klap verwoest toen de Centrale Ereraad van de Kunst hem wegens zijn banden met de Duitsers levenslang (later teruggebracht tot zes jaar) uit zijn ambt zette. Hoogmoed komt voor de val, is de analyse van Philo Bregstein en Martin van Amerongen in hun toneelstuk 'Willem Mengelberg, Tussen licht en donker'. Hoornist Adriaan van Woudenberg, die onder Mengelberg werkte in het Concertgebouworkest, vertelt hoe orkestmusici de onbeperkte machtspositie en de ondergang van deze fameuze dirigent aan den lijve ondervonden.

,,Hij was meer dom dan slecht'', zegt Martin van Amerongen. ,,Nee'', reageert Philo Bregstein fel. ,,Hij hield zich van de domme.'' Ook nu het toneelstuk over dirigent Willem Mengelberg af is, zijn de twee schrijvers niet tot een gezamenlijk oordeel over hun onderwerp te bewegen.

Dat is niet zo vreemd als het lijkt. Want 'de zaak Mengelberg' is te complex voor een eenduidig oordeel. Mengelberg, die van 1895 tot 1944 het Concertgebouworkest dirigeerde, was geen antisemiet. Hij heeft geen Joden verlinkt. Maar hij heeft zich evenmin verzet toen de nazi's de Joden uit zijn orkest en Joodse componisten van het repertoire verwijderden. Hij liet zich gebruiken voor cultuurpolitieke nazi-propaganda: voor een zaal vol nazi's het Horst Wessellied spelen, vond hij geen bezwaar. Hij tekende voor de Kultuurkamer en ging zonder problemen op de foto met rijkscommissaris Seyss-Inquart. Bregstein: ,,Hij heeft zijn Joodse orkestleden verraden, hij heeft de Joodse diamantwerkers die altijd zijn concerten bijwoonden verraden, hij heeft de Joodse componist Mahler verraden en daarmee zichzelf.''

Ingrediënten genoeg voor een Shakespeariaans drama, vonden de twee schrijvers en daarom begonnen zij vier jaar geleden aan een toneelstuk over Mengelberg. Een toneelstuk moet leven en drama tonen, maar de schrijvers wilden alleen ware gebeurtenissen als uitgangspunt nemen. Meestal gaat dat niet samen, maar in dit geval wel. Van Amerongen had lang geleden een omvangrijke stapel materiaal over Mengelberg uit het archief van Het Vrije Volk kunnen redden en plukt daar nu de vruchten van.

Vier jaar lang reisde hij elke zes weken voor een weekeinde naar Parijs om met Bregstein deze schat tot een toneelstuk te bewerken. Uit de interviews met en verhalen over Mengelberg komt een naïeve man naar voren die aan 'hoogmoedswaanzin in de hoogste graad' leed, zoals Van Amerongen het in een essay bij het toneelstuk verwoordt. Zoals blijkt uit Mengelbergs reactie op de aarzeling van Joodse orkestleden om in 1938 in nazi-Duitsland te spelen. ,,U hebt mijn persoonlijke garantie dat niemand een haar zal worden gekrenkt. Iedereen van ons is welkom, zowel de Joden als de NSB'ers.'' En op de vraag hoe ze moeten antwoorden als iemand Heil Hitler zegt, antwoordt hij: ,,Dan zegt u netjes: Gutentag''.

De sleutel tot het begrip van Mengelbergs gedrag is de verafgoding die hem ten deel viel, vinden Bregstein en Van Amerongen. Mengelberg was volgens tijdgenoten, schrijft van Amerongen, 'Gods eigen opperkapelmeester op aarde'. Recensenten vereerden hem als 'Hercules', 'jonge Bonaparte' en 'profeet der muziek'. Geen orkestlid dat hem durfde tegen te spreken. In een land waarin enige concurrentie ontbrak, werd de talentvolle Mengelberg in korte tijd tot bovenaards wezen gepromoveerd. Geen wonder dat hij er zelf in ging geloven. ,,We hebben nog geen half zinnetje zelfkritiek van hem ontdekt'', zegt Bregstein.

Nu was Mengelberg in de eerste twintig jaar van zijn loopbaan ook een briljant dirigent. Het Concertgebouworkest heeft daar enorm van geprofiteerd. Het is niet voor niets dat de directie van het Concertgebouworkest en dirigent Riccardo Chailly begin vorige maand naar Mengelbergs graf in Luzern gingen om er een krans te leggen als eerbetoon aan het muzikale genie. Als eerste herkende hij de genialiteit van Gustav Mahler, wiens werk hij tegen de stroom in keer op keer uitvoerde. Des te schrijnender is het dat hij niet protesteerde toen de muziek van Mahler niet meer mocht worden uitgevoerd. Om zijn hoge positie te behouden moest hij zich daarbij neerleggen.

Dat verraad aan Mahler, en daarmee aan zijn eigen artistieke principes, wordt in het toneelstuk verbeeld door de zwijgende schim van Mahler, die Mengelberg kwelt als zijn geweten gaat knagen. Mengelberg ontkende doodweg dat hij geen Mahler meer mocht spelen van de nazi's, zoals hij ook ontkende dat het standbeeld van Mendelssohn in Leipzig was neergehaald. ,,Hij loog'', oordeelt Bregstein hard. ,,Wie liegt, is te kwader trouw en niet dom.'' Ook Van Amerongen noemt Mengelberg onomwonden 'fout', maar hij voelt toch mededogen voor de man die van zo grote hoogte ten val kwam. ,,De tragiek van Mengelberg was die hofhouding, de pluimstrijkerij, waardoor geen zelfkritiek meer mogelijk was.''

In het toneelstuk, dat Mengelberg voor de oorlog op het hoogtepunt van zijn macht toont en na de oorlog als hij uitgekotst is door Nederland, worden deze en andere gezichtspunten verwoord door tijdgenoten als de dirigent Otto Klemperer, zangeres Jo Vincent, orkestlid en vriendin Elly Bijsterus Heemskerk en componist en criticus Matthijs Vermeulen. In een rechtszitting, die zich in een droom van Mengelberg afspeelt, belichten zij de grootheid van zijn muzikale erfenis en de kleinheid van zijn politieke stellingnames. 'Een ausserordentlicher domkop'', oordeelt Klemperer. ,,Een nationale zondebok'', zegt Heemskerk. ,,Een onvergelijkbaar dirigent, die, dol geworden, alleen nog maar werkte voor zijn eigen praal'', concludeert Vermeulen.

Maar de schrijvers laten Vermeulen na Mengelbergs dood in 1951 (vlak voor het einde van zijn straf) ook zeggen dat hij een lauwerkrans op Mengelbergs graf zou willen leggen, omdat hij door hem in de 'schatkamer van de muziek' was ingewijd. Die krans is vijftig jaar later alsnog door het Concertgebouworkest gelegd en Van Amerongen noemt dat een 'daad van noblesse'. Tegelijkertijd mag de smet en smaad beslist niet bedekt worden. Bregstein: ,,Hij blijft een smet op de Nederlandse geschiedenis''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden