Men ziet wat men wil zien

De dag begon met een gouden trein van piepschuim en eindigde in de jungle, op een brede tak. Het leven is een sprookje. Dat zat zo.

Ik doolde weer eens door de stad, napiekerend over de Wehrmachtgraue mantel die Máxima in Neurenberg droeg met daarop een borduursel dat in de verte iets weg had van een swastika, terwijl ik alleen maar over de roze jurk had geschreven die ze een dag eerder in München aanhad.

Niet alleen was me die mantel ontgaan maar ook zou ik me met de ophef die erover in Duitsland opgeklopt werd geen raad hebben geweten. Ze droeg de mantel al eens bij een bezoek aan Denemarken (hij is van een Deense ontwerper) en niemand die er aanstoot aan nam; maar men ziet wat men wil zien, daartegen is geen kruid gewassen.

Het regende intussen gestaag, ik stapte voort onder mijn paraplu en hoorde kindergeschal opklinken vanonder de Domtoren. Daar zaten schoolkinderen op krukjes te schuilen, terwijl ze werden onderhouden door een deejay, die ik zou moeten kennen van de radio. Tussen de toren en de kerk stond een goudgeverfde trein, gemaakt van piepschuim. Model: hondekop. Hij woog vierduizend kilo zei de deejay, en dat vond ik best veel voor piepschuim. Er stond een beveiliger voor. Hij droeg een zonnebril op zijn neus en een zwart jack, terwijl die regen zachtjes op hem neerdaalde. Bij de toren hield iemand ook een paraplu vast boven de burgemeester, die geen jas droeg, maar wel zijn ambtsketen, want die gouden hondekop had iets van doen met het Spoorwegmuseum en de opening van de museumweek.

Dus sprak de burgervader de kinderen even toe, vertelde dat hij vroeger een Fleischmann-trein had (dat begrepen de kinderen niet, maar de deejay wel) en daarna mocht iedereen met hem en de bekende deejay op de foto en het regende zachtjes door, terwijl de fotograaf zijn camera aan een lange stok de hoogte in stak.

Ik doolde verder, passeerde de afgekloven V&D, waar nu echt de allerlaatste dag was aangebroken en als slotstuk de etalagepoppen voor 300 euro per stuk te koop werden aangeboden. Ze lagen in wanordelijke stapels op de grond, onderlijven soms van bovenlijven gescheiden, en ik kreeg er nare associaties bij, want men ziet wat men wil zien.

Vroeg in de middag nog dwarrelde ik een bioscoop binnen waar ze de nieuwe Disney-versie van 'The Jungle Book' vertoonden, live action in plaats van animatie en dat in 3D, wat wilde zeggen dat alles felrealistisch en technisch virtuoos uit de computer kwam en de jungle eruit zag zoals we jungles, krioelend van de gelukkige dieren, alleen maar kunnen dromen. De 3D-bril maakte van het scherm een kijkdoos met de illusie van diepte en de irriterende onscherpte ervan.

De dieren deden heel echt, maar ook weer niet, er was iets mensachtigs in hun gezichten getrokken - vooral bij Baloe - en ze spraken het verzorgde Engels van goed opgeleide acteurs. Het was allemaal heel vreemd en muzikaal in zoete symfonische Disneystroop gedompeld. Het eindigde, luierend, op een brede tak.

Knap gedaan, dacht je. En voelde niks.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden