Memoires van een taxigebruiker

2009. Leidseplein Amsterdam. ’Wat? Ofertoom? ü-fer-toom? Ben jij soms niet goed bij je hoof? Ofertoom! Jij denkt toch niet dat ik. Wat?

Wát? Seg jij maar u? Wat sulle we nou krijge!? Heb je wel es een heis foor je kneiter gehad? Met je Ofertoom!’

2003. Schiphol - Amsterdam Zuid.

’Zegtoe? Niet goed afschlag? Is goed, ik weten, is goed weg, wacht mar. Wat? Nee, snietgoed rechtsaf, snietgoed. Ik weten. Snietgoed, weg kapot. Alles graven trambaan. Ik weten! Dees kant beter. Alles geen probleem. Wacht, ik maken meter out. Wij maken goed, wacht mar. Snel thaus, snel thaus, wacht mar.’

1999. Station Amstel - Wibautstraat. (Passagier neemt de achterbank en legt koffertje op zitplaats naast hem. Door abrupt remmen glijdt het op de grond.)

’Seg eh laten we de boel wel heel, ja? Wat? Laten we de boel wel heel, seg ik. Wat? Koffertje? Koffertjes op schoot! Ik mot niet hebbe dat de boel ’n beetje door m’n wagen ligt te stuiteren, ja?’

1995. RAI, Amsterdam. (Klant kwam aan het begin van de A2 met z’n auto zonder benzine te staan, is naar het tankstation bij de Rai gelopen om benzine te halen en wil met een taxi terug naar zijn auto. Drie kwartier na het telefoontje arriveert taxi.)

’Wát? De A2? Ben je achterlijk ofso? Het is godverdomme niet te gelove! Dus jij denkt dat ik? Met een jerrycan benzine? In míjn wagen? Ben jíj belazerd!? En daarvoor kom ik hier helemaal naartoe? Nou ja seg, het is toch niet te gelove! Mafkees die je d’r bent!’ (stuift weg)

1989, Station Amstel Amsterdam. (Klant stoot bij instappen hoofd tegen deurlijst, ziet sterretjes). ’Ja hoor,daar gaan we weer! Dat gebeurt nou seker twee keer per dag, ongeloge. Dat komt: dit is een Volvo, en die hebben een fríj láge instap. Dus as je Mercedes gewend bent, ja, dan ken dat gebeure. () Ik sou eigenlijk een stickertje ofso op die deur moete plakke, om de mense te waarschuwe. Dat moet ik altijd nog es doen. Maar ja, d’r sijn sofeel dinge die je altijd nog es moet doen. Ja toch?’

1984, standplaats bij Westgaarde, Amsterdam. (Regen, vier passagiers). ’Fijn dat heb ik weer! Vier natte jasse in me wage. Effe een raampje open daarachter, ja? Wat? Wat seggu? Mijn eigen raampje? U begrijpt toch wel dat ik niet in de tocht ga zitten? Godsammekrake nog an toe, wat een volk je soms in je wagen krijgt. Ongelooflijk! Gisteren nog een stelletje dat niet wilde betalen. Nou dan hebben ze aan mij de verkeerde hoor! Die hebben we met een stel collega’s even heropgevoed, zogezegd! Buitenlanders natuurlijk, wat denk je. Wat zegt u? Wát? (trapt keihard op rem.) Niet praten? Imme eige taxi!?!?: D’r uit! D’ruiuiuiuiuit!!!’

1979, CS Amsterdam.

Taxi 1: ’Wat seg je? De Finkenstraat? Dat doe ik niet, kost me m’n plek. Weet je wel waar dat is? Fijf minute lope!’

Taxi 2: ’Je moet bij hem sijn, ja! Hij staat vooraan, dat sie je toch wel? En as hij je niet neemt, doe ik ’t ook niet. Wat? Finkenstraat? Heb je wat aan je bene?’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden