Column

Memo laat vooral zien hoe hard het spel in Washington gespeeld wordt

null Beeld EPA
Beeld EPA

Als zelfs een van de politieke praatprogramma's van zondagochtend wordt gepresenteerd in de kleuren van de New England Patriots, dan weet je: het is weer de zondag van de Superbowl. Dan hebben kennelijk zelfs aan politiek verslaafde Amerikanen moeite bij de les te blijven. Toch zou het de kijkers moeten lukken bij het beruchte 'Nunes memo' dat vrijdag openbaar werd.

De sport op tv bood ellenlange voorbeschouwingen: fans van de Eagles (uit Philadelphia) en de Patriots (Boston, <Go Pats!>) die kattig tegen elkaar deden, een spectaculaire ontknoping op het veld – en daarna is er eigenlijk niets veranderd, iedereen is nog steeds fan van zijn eigen club.

Onvolledig en suggestief

Met het memo ging het net zo. Opgesteld door medewerkers van de Republikeinse afgevaardigde Devin Nunes, werd er reikhalzend naar uitgezien door Donald Trump. Die leek al voordat hij het woensdag las zeker te weten dat het hem zou vrijpleiten van elke samenspanning met Russen tijdens de verkiezingen. En voor dat resultaat werd juist gevreesd door Democraten en andere critici van de president. Zij waarschuwden dat het memo een onvolledig en suggestief beeld zou schetsen van de omgang door de FBI en het ministerie van justitie met belastend materiaal. Dat was gebruikt als argument om een voormalig campagnemedewerker van Trump, Carter Page, af te luisteren als mogelijke Russische spion.

Zondagochtend werd, in kranten en op TV, aan het memo getrokken en geduwd alsof het een voetbal was. En aan het eind van de dag moest de conclusie zijn: de bal is niet over de achterlijn gekomen, we moeten wachten op de volgende wedstrijd. Republikeinse gasten hielden vol dat er een groot schandaal was onthuld, Democraten benadrukten dat zelfs volgens het memo het onderzoek naar de connectie tussen Rusland en de Trump-campagne al was begonnen voordat Carter Page in beeld kwam.

De Democraten hebben een tegenstuk geschreven, dat net als het Nunes-memo geheim is totdat de commissie voor de inlichtingendiensten het vrijgeeft, en daarna ook de president zijn fiat geeft. Maar zelfs als het het tegen-memo openbaar mag worden, zijn de Democraten in het nadeel doordat ze er niet op hetzelfde moment mee mochten komen. Het is niet te verwachten dat de media zich zullen laten opzwepen tot hetzelfde ademloze enthousiasme als voor het Nunes-memo.

De kans is daardoor groot dat het beeld dat het Nunes-memo wilde schetsen, beklijft. Een eerste peiling bevestigt dat al: onder aanhangers van Donald Trump is het vertrouwen in de FBI nu een stuk lager dan bij de gemiddelde Amerikaan.

Vertrouwen

Dat kan Trump helpen in het geval dat hij zich moet verdedigen tegen ernstige verwijten van speciaal aanklager Robert Mueller, die onderzoek doet naar de Rusland-connectie en eventuele pogingen van Trump of anderen om zulk onderzoek te bemoeilijken. Maar terwijl hij en de Republikeinen daar de geesten rijp voor maken – en er valt niet aan te twijfelen dat ze dat beogen met het Nunes-memo – richten ze wel schade aan in het vertrouwen tussen de instituties die de Amerikaanse staat bijeen houden.

De president is het hoofd van de uitvoerende macht, het ministerie van justitie en de FBI vallen rechtstreeks onder hem – maar evengoed stelt hij zich nu vijandig op tegen de top daarvan. De FBI is een van de veiligheidsdiensten, onder andere belast met contra-spionage. Na het bekend worden van misdragingen van de FBI in de jaren zestig, en misbruik van de inlichtingendiensten door president Richard Nixon in de jaren zeventig, werden al die diensten onder toezicht geplaatst van commissies van het Congres.

Die commissies moeten daarvoor veel geheim materiaal inzien, en doen dat uiteraard achter gesloten deuren. Dat leidde tot voor kort tot een mate van onderling vertrouwen en samenwerking in die commissies die je daarbuiten tussen Democraten en Republikeinen nauwelijks meer vond.

De polarisatie die het Congres al jaren zo goed als lam legt, lijkt met de publicatie van het memo nu ook de verhoudingen te hebben vergiftigd in de commissie voor de inlichtingendiensten van het Huis van Afgevaardigden. Met name de voorzitter, Devin Nunes, lijkt het afweren van aanvallen op president Trump als zijn hoofdtaak te zien.

Dat leidde vorig jaar al tot een potsierlijke vertoning: Nunes ging opeens naar het Witte Huis, om zoals hij zei de president geheime informatie te laten zien die hij in handen had gekregen. Daaruit zou blijken dat bij het Rusland-onderzoek burgerrechten van medewerkers van Trump waren geschonden door Obama's veiligheidsadviseur Susan Rice. Trump zei daarna dat die informatie zijn omstreden bewering steunde dat Obama Trump Tower had laten afluisteren. Maar het bleek dat die schokkende informatie Nunes in handen was gespeeld door het Witte Huis zelf – en bovendien weinig voorstelde.

Verontwaardiging

Nadat er een storm van verontwaardiging en hoon was opgestoken, beloofde Nunes dat hij zich verder buiten het Rusland-onderzoek zou houden. Maar hij bleef voorzitter van de commissie, en lijkt inmiddels zijn belofte vergeten te zijn.

Van samenwerking op inlichtingengebied tussen de twee partijen in het Huis van Afgevaardigden is nu geen sprake meer. Alleen sommige Republikeinen in de Senaat lijken daar nog waarde aan te hechten en uitten de afgelopen dagen kritiek op de publicatie van het memo.

En zo is weer een stukje van het fundament afgebrokkeld waarop de Amerikaanse politiek zo lang heeft gesteund: vertrouwen in de goede wil van de andere partij. Om in voetbaltermen te blijven: het spel gaat als vanouds door, maar het veld is er slecht aan toe. Daar komen ongelukken van.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden