Melkplas loopt over in mesthoop

RECONSTRUCTIE | Nederland was wereldkampioen koeien melken. Maar juist de opheffing van het melkquotum, een jaar geleden, zorgt ervoor dat de melkveehouderij nu toch weer moet krimpen. Hoe kon dit gebeuren?

Heel Nederland zag het van verre aankomen. Na het loslaten van het melkquotum op 1 april 2015 zouden melkveehouders hun melkproductie flink opvoeren. En iedereen wist dat dit fout ging; brancheorganisatie LTO, melkveehoudersvakbond NMV, zuivelcoöperatie FrieslandCampina, de regering, staatsecretaris Sharon Dijksma en haar opvolger Martijn van Dam.

De prijs van een liter melk tikte in 2013 en 2014 recordniveaus aan. Melkveehouders namen de boete op te veel geproduceerde melk voor lief. Ze hielden toch genoeg over. En dan lag 'bevrijdingsdag', het einde van het melkquotum, ook nog in het vooruitzicht. Ze bouwden grote nieuwe stallen en namen extra dieren. Nederland was wereldkampioen koeien melken.

Maar het probleem dat daarmee ontstond, drong zich ook meteen al op. De mesthoop werd te groot. In mest zit fosfaat en te veel fosfaat in de grond is schadelijk voor het milieu, vindt Brussel. Dijksma zat in 2013 al met boeren en milieuorganisaties om tafel. Toch duurde het tot 3 maart 2016 eer opvolger Van Dam met een definitieve oplossing kwam: een fosfaatrechtenstelsel. Nu zitten boeren met te grote stallen, voor te veel koeien.

Waarom liet de fosfaatwetgeving zo lang op zich wachten? Had het niet eerder gekund? Zat de politiek te slapen of keek ze bewust weg? Trapten boeren het gas te hard in en moeten ze nu maar de consequenties onder ogen zien?

Kiem

Hoewel al sinds 2008 bekend was dat de melkquotering in 2015 zou verdwijnen, werd de kiem van het probleem echt gezaaid in 2013 en 2014. De melkprijs bereikte die jaren topniveaus: een prikkel voor boeren om alvast flink te investeren in nieuwe stallen en dieren.

Vooruitlopend op 1 april 2015 berekende Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO) de groeimogelijkheden van de sector, binnen de milieugrenzen. Nederlandse melkveehouders zouden 10 procent meer koeien kunnen houden, zegt Kees Romijn, voorzitter van de LTO-vakgroep Melkveehouderij. "Ook was het mogelijk de koeien wat ouder te laten worden, minder fosfaat in het voer te doen en de melkproductie wat op te voeren. Dan wonnen de melkboeren nog eens 10 procent. Zo konden ze in totaal 20 procent meer melk leveren."

Rabobank maakte dezelfde berekening al in 2010. "We wisten dat het einde van het melkquotum een nieuw mondiaal evenwicht zou creëren", zegt Ruud Huirne, directeur Food & Agri bij de bank en buitengewoon hoogleraar agrarische economie en plattelandsbeleid aan de Wageningen Universiteit. "Toen zeiden we al: de groei van het aantal koeien hier, zal veel sneller gaan dan dat ze elders in de wereld verdwijnen."

Nederlandse boeren moesten volgens Huirne in 2013 en 2014 inzien dat de hoge melkprijs niet hun verdienste was. Het was toeval. Droogte in de grote melklanden Australië, Nieuw-Zeeland en Amerika zorgde voor een laag aanbod en de vraag uit China was hoog. "Realisme was nodig", zegt Huirne. "Ook in de goede tijd zei Rabobank: wees niet te optimistisch met investeringen. Maar boeren werden overmoedig." Ze investeerden vanaf 2013 juist honderden miljoenen om te groeien en aan de groeiende wereldwijde zuivelbehoefte te voldoen. Gemeenten leverden de vergunningen. Banken waren, hoewel voorzichtig, bereid te financieren.

Toen al die moderne stallen eenmaal stonden, ging het mis. In de loop van 2014 stokte de economische groei van China en daarmee ook zijn enorme import van melkpoeder. Gelijktijdig boycotte Rusland alle zuivel uit de Europese Unie. En vervolgens zakte de olieprijs ook nog in, waardoor olieproducerende landen veel minder Europese zuivel kochten.

Gevolg: de melkprijs kelderde van tegen de 50 cent naar ongeveer 30 cent per liter. Romijn: "De boeren wilden aan het eind van de maand wel hun rekeningen kunnen betalen. Ze zijn in een paar maanden al 20 procent meer melk gaan produceren. Maar dat betekende ook 15 procent meer koeien. Terwijl er maar ruimte was voor 10 procent."

Boerenambitie

Begin 2015 ging die groei veel sneller dan verwacht. De grens was eigenlijk al bereikt. Het was óók boerenorganisatie LTO niet gelukt de achterban rekening te laten houden met het plafond voor de mestproductie. Al vroeg in het jaar bleek dat de sector dwars door dat plafond heen zou schieten. Met alle gevolgen van dien.

Nederland heeft namelijk al jaren een ontheffing van de Europese Commissie om meer mest over het land uit te kunnen rijden dan Europese collega's. Een overtreding van de afspraken met Brussel kan die uitzonderingspositie op het spel zetten. Dan zou het mestprobleem nog veel groter zijn.

Vandaar dat de LTO naar eigen zeggen vroeg bij staatssecretaris Dijksma aan de bel trok. "We zijn toen met haar en milieuorganisaties gaan stoeien", zegt Romijn. "Over hoe we de sector konden afremmen."

Maar door politieke verdeeldheid werd het een moeilijke puzzel. Romijn: "Als je in de Tweede Kamer vroeg hoe het moest gebeuren, kreeg je net zoveel antwoorden als er politieke partijen zijn." Ook binnen de coalitie van de VVD en de PvdA waren de meningen verdeeld. "Dat maakte het zowel voor de sector als de staatssecretaris heel moeilijk om beleid te maken", aldus Romijn.

En waar de politieke besluitvorming vertraagde, trapten de boerenondernemers het gas nog eens harder in. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kwamen er vanaf april tot en met juli 2015 60.000 nieuwe koeien en kalfjes bij.

Op 2 juli 2015 kondigde Dijksma aan dat er fosfaatrechten zouden komen. Kort daarna noemde Harm Wiegersma, voorzitter van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond, het plan een haastklus. "Als sector waren we er niet blij mee", zegt Romijn. "Maar gezien de omstandigheden was het wel het beste dat we konden doen."

Ook toen was echter nog niets definitief. Maanden verstreken. Onzekerheid bleef. Heel veel boeren hoopten dat het meetmoment van hun aantal koeien (2 juli 2015), die het aantal fosfaatrechten bepaalde, opgeschoven werd. Huirne: "Door die onduidelijkheid namen veel melkveehouders een gok met investeringen. Om voor zichzelf een goede uitgangspositie te bemachtigen. Dat is individueel goed te begrijpen. Maar collectief pakte het beroerd uit. Er kwam veel te veel melk. Een miljard liter extra."

Romijn: "De individuele boer heeft misschien een zoon of dochter die het bedrijf wil overnemen. Hij probeerde zijn bedrijf klaar te maken voor de toekomst."

Volgens Huirne heeft staatsecretaris Dijksma er alles aan gedaan om de zuivelsector, boerenbonden en milieuorganisaties bij de besluitvorming te betrekken. "Idealiter was er al een aantal jaar eerder helderheid. Maar het is zo'n complex probleem, met enorm veel belangen. Men kan wel zeggen: de overheid had sneller moeten besluiten. Maar zo simpel is het niet. Rabobank zat niet bij het overleg, dus wat er precies besproken is, weet ik niet. Dat is vertrouwelijk."

"Stichting Natuur en Milieu zei: er kan wel 10 procent van de koeien weg", verklaart Romijn. "Een andere partij wilde weer dat elke koe een bepaalde hoeveelheid grond zou krijgen. Achteraf was het de sector veel waard geweest als Dijksma een jaartje eerder met de plannen was begonnen."

Toen vertrok Dijksma zelf naar het ministerie van infrastructuur en milieu. Haar PvdA-collega Martijn van Dam werd staatssecretaris van economische zaken.

Net mensen

Dijksma gaf het fosfaatrechtenstelsel uiteindelijk niet zelf vorm. Dat liet ze over aan haar opvolger. Romijn: "Bewindslieden zijn blijkbaar ook net mensen. Ook die schuiven sommige moeilijke beslissingen naar voren."

Van Dam heeft de afgelopen maanden zijn best gedaan grip te krijgen op de Nederlandse landbouw en bracht bezoeken aan boerenbedrijven in het hele land. Had hij direct het fosfaatdossier moeten oppakken? Romijn denkt dat dat misschien drie maanden eerder had gekund. "Dat had aan het stelsel zelf niets afgedaan." Ten slotte schiep Van Dam helderheid op donderdag 3 maart 2016.

De varkenscyclus bestaat nu ook in de melkveesector, weet Huirne. "Door de lage melkprijs vallen bedrijven af, dan daalt het aanbod en stijgt de prijs weer. Sectoren die daaraan gewend zijn, snappen dat je in goede tijden reserves moet aanleggen voor slechte tijden. Dat beseft de melkveehouderij nog onvoldoende. Of Nederland over tien jaar nog steeds 'wereldkampioen koeien melken' is, hangt af van de keuzes de we nu maken."

De unieke positie van Nederland

Niet alleen binnen Europa, ook wereldwijd neemt de Nederlandse melkveesector een bijzondere positie in. Dat komt door het klimaat, de nabijheid van de zuivelverwerking, de kwaliteit van de zuivel, de beschikbaarheid van ruwvoer voor de koeien en de aanwezigheid van sterke industrieën. Het geeft ons land een concurrentievoordeel ten opzichte van de rest van de wereld.

Maar Nederland heeft ook een mestprobleem, legt Ruud Huirne uit. Hij is directeur Food & Agri bij de Rabobank en buitengewoon hoogleraar agrarische economie en plattelandsbeleid aan de Wageningen Universiteit. "We hebben ook veel kippen en varkens en maar een beperkte hoeveelheid grond. Export van mest lukt niet altijd. Als Nederland onderdeel van Duitsland of Frankrijk was geweest, waar de veesector minder intensief is, was dit probleem er niet. Want dan rijd je de mest gewoon een paar kilometer verder, waar veel akkerbouw is. Maar de calculatie van de mestafzet stopt bij de grens."

Er is bijna geen enkel land waar de grond en de mestafzet voor boeren zo duur is als hier, zegt Huirne. "Nederland kon dat altijd compenseren met een enorm goede productiviteit per koe. Maar dat effect is een beetje uitgewerkt nu de kosten door fosfaatrechten nog hoger worden. Echter, ons fosfaatrechtenstelsel kan op den duur weer een mooi exportproduct worden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden