Melkmeisje raakte tijdens oorlogsjaren beschadigd

Krantebericht over de teruggave van Het Melkmeisje aan directeur Röell van het Rijksmuseum. Beeld RV

Het Melkmeisje van Vermeer liep tijdens verblijf in de VS in de Tweede Wereldoorlog kleerscheuren op.

Vermeers Melkmeisje, een van de belangrijkste kunstwerken van Nederland, is tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten beschadigd geraakt, zo ontdekte Trouw na archiefonderzoek. Vermoedelijk waren de vele temperatuurswisselingen die het heeft moeten ondergaan de oorzaak. Ook twee schilderijen van Frans Hals raakten beschadigd.

Vanwege de wereldtentoonstelling in New York in 1939 reisden behalve de Vermeer en de Hals-portretten ook nog veertien doeken van Van Gogh en werken van Jan van Goyen, Carel Fabritius, Meindert Hobbema en Albert Cuyp de oceaan over. Omdat in september van dat jaar in Europa de oorlog uitbrak en Duitse duikboten het ook op koopvaardijschepen hadden gemunt, bleven al deze schilderijen in de VS.

Twintig musea

In de jaren die daarop volgden maakten Amerikaanse musea volop gebruik van de unieke kans om Hollandse zeventiende-eeuwse werken tentoon te stellen. Met name Vermeers Melkmeisje was populair en trok drommen bezoekers. Uit correspondentie blijkt dat dit werk in wel twintig musea heeft gehangen, verspreid over het hele land met uiteenlopende temperaturen en vochtigheidsgraden.

De beschadiging van Het Melkmeisje is nooit aan de grote klok gehangen. In het kabinet dat tijdens de oorlog in ballingschap in Londen verbleef, was het echter onderwerp van druk geheim diplomatiek verkeer. Minister Gerrit Bolkestein van onderwijs en cultuur ontving uit de Verenigde Staten verontrustende berichten over de staat van Het Melkmeisje en de twee portretten van Frans Hals.

Daarbij zat in ieder geval één rapport van de gerenommeerde restaurateur William Suhr, verbonden aan de Frick Collection in New York, die verschillende beschadigingen constateerde. Daarnaast was er nog een rapport van Stephen Pichetto die waarschuwde voor ‘gevaarlijke blaren’ en hij adviseerde om het werk niet meer te transporteren voordat deze stukken verf waren vastgezet.

De beschadiging van Het Melkmeisje is nooit aan de grote klok gehangen. Beeld RV

Kunsthistoricus

De organisator van de tentoonstelling in het Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling, William Valentiner, wees in 1945 het ‘frequente vervoer’ aan als boosdoener. Hij vertelde het horrorverhaal dat hij ternauwernood wist te voorkomen dat Het Melkmeisje in het midden van de winter in een onverwarmde vrachttrein naar Canada was vervoerd, met een lange wachttijd bij de grens. Zijn protest tegen de behandeling van Het Melkmeisje werd volgens hem afgedaan als ‘unnecessary difficulties’.

Dat het gesol met Het Melkmeisje in de VS na de oorlog met de mantel der liefde werd bedekt, is waarschijnlijk toe te schrijven aan Phons Vorenkamp. Deze kunsthistoricus verwierf veel gezag door een grote hoeveelheid door de nazi’s geroofde Nederlandse kunst boven water te krijgen.

Vorenkamp werkte voor en na de oorlog bij het Smith College Museum of Arts. In de maanden voor de repatriëring in 1946 hing Het Melkmeisje in dat museum, in oude glorie hersteld. Waar het doek is behandeld, is onbekend. Directeur Röell van het Rijksmuseum reisde na de oorlog naar de VS om de Nederlandse kunst op te sporen en leerde daar Vorenkamp kennen. Bij diens overlijden in 1953 roemde Röell zijn enorme charme en gastvrijheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden