'Melisande is een straatdier dat nergens vandaan komt'

Al tien jaar bevriend maar nu voor het eerst samen in een produktie: Peter Sellars en Simon Rattle, regiseur en dirigent, dertigers. 'Pelleas et Melisande', een van de schaarse opera's van Claude Debussy en een produktie van De Nederlandse Opera, opent het Holland Festival. Twee gelieven gaan ten onder in een vreugdeloze samenleving, waarin de jongere generatie niet kan opbloeien. Rattle, die in Nederland zijn sporen verdiende bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, heeft een zwak voor het Franse repertoire. Sellars is wereldwijd geprezen (en verguisd) om zijn rigoureuze actualisering van klassieke teksten. "'We agreed to disagree': Simon borrelt over van de ideeen, waar ik dan weer de mijne tegenover zet. Maar omdat we allebei Debussy recht willen doen, zijn we overeengekomen het oneens te zijn."

Met zijn orkest in Birmingham dat hij, sinds hij er in 1980 chef van werd, snel van provinciaal naar internationaal niveau wist te tillen, heeft Rattle ook in het Franse repertoire grote indruk gemaakt. Met het Rotterdams Philharmonisch Orkest, dat hij in deze werken onder zijn hoede heeft, onderhoudt hij al sinds 1978 nauwe betrekkingen.

"Dat is natuurlijk een orkest met een lange traditie in het Franse repertoire" , stelt Rattle, tegelijk zijn verbazing erover uitsprekend dat hij al zo'n lange relatie met het RPhO heeft. "Dat is toch bijzonder, vind je niet? Misschien heeft mijn eigen affiniteit met Franse muziek ermee te maken dat Engeland bezijden de Duits-Oostenrijkse muzikale hegemonie is blijven zitten en er dus meer voor open kon staan. Ik heb mij er altijd toe aangetrokken gevoeld. Toch moet je heel voorzichtig zijn met welk orkest je dat repertoire aanpakt. Mijn voorganger in Birmingham was een Fransman en dat blijft hangen. Net als in Boston, waar Charles Munch zo vele jaren de baas was. Daar plukt Haitink de vruchten nog van, die niet voor niets juist met dat orkest zijn Franse repertoire opneemt. Met bij voorbeeld het London Philharmonic zou ik het niet doen, hoe goed dat orkest ook is. Je moet niet alleen de mogelijkheid hebben om die typische, tegelijk heldere en warme klank te maken, maar ook weten waarvoor die nodig is. Ravel en Debussy, hun muziek is net een legpuzzel. Het impressionistische eraan is altijd alleen de ndruk die ze achterlaat. Een orkest moet veel geduld hebben om dat voor elkaar te krijgen."

'Pelleas' dirigeert Rattle nu voor de eerste keer, maar hij heeft al een lange band met het werk.

"Ik zag die opera voor het eerst toen ik een jaar of vijftien was. Het gekke is dat ik mij werkelijk alles van die voorstelling nog kan herinneren, inclusief de plaats in de zaal die ik had, de geur van het publiek, noem maar op. Zo'n enorme indruk maakte dat op mij. Het is een heel moeilijke opera om uit te voeren. De musici moeten niet alleen naar elkaar, maar ook naar de zangers heel nauw luisteren. Debussy is meer een intellectueel dan Ravel, hij verbergt zijn ware gevoelens zo goed, maar in 'Pelleas' geeft hij daar - bijna ondanks zichzelf - toch veel van prijs."

"Ik wil de uitvoering heel strikt houden. Het gevaar zit erin dat je het egaal laat klinken als een vlak landschap. Dat moet zeker niet. Het is een van de meest obsessieve, tragische opera's die ik ken. De geest van 'Tristan und Isolde' waart er doorheen. Als de personen praten, is het net als in 'Tristan': ze zeggen iets waar ze direct spijt van hebben. Het is niet alleen symbolisch. De tussenspelen geven hen de kans om op adem te komen. Die worden doorgeacteerd, zodat het publiek hopelijk zijn mond houdt, want ze zijn muzikaal wel essentieel. Het gaat van het ene pijnlijke moment naar het andere. Melisande is de enige die nooit verandert. Ze heeft minder te zeggen dan een van de andere personen, maar ze is altijd aanwezig. Ze is als een straatdier, dat nergens vandaan komt en waarvan je alleen weet dat ze diep gekwetst is. Er zitten steeds dingen in de opera die je op het verkeerde been zetten. Het gaat niet om symbolen en tekens, maar om echte mensen. Dat is wat ik in de visie van Peter Sellars zo waardeer, met wie ik overigens nog nooit eerder heb samengewerkt, hoewel we al jarenlang bevriend zijn. En daarom ben ik ook blij dat we een bezetting hebben die uit echte theaterdieren bestaat. Voor de meesten is bovendien hun rol nieuw. Dat is goed, zo komen we allemaal hongerig bij elkaar."

Een prettig onderdeel van Rattle's huidige, langdurige verblijf in Nederland ( "Tweeeneenhalve maand zitten we hier, met onze twee kinderen. Heerlijk!" ) vormen ook de twee Berlioz-uitvoeringen.

"De componist heeft juist in Engeland altijd grote weerklank gevonden, maar ik heb nog nooit eerder de kans gehad 'Romeo et Juliette' in zijn geheel uit te voeren. Hier is het een schakel in de cyclische opbouw van zijn dramatische werken waar Pierre Audi bij De Nederlandse Opera mee bezig is. De uitdaging is groot, maar als ik alleen werken zou dirigeren die makkelijk zijn, zou ik mij moeten beperken tot de Carmina Burana of zo, en daar voel ik weinig voor."

In Birmingham hoeft Rattle zich programmatisch weinig beperkingen op te leggen.

"Vanaf het begin heb ik er gemengde programma's gedaan, ook veel eigentijdse muziek. Het publiek is heel loyaal: ondanks de recessie hebben we nog steeds een zaalbezetting van 90 procent. Het is een prachtig orkest: alert, jong, genspireerd, en we hebben sinds een paar jaar een heerlijke zaal. Ik heb profijtelijke aanbiedingen gehad, maar ga er voorlopig niet weg. Nog niet zo lang geleden is mijn contract verlengd, maar eerlijk, uit mijn hoofd zou ik niet eens weten tot wanneer."

Zelfs het aantrekkelijkste operahuis zou Rattle, ondanks zijn grote passie voor het genre, niet kunnen verlokken.

"In Birmingham hebben we een geweldig theater, het Hippodrome, dat het tweede thuis is voor de Welsh National Opera uit Cardiff. Het zou wel goed zijn voor mijn orkest om eens in de bak te zitten, maar wij moeten ons beperken tot opera in concertvorm. Zelf zou ik absoluut niet dag in dag uit in een opera willen werken. Als je een operahuis wilt runnen, moet je verliefd zijn op het grootste deel van het repertoire. Als ik Mozart en Janacek maar heb, dat zijn echte passies, en nog wat werken, zoals 'Pelleas'. Dan kan ik overleven zonder het merendeel van de rest. Er zijn grote delen in het repertoire die mij of niet interesseren, of waarvoor ik het talent niet heb. Vrijwel de hele Italiaanse opera is een ongeschreven boek voor mij."

"Als je er niet volledig achter staat, moet je ervan afblijven. Dat geldt trouwens ook voor de omstandigheden waaronder je werkt. Ik ken weinig theaters in de wereld die de voorwaarden bieden die hier in Amsterdam gelden. Er zijn dirigenten, groter dan ik, die arbeidsvoorwaarden accepteren waarvoor ik mijn bed niet zou uitkomen. Iemand als Wolfgang Sawallisch, zo'n geweldige dirigent, daar begrijp ik echt niet van dat hij zo over zich heen laat lopen. Ik geef toe: ik ben gezegend, hoef rijk noch wereldberoemd te worden en kan mij permitteren te werken op die plekken waar mij dat aanstaat. De muziek zelf is al zwaar genoeg, daar hoef ik geen andere complicaties bij te hebben."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden