Melilla weert vluchteling met succes, maar er is ook kritiek

reportage | Eigenzinnige migratiepolitiek blijkt voorbeeld voor EU-deal met Turkije

Het spiksplinternieuwe asielloket bij Ben-Enzar, de drukke grensovergang tussen Afrika en Europa, ligt er verlaten bij. Achtduizend vluchtelingen uit Syrië wisten vorig jaar nog de weg naar Melilla, de afgelegen Spaanse exclave in Noord-Afrika, te vinden. Maar nu klopt praktisch niemand meer aan bij het loket. Het speelgoed in de speciaal ingerichte kinderhoek ligt er onaangeroerd bij. Even verderop in het doorgangscentrum verblijven nog maar een kleine honderd Syriërs.

Ruim een jaar geleden werden bij de grens van Melilla en Ceuta, de andere Spaanse exclave 400 kilometer westelijker, na lang dralen eindelijk asielposten geplaatst. De grijze containers, die dienst doen als asielloket, kunnen gezien worden als een symbolische kroon op Spanje's eigenzinnige migratiepolitiek.

Spanje wist het tij namelijk al eerder te keren nadat in 2006 duizenden vluchtelingen uit de sub-Sahara en masse naar de Canarische Eilanden togen en aan de poorten van de exclaves rammelden. Door samenwerking met de herkomstlanden en vooral met buurland Marokko werden de vluchtelingenstromen ingedamd. De exclaves trokken de afgelopen jaren hoge hekken op en plaatsten bewegingssensoren en camera's om de economische vluchteling te weren. De asielposten staan er nu voor de oorlogsvluchteling.

Spaanse media en ngo's claimen nu dat de vluchtelingendeal met Turkije lijkt op die tussen Spanje en de Afrikaanse landen, alsof het erop is geënt. En dat is niet als compliment bedoeld, want het a priori scheiden van migranten is precies waar de schoen wringt. De UNHCR-afdeling in Melilla en de Spaanse vluchtelingenorganisatie CEAR zijn daar mordicus op tegen.

CEAR-coördinator en advocaat Teresa Velázquez, die migranten in Melilla bijstaat, vertelt in een café in het centrum van de autonome stad dat veel Afrikanen die de hekken beklimmen wel degelijk uit conflictgebieden komen. De gedelegeerde van de Spaanse regering in Melilla, Abdelmalik El Barkani, ziet bij hen echter vooral economische motieven.

Terwijl Syriërs vaak worden aangezien als Noord-Afrikanen en met valse identiteitsbewijzen Marokko uit- en Spanje binnenkomen, zijn Afrikanen uit landen ten zuiden van de Sahara tot de hekken veroordeeld. Velázquez windt zich er over op. "Noch de regering, noch wij mogen van tevoren beoordelen wie asiel mág aanvragen", zegt zij. Toch lijken de hekken voor Spanje te werken: het aantal pogingen om massaal de hekken te bestormen daalde van zeventig in 2014 naar elf sindsdien.

Subsaharianen die alsnog de horde nemen, krijgen bovendien te maken met Spaanse wetgeving waardoor vluchtelingen kort na binnenkomst toch uitgezet mogen worden. En dit gebeurt niet zachtzinnig, zo blijkt uit de talloze aantijgingen en kritiek die Spanje van niet-gouvernementele organisaties (ngo's) en Europa krijgt. De handhaving aan de Marokkaanse kant van de grens is ronduit berucht.

Spanje draagt volgens critici nu ten onrechte het narratief van een succesvolle migratiepolitiek uit. "De sluiting in Spanje heeft voor het ontstaan van andere, gevaarlijker routes gezorgd", stelt de UNHCR in Melilla bij monde van woordvoerder Maria Jesús Vega. Zo hebben volgens Vega Afrikanen de route via Libië naar Italië genomen, met alle gevolgen van dien. "Spanje moet zeker niet als voorbeeld voor elders dienen".

De Spaanse route wordt volgens de UNHCR vooral genomen om zo de gevaarlijke boottochten te vermijden. Daar staat tegenover dat het vanwege de grote afstand en de hoge tarieven die de mensensmokkelaars daar rekenen een van de duurste routes naar Europa is. Maar vooral de vorig jaar plotseling ingevoerde visumplicht in Algerije is nu spelbreker voor Syriërs die naar dat Noord-Afrikaanse land vliegen om vervolgens over land Melilla te bereiken.

Toch houden zowel de UNHCR, CEAR als de regering in Madrid er nu sterk rekening mee dat het vluchtelingenakkoord met Turkije ervoor kan zorgen dat deze route wederom in zwang kan raken.

De Spaanse minister van binnenlandse zaken Jorge Fernández Díaz riep onlangs op tot 'waakzaamheid' voor wat Spanje nu te wachten staat. Gedelegeerde in Melilla El Bakari houdt ondertussen alle opties open. "Ik hoop dat het niet gebeurt", zei hij. "Maar als het gebeurt, geloof ik dat het niet zo grootschalig zal worden als in Griekenland. Daarvoor is Melilla te ver en domineren 'maffia's' te veel de route", vertelt hij op zijn kantoor.

CEAR-juriste Vázquez heeft meer twijfel. Zij vreest bureaucratische toestanden in Turkije waardoor vluchtelingen sneller alternatieve routes, zoals die naar de Spaanse exclaves, nieuw leven in kunnen blazen. "Het oorlogstrauma kunnen wij niet wegnemen. Maar wij zijn wel medeverantwoordelijk voor de omvang van het migratietrauma", zegt zij.

Vázquez voorziet dan een levendige handel in Algerijnse visa en een daling van doorgangsprijzen vanwege de stijgende vraag. Ook vreest de advocaat dat Syriërs gebruik gaan maken van de gevaarlijke route vanuit de sub-Sahara, waar volgens haar geweld en verkrachtingen eerder regel dan uitzondering zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden