Meisje in het ondergrondse leger

Ze bleef haar hele leven strijden voor de vrijheid. Zaterdag overleed verzetsvrouw Truus Menger-Oversteegen, 92 jaar oud.

Zestien was Truus toen de oorlog begon. Freddie, haar zusje, veertien. Toch sloten ze ze zich, tieners nog, aan bij de gewapende communistische verzetsgroep Raad van Verzet. "We rolden er min of meer in", zei ze elf jaar geleden in KRO-programma 'De Wandeling'. Het begon met het rondbrengen van anti-Duitse blaadjes, al gauw stonden de Haarlemse zusjes bekend om hun dapperheid. "Er kwam een meneer bij ons thuis en die zei: jullie kunnen lid worden van een ondergronds leger."

Hun jonge leeftijd vond de verzetsgroep geen nadeel, schreef Truus in 1982 in haar boek 'Toen niet, nu niet, nooit': jonge meisjes wekten minder achterdocht bij de nazi's. De zusjes deden mee aan sabotages, schoten collaborateurs dood, Truus ondernam een (mislukte) reddingsactie voor Joodse kinderen.

"Die jeugdige leeftijd raakt me", zegt Ismee Tames, bijzonder hoogleraar verzetsgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht en onderzoeksdirecteur van het Niod. "Dat geeft toch een ander gevoel bij de meer controversiële daden, zoals de liquidatie van veronderstelde verraders."

Kompaan bij de Raad van Verzet was Hannie Schaft (1920-1944), een voormalige rechtenstudente met de bijgenaam 'het meisje met het rode haar'. Ze werd vlak voor het einde van de oorlog geëxecuteerd; Truus had haar nog proberen te bevrijden. Ze had samen met Hannie op 1 maart 1945 de NSB'er Willem Zirkzee in Haarlem vermoord en op 15 maart Ko Langendijk, die voor de Sicherheitsdienst was gaan werken.

"Je was er niet blij mee, maar het moest gebeuren", zei Truus in De Wandeling over de liquidaties. "Het was afgrijselijk. Maar ik weet ook dat het niet anders kon dan dat je deze lui op moest ruimen. Die overtuiging heb ik nog steeds."

Truus' verhaal laat volgens Tames zien hoe het verzet radicaliseerde in de laatste oorlogsjaren. "Toen vonden de meest gewelddadige acties plaats. Het verzet werd harder, net als de Duitse terreur. De hiërarchie werd strakker, er waren spanningen met andere verzetsgroepen. Mensen als Truus deden het uitvoerende werk, onder enorme druk."

Na de oorlog kwamen de communisten in het verdomhoekje, zegt Tames. Hun rol in het verzet riep controverse op. Pas in 1982 werd ter ere van Hannie Schaft een monument onthuld in het Haarlemse Kenaupark. Dat beeld was van Truus, inmiddels kunstenaar geworden onder naam van haar man Piet Menger, die ze leerde kennen in het verzet. Ze trad van de twee zussen het meest op de voorgrond. Ze gaf lezingen en gastlessen om kinderen te waarschuwen voor het fascisme. Ze steunde Nelson Mandela in Zuid-Afrika, kwam op voor vrouwenrechten. Met haar standbeelden hield ze de herinnering aan de oorlog levend.

Erkenning voor haar verzetsdaden kwam pas laat, zegt Jeroen Pliester van de Stichting Nationale Hannie Schaftherdenking. Er gingen jaren van miskenning en zelfs beledigingen aan vooraf. Dat deed pijn, zei Truus in De Wandeling. Het grootste eerbetoon kwam in 2014, toen zij en Freddie het Mobilisatie-Oorlogskruis kregen uit handen van premier Mark Rutte.

Dat is verdiend, zegt Pliester. "Haar voorbeeld leert dat moed tonen in alle omstandigheden mogelijk is. Truus zei altijd: het gaat niet om mij. Het ging haar om het grotere geheel, om de vrijheid van iedereen. Daar bleef ze voor strijden."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden