Meisje belandt in duister sprookje

Carter paarde het alledaagse aan het onwaarschijnlijke - een afgehakte hand die opduikt in een keukenla

Melanie is vijftien, naïef en vol romantische dromen. Ze speelt dat ze filmster is, schildersmodel. "Voor een Titiaan of een Rubens was ze te mager, maar een bleke, zelfgenoegzame Venus van Cranach lukte haar wel, met behulp van een lap vitrage op haar hoofd. Ze stak margrieten in haar lange haar en bekeek zichzelf in de spiegel alsof ze een foto was in haar album van later. Ze zei tegen het margrietenmeisje met de grote bruine ogen: 'Ik neem geen genoegen met gewoon. Nee. Bijzonder. Het moet bijzonder zijn.' Haar toekomst, bedoelde ze. Er viel een margriet uit haar haar op de grond, een honend hemels teken."

Hier kan uiteraard weinig goeds van komen, helemaal niet in een roman van de grote Engelse schrijfster Angela Carter, die geen fiducie heeft in romantiek. Op een avond trekt Melanie haar moeders trouwjurk aan. Ze sluit zichzelf buiten en bij de daaropvolgende klimpartij raakt de jurk onherstelbaar beschadigd. De volgende dag krijgt ze een telegram: haar ouders zijn verongelukt. Ze moet nu gaan wonen bij een oom en tante in Londen.

In het huis van haar oom, een boosaardige speelgoedmaker, en zijn onwillige leerling, de half verwilderde weesjongen Finn, verandert Melanie's seksuele bewustwording van een romance in een duister en gevaarlijk sprookje. In dit nieuwe huis zijn geen spiegels, hier zijn het de ogen van anderen die Melanie beoordelen of veroordelen. Wanneer haar oom haar de titelrol geeft in zijn opvoering van 'Leda en de zwaan', beseft ze dat ze uit lijfsbehoud in elk geval deze vrouwenrol moet weigeren: die van marionet in zijn autoritaire spel.

'Het nichtje van de poppenspeler' (1967), Carters tweede roman, wordt nu in Nederland uitgegeven als 'vergeten klassieker', in een zeer leesbare vertaling van Marijke Versluys. Alleen is 'vergeten' een kwalificatie die geen recht doet aan Carters status. In Groot-Brittannië heeft de schrijfster een vaste plaats verworven in de literaire canon. In andere landen is haar naamsbekendheid minder groot en is ze eerder een cultheldin, geliefd om haar oorspronkelijke feminisme en haar sierlijke stijl. Ze is een scherp observator van de condition humaine, maar Nederlandse lezers lijken meer te houden van sociale kritiek in een directe vorm of geleverd met een ironische twist, dan van de smaakvolle literaire cocktail van vileine humor, erotiek en horror, Shakespeare, Baudelaire en Poe, die Carter ons voorzet.

Maar gezien haar groeiende literaire invloed (zie kader) is het misschien tijd voor Nederlandse lezers om met nieuwe ogen te kijken naar Carter. 'Het nichtje van de poppenspeler' is een vroege verkenning van de thema's die haar gedurende haar hele schrijverscarrière bezighielden, waaronder de eeuwige Britse klassenkloof, de afwisselend gewelddadige en argeloze fantasieën van meisjes en vrouwen, het spanningsveld tussen macht en begeerte. Het theater als metafoor keert vaak terug in haar werk. Melanie is een van de vele vrouwen van Carter die zichzelf ontdekken door verschillende rollen te spelen - totdat het spel gevaarlijke realiteit dreigt te worden.

De roman moet het vooral hebben van Carters jeugdige energie en verbeeldingskracht. Ze combineert graag het alledaagse - kopjes thee, gebrekkig sanitair en versleten tandenborstels - met het onwaarschijnlijke, zoals een afgehakte hand die opduikt in de keukenla.

Het is een artistieke kunstgreep die ze geleend heeft van filmregisseurs als Fellini en Buñuel, maar op papier werkt het contrast tussen surrealistische plot en realistische vertelstijl soms desoriënterend.

De invloed van de jaren zestig is merkbaar. Carter hoort bij een generatie die het Engeland van na de oorlog claimde als hun vervallen speeltuin, met de beelden van het oude Britse Rijk als hun speelgoeddoos. De scène waarin Melanie en Finn staan te zoenen in een verwaarloosd park, naast een afgebrokkeld en beklad standbeeld van koningin Victoria waar Finn zijn kauwgom net op heeft geplakt, typeert Carters houding tegenover de oude machtsstructuren.

Maar zelfs dit vroege werk van Carter is gelaagd, sexy, cerebraal en meerduidig. Bij herlezing komt het tijdloos over, vernieuwend zelfs. Wellicht over honderd jaar nog steeds.

Angela Carter: Het nichtje van de poppenspeler (The Magic Toyshop) Vert. Marijke Versluys. Nieuw Amsterdam; 240 blz. euro 19,99

Wie is Angela Carter?

Lange tijd werkte de Britse Angela Carter (1940-1992) in de marge van het literaire establishment, maar later kreeg ze ruimere erkenning-wrang genoeg vooral na haar vroegtijdige dood aan longkanker. Tegenwoordig wordt ze in Engeland breed gewaardeerd om haar lichtvoetige en zintuiglijke verbeeldingskracht en haar onorthodoxe engagement.

Carter groeide op in het kleinburgerlijke naoorlogse Zuid-Londen, een tijd en plaats zo fantasieloos dat het haar een levenslange hang naar het exotische en het onverwachte bezorgde. Op haar achttiende ging ze werken voor een plaatselijke krant, in de voetsporen van haar vader, die journalist was. Ze studeerde aan de Universiteit van Bristol en debuteerde als romanschrijfster op haar 26ste.

Haar bekendste boeken zijn de wervelende feministische avonturenroman 'Circusnachten' (1984) en 'In gezelschap van wolven' (1979), een bundel bewerkte sprookjes waarin de heldinnen de touwtjes in handen nemen. Carter was van oordeel dat een groot deel van de symboliek van sprookjes in feite seksueel was. Denk aan Blauwbaard met zijn vermoorde vrouwen, of 'Belle en het beest'. Het titelverhaal, een versie van 'Roodkapje' waarin mens en dier in elkaar overvloeien en vrouw en wolf als gelijken het bed delen, werd in 1984 door Neil Jordan verfilmd als 'The Company of Wolves'.

In een interview met NRC-journalist Marc Chavannes in 1985 erkende ze: "Sommige mensen vinden het een beetje veel wat er op ze afkomt als ze mij lezen." Maar ze vond niet dat literatuur een moeilijke of zwaarmoedige onderneming moest zijn. "Plezier heeft altijd een slechte pers gehad in Engeland", schreef ze eens. "Je mag ook gewoon van dingen genieten."

Schrijvers van allerlei richtingen zijn aan haar schatplichtig. Salman Rushdie en Ian McEwan waren haar protegés, Margaret Atwood en Fay Weldon haar vriendinnen, Kazuo Ishiguro en Pat Barker haar studenten. Sarah Waters, David Mitchell, Jeanette Winterson, Ali Smith en anderen hebben zich laten inspireren door haar barokke mix van fantasie en intellect, hartstocht en een onbevreesde blik. (JP)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden