Mei ’68 in China

Als ik me niet vergis is worstelen een olympische discipline. En ook een rare en ouderwetse sport. Je grijpt je tegenstander daar waar het kan totdat een mooie vleesknoop ontstaat. Het vreemde is dat je niet hoeft te wachten tot augustus om toeschouwer te zijn van flinke olympische worstelpartijen. De kwalificatieronden zijn zondag in Londen al begonnen. Gisteren keek ik de hele middag gefascineerd naar de Franse satellietzender BFM TV die het parcours van de olympische fakkel door de straten van Parijs live volgde. Ik zag bebloede demonstranten die kort daarvoor Franse worstelagenten hadden ontmoet. Wie met de Tibetaanse kleuren probeerde te zwaaien werd soms tegen de grond gewerkt en in ieder geval van zijn vlag beroofd. Het publiek werd door een ongekende politiemacht op afstand gehouden, wat het niet weerhield om het passerende vlammetje te beschimpen. Dat boegeroep zou de hele dag door Parijs weerklinken. Voor de gelegenheid had de Franse krant Libération zijn gehele voorpagina met het nieuwe Olympische logo gevuld: vijf handboeien die de traditionele ringen moesten voorstellen. De kop luidde ’Bevrijd de Olympische Spelen’. Laurent Joffrin, Libérations hoofdredacteur, had zijn lezers aangespoord om langs het parcours van de vlam met die voorpagina te gaan wapperen. Op een gegeven moment werd het de Chinese brigade die de fakkel begeleide te veel: men gaf de opdracht om het olympische vuur in een bus onder te brengen. De fakkel ging uit. Een historisch moment. Maar ook ik begon te worstelen. Om precies te zijn met de vraag of ik nu tevreden of bedroefd moest zijn. Die twee dagen van chaos en rumoer in twee belangrijke Europese hoofdsteden laten zien dat het publiek zich door geen enkele maffiabaas van het Internationaal Olympische Comité de wet laat voorschrijven. Een land dat repressie en onderdrukking verhevigt naarmate de Spelen naderen, verdient in beginsel die Spelen niet te organiseren. Degenen die voor de rampzalige ontwikkelingen van de laatste dagen verantwoordelijk moeten worden gehouden zijn niet alleen de Chinese bestuurders. De aard van hun bloedig regime was ruim bekend in 2001, toen Peking werd gekozen. Maar de arrogante IOC-leden wuifden alle bezwaren weg. Met de Chinese martelkelders zou het beslist goedkomen. Niet dus. Het resultaat is dat het symbool van verbroedering en vreedzaamheid dat de Olympische vlam moet voorstellen, nu overal wordt bespuwd en vervloekt. Een unicum in de historie van de Spelen dat niemand zou moeten verblijden. De Don Corleone van het IOC, Jacques Rogge, wist gisteren niets anders te brabbelen dan dat hij ’zeer bezorgd’ was. De impliciete motie van wantrouwen tegen de IOC-baas wordt steeds breder gedragen, maar Rogge en de zijnen blijven rustig op hun pluche zitten. Wat nu? Een boycot van de Spelen zou de slechtst denkbare oplossing zijn. Ik voel meer voor het advies van oud-studentenleider Cohn Bendit: ’Ga massaal naar Peking tijdens de Spelen en schopt daar zoveel rotzooi mogelijk.’ Mei ’68 in augustus is zo gek nog niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden