Mefisto van de lage landen

In dertien scÿnes schetst toneelgroep Het Volk, met hulp van 'historische' beelden en filmpjes, het beeld van de opportunist Jan C. de Vos jr. (foto links, Bert Bunschoten. Verder op de foto's vlnr Joep, Wigbolt en Minke Kruijver.) Toneel van eigen bloed en bodem wilde hij maken. (Rob Wester)

Met veel rijksgeld aan knulligheid ten onder gaan. Toneelgroep Het Volk blikt terug op een nationaal-socialistisch toneelgezelschap in oorlogstijd met ’De opportunist’.

Een bioscoopscène. Op het doek nieuws en actualiteiten anno 1941. Een bokswedstrijd, een rede over de Nederlandsche Cultuurkamer. Opeens, in het halfduister, richt een kijker zich verheugd tot zijn vrouw. Hij is op een idee gebracht: de oprichting van een naar de partij geboetseerd Nationaal Socialistisch Toneelgezelschap.

Of je dan niet eerst lid dient te worden van de NSB, vraagt zij voorzichtig. Dan toont hij de binnenkant van zijn revers, waar hij al jaren het lidmaatschapsspeldje verborgen droeg. In de volgende scène al weet hij de secretaris-generaal van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (DVK) voor zijn ambitieuze theaterplan te winnen.

De plek waar Jan C. de Vos jr. zijn plan ontvouwt mag bedacht zijn, de snelheid waarmee alles zijn beslag krijgt in de voorstelling van Het Volk is minder ver bezijden de waarheid. Tien dagen nadat een vergelijkbaar project, het Stedelijk Utrechts Tooneelgezelschap, is getorpedeerd voordat er maar één voorstelling is gespeeld, krijgt De Vos toestemming van het DVK om het Noord-Hollandsch Tooneel op te richten.

De Vos krijgt er een subsidie van ?250.000 voor, de helft (!) van het totaal aan rijkssteun voor dramatische kunsten. Onvoorstelbaar veel ook vergeleken met de ?37.500 voor een groep als Residentie Tooneel, dat het net als de andere vooral moest hebben van provinciale en gemeentelijke steun. Het Noord-Hollandsch Tooneel werd daarmee het belangrijkste NSB-toneelgezelschap in de oorlogsjaren.

Een krantenartikel over dit fenomeen inspireerde de Haarlemse toneelgroep Het Volk om dat vergeten stukje geschiedenis te dramatiseren. Niet als een historisch verantwoord toneelstuk, maar als een quasidocumentaire om, met respect voor de ware toedracht, de tijdgeest meer leven in te kunnen blazen.

Initiatiefnemer Michael Helmerhorst maakte het geraamte voor het stuk, de vaste kern van Het Volk – Wigbolt en Joep Kruijver, Bert Bunschoten – vulde dat al improviserend in op de van hen bekende wijze. Met veel aandacht voor de tragikomische aspecten en in typisch ’Volkiaans’ vormelijk taalgebruik, dat naadloos kleurt bij gebruikte citaten uit brieven en officiële geschriften. Een dertiental scènes, aan elkaar gelast door eigenhandig gemaakte ’historische’ beelden en filmpjes, tekent het portret van een opportunist, die even handig kansen creëert als die door knulligheid weer om zeep helpt.

Jan C. de Vos jr. (1897-1959) was geen groot toneelspeler, maar wel ambitieus. Al beginjaren dertig leidt hij het NSB-gezelschap Fascio en zet hij zich luidkeels af tegen „die jodenkliek” op het toneel. Als Fascio echter op een flop uitloopt en hij zijn heil moet zoeken bij reguliere groepen als Residentie Tooneel, bindt hij wat in. Zodra de Duitsers ons land hebben bezet krijgt hij weer praatjes, wat hem niet in dank wordt afgenomen.

Met zijn (vierde) vrouw, actrice Willy Dunselman, vertrekt hij naar de hoorspelkern van de Duits georiënteerde Nederlandsche Omroep en reist een poosje met een daaruit geformeerd groepje De Omroepspelers het land door. Tot zijn plannen, juni 1942, precies in het plaatje vallen. Met het Noord-Hollandsch Tooneel, standplaats Haarlem, mag hij met raszuiver en volkseigen toneel het ideaal verwezenlijken „om het Nederlandsche volk op te voeden tot werkelijke liefde voor het tooneel”. Ofwel: toneel van eigen bloed en bodem, en weg met „het ziellooze veramerikaniseerde amusementstooneel”.

Zo gehaaid hij de autoriteiten naar de mond kan praten, zo weerbarstig blijkt de praktijk. De fine fleur van het Nederlandse toneel laat het afweten. In de voorstelling laat Het Volk het in een verlaten auditiezaaltje zo zeggen: „Er zijn wat afzegginkjes binnengekomen. Ben Royaards is ziek, Jules Verstraete had plotseling andere verplichtingen, Hans Tiemeyer zei dat je in de stront kon zakken met je NSB-gezelschap, Georgette Hagendoorn had hier een half uur geleden al moeten zijn.”

Jan C. de Vos jr. moet het doen met acteurs van minder allooi, liefst NSBleden of -sympathisanten. En wat het repertoire betreft: een Herman Heijermans paste niet in het nazi-ideaalbeeld en dus grijpt hij naar het oubollig geromantiseerde ’Witte van Haemstede’ uit 1918, van de historische streekschrijver J.W. van Cittert. De voorstelling wordt neergesabeld.

In een brandbrief aan het DVK dringt De Vos aan op maatregelen tegen „den heeren critici die op een dergelijke niets-ontziende wijze een werk van een Nederlandsch tooneelschrijver, dat door inhoud en opvoering een diepen indruk heeft verwekt op het aanwezige publiek, afbreken.” Het haalt niets uit, want er komt bijna geen mens kijken. In een tussenrapportje in december dat jaar blijft De Vos nochtans positief: „Laat het ons een groote troost zijn dat zelfs de Fürher in den aanvang geen volle zalen vermocht te trekken.”

Pal daarop echter komt een vernietigende notitie van het hoofd theater en dans van het DVK, die als gastregisseur even in de keuken van de groep had gekeken. Technisch, artistiek en qua toewijding schoot zowat alles tekort en first lady Willy Dunselman achtte deze een complete mislukking.

Het gaat snel bergafwaarts, mede door streken van De Vos zelf. Publiek komt hooguit de boel verstoren, schouwburgen boeken hem nauwelijks, het niveau daalt tot „onbeduidend amusementstooneel”, de boekhouding vertoont grote leemtes. De Vos weigert een verzoek van de NSB om een antisemitische versie van ’De vos Reynaerde’ te spelen omdat dat te veel spelers en dus geld kost, maar dient voor zichzelf wel torenhoge declaraties in. Daarbij blijkt hij „herhaaldelijk” jonge actrices onzedelijk te bejegenen.

Na een fikse financiële korting zegt het Departement hem in januari 1944 ontslag aan en heft het gezelschap aan het einde van het seizoen op. Na de bevrijding wordt Jan C. De Vos jr. voor tien jaar geschorst, vlucht met vrouw en kinderen naar Berlijn, waar hij in 1959 sterft.

De eerste, wat ingetogen doorloop van ’De opportunist, opkomst en ondergang van een Nationaal Socialistisch Toneelgezelschap” lijkt minder hilarisch dan eerdere voorstellingen van Het Volk: „Dat paste wat minder bij het onderwerp.” „Wat wij er komisch én treurig aan vonden”, zegt Michael Helmerhorst, „je verkoopt je ziel aan de duivel, maar levert niet de waar die erbij hoort. ’t Is eigenlijk een Mefisto van de lage landen.”

(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden