Column

Meevoelen: er zijn grenzen aan

Beeld Olaf Kraak

Compassie is het thema van de maand van de spiritualiteit. Over spiritualiteit bestaat alleen maar verwarring, ik heb tenminste nooit begrepen wat het precies is. 

Het gaat geloof ik om een geestelijke bezigheid, die zich ergens afspeelt in de ruimte tussen godsdienst, filosofie en wetenschap, zonder zich werkelijk bij een van deze drie naar binnen te begeven. 

Compassie snap ik wel, het is meevoelen met een ander mens of dier. Eva Jinek struikelde in haar programma over een onontkoombaar voorbeeld. Ze liet een filmpje zien uit Afrika, ik vergeet welk land, waarin een klein verdord mager jongetje hulpeloos op straat rondzwierf, omringd door medemensen in een gewone voedingstoestand. Ik bedoel, het was geen stakkertje temidden van duizenden andere stakkers. Het ventje kreeg geen eten omdat hij behekst was. Hij werd uitgelachen en doodgehongerd. Totdat een westers hulpverleenster langskwam die hem meenam en goed verzorgde en een jaar later zie je hem weer in beeld, lekker dansend en met een klein buikje zelfs. 

Toen Eva Jinek na het filmpje weer terugkeek naar haar gasten stond ze op het punt van tranen. Ik ook. Het was hartverscheurend. Wat wij niet begrijpen is de hardvochtigheid van de voorbijgangers tegenover dit jongetje.

Hier stuiten we op een van de merkwaardigste aspecten van meevoelen met wat een ander meemaakt: er zijn grenzen aan. En die zijn cultureel bepaald. Je leert mee te voelen met die schepselen waar jouw groep door geraakt wordt. Zo zijn wij in West-Europa veel aardiger voor honden dan men in Noord-Afrika is. Daar vinden ze honden vies. Dit verschil werd mij een keer duidelijk door een Afrikaanse opmerking over Europeanen: ‘De hond mag op de bank liggen, maar hun oude moeder doen ze deur uit.’

Het dierenrijk

We weten niet goed waar compassie begint in het dierenrijk. Want als je je iets wilt aantrekken van andermans ellende, dan moet je wel het gevoel hebben dat die ander iets meemaakt. Het lijkt erop dat vogels niet behept zijn met compassie. Moeder merel voedt het koekoeksjong omdat die indringer de grootste bek heeft en dus het grootste rode gat toont als ze met een worm aan komt zetten. Dat haar eigen kleintjes hierbij doodgaan, dringt niet tot haar door. Het koekoeksjong zelf is ook niet erg fijnbesnaard op het punt van meegevoel, want hij werkt zijn stiefbroertjes en zusjes het nest uit zodat ze doodvallen. Ach, de natuur is zoiets moois. Ja, want die jonge merels vallen in de bek van de kat die beneden klaar staat. Ook geen type dat zich afvraagt: wat doe ik nou? Niet dat de kat wreed is, ze heeft gewoon geen idee dat een merel iets overkomt. Wij zouden geen hap door onze keel krijgen als een kippenpootje kermde, maar voor katachtigen ligt dat anders. In zekere zin horen ze het gekerm niet. Zoals ze wel het geluid van de fanfare horen, maar niet het Wilhelmus.

Meevoelen met een ander betekent ook dat je een ander kunt pijnigen of zijn pijn kunt proberen te verlichten. Het aardige van dieren is dat we wel voorbeelden kennen van apen die elkaar helpen als ze gewond zijn bijvoorbeeld, maar voor zover ik weet zijn er geen voorbeelden van apen die elkaar pijnigen. Er wordt wel opgejaagd, geslagen en gebeten, maar zonder die planmatige uitdrukkelijkheid die het tot martelen zou maken. Nee, voor het betere werk op het gebied van elkaar pijn doen moet je echt bij de mens zijn. En dat geldt ook voor prestaties op het gebied van elkaar helpen. Openhartchirurgie of nierdialyse door apen, voor apen op apen ligt niet in de lijn der verwachting.

Tenslotte het leukste verhaal dat ik ken over compassie in het dierenrijk. Het gaat over die heerlijke speelse dolfijnen. Psycholoog Harald Merkelbach vertelde het jaren geleden in NRC Handelsblad. Het verhaal gaat dat dolfijnen een spartelende drenkeling naar het strand duwen. “Zoiets bestaat”, zegt hij droog, en vervolgt: “Je bent geneigd om er de conclusie aan te verbinden dat dolfijnen hulpvaardige dieren zijn. Totdat je je realiseert dat de drenkelingen die door dolfijnen verder in zee werden geduwd het niet kunnen navertellen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden