Review

Meesterlijke muzikale marteling

De schroef in Benjamin Brittens 'The Turn of the Screw' wordt tergend langzaam maar meedogenloos aangedraaid. Het thema en de vijftien variaties - het schroefdraad bij de zestien scènes die de opera telt - zijn een muzikale marteling van de eerste orde. Aan het slot is er geen beweging meer in te krijgen. Moervast! Professioneel, indrukwekkend en esthetisch vakwerk. Zelfs als toeschouwer voel je je met een schroef aan de punt van je stoel vastgedraaid.

De Nationale Reisopera hernam zaterdagavond in Apeldoorn de succesvolle enscenering die Stephen Langridge in 2002 maakte van 'The Turn of the Screw' (Het aandraaien van de schroef). Brittens ambigue kameropera zit vol onduidelijkheden, vol psychologische en perspectivische bochten en vol sublieme muziek met nog subliemere dubbele bodems. Britten werkte hier echt op de toppen van zijn kunnen en Reinbert de Leeuw zorgde er met het Schönberg Ensemble voor dat er over één ding geen enkele twijfel kan bestaan: 'The Turn of the Screw' (1954) is een van de allerbeste opera's van de twintigste eeuw.

De fantastische novelle van Henry James, waarop Britten en zijn librettiste Myfanwy Piper de opera baseerden, is meesterlijk naar het operatoneel vertaald. Het verlies van onschuld, de strijd tussen goed en kwaad? Alles blijft onduidelijk in dit verhaal. Het jongetje Miles laat aan het eind het leven, maar wiens schuld is dat nu eigenlijk? Van de geestverschijning/kinderlokker Peter Quint of van de gouvernante zelf? Britten tekent de muzikale sfeer in dit spookverhaal in hoge en scherpe registers. Vier sopranen, een hoge tenor en een jongetje zingen de zes rollen. Die hogere en lichte sferen worden op de bühne gepareerd met duisternis, schaduwen en veel strijklicht.

Stephen Langridge liet de herinstudering niet over aan een assistent, maar kwam zelf naar Nederland en bracht in zijn kielzog een tenor van wereldformaat met zich mee: zijn vader Philip Langridge. Tenor Langridge is over de pensioengerechtigde leeftijd, maar zijn stem logenstraft dat simpele feit. Al direct bij de eerste angstaanjagende 'Miles'-lokroepen van Quint (vanachter de coulissen) trok de huiver over de huid. Wat een geweldige zanger is Langridge nog steeds en met welk een griezelige perfectie weet hij Peter Quint gestalte te geven - absolutely fabulous!

In de simpele, maar o zo doeltreffende enscenering van zijn zoon komen Philip Langridge en zijn collega's optimaal als karakters naar voren. Heel kleine details verraden het inzicht van deze regisseur. Zoals de kinderen heel even een stapje terug doen bij de eerste ontmoeting met de gouvernante - alsof ze zojuist een spook gezien hebben. Het spel met licht en schaduw is zo goed doorgevoerd dat het soms lijkt dat Quint en de gouvernante in elkaar overvloeien, net zoals Britten dat zo meesterlijk in zijn muziek verstopte. Oplichtende cijfers geven in de duisternis aan bij welke variatie we zijn. Simpel van 1 tot en met 7 in het eerste bedrijf, daarna in ingewikkelder constellaties. Maar ook de regisseur gaat net als Britten de finale duiding uit de weg. Gelukkig.

Alison Rae Jones (gouvernante), Carol Rowlands (Mrs Grose) en Janny Zomer (Miss Jessel) laten niets te wensen over. George Longworth en Nazan Fikret zijn fantastisch als de kinderen. Miles' sinistere liedje 'Malo', dat aan het slot bezit neemt van de gouvernante, spookt nog uren door het hoofd. Beter kan niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden