'Meester, waar gaan we heen?'

Hun ouders zijn accountant of elektricien. De kinderen van basisschool Willibrord in Zaandam willen psycholoog worden of piloot. Wat ze van thuis meekrijgen, beïnvloedt wat er van hun dromen terechtkomt. Deel 1 van een serie over dubbeltjes die zo zelden een kwartje worden.

In de klas is eigenlijk niets aan haar te merken. Ze is vaak wat in zichzelf gekeerd en soms lijkt de les volledig aan haar voorbij te gaan. Als de leerkracht haar iets vraagt, geeft ze antwoord, soms goed en soms fout. Maar uit zichzelf vertelt ze bijna nooit iets en als ze iets niet begrijpt, zal ze niet snel om uitleg vragen. Dan rommelt ze zich maar wat door de opgaven heen. Of ze gaat uit het raam zitten kijken.

Dat het bij Hannah thuis vaak nogal een chaos is, lijkt ze zelf niet ongewoon te vinden. Haar ouders zijn gescheiden, jaren geleden al. "Ze gingen steeds met andere mannen en vrouwen", verklaart ze, maar ze herinnert zich er weinig van. Ja, dat er met deuren werd geslagen. "En toen viel er iets, ik weet niet meer precies wat." Nu woont ze bij haar moeder. "Mijn vader zegt steeds dat-ie me niet verder kan opvoeden." Wat hij daarmee bedoelt? Ze haalt haar schouders op. "Maar ik heb wel een vader nodig." Haar moeder werkt; wat ze precies doet, weet Hannah niet. Wel dat ze in haar vorige baan ontslagen is. "Vanwege de drank."

Hannah zit nu in groep acht van de basisschool en haar leerkracht is bezorgd over het vervolg van haar schoolloopbaan. De school vermoedt al jaren dat ze een autistische stoornis heeft, maar extra begeleiding krijgt ze niet, omdat daarvoor goedkeuring van de ouders nodig is. De school heeft dat meerdere malen bij de ouders aan de orde gesteld, maar tot nu toe gaven die niet thuis.

In een gesprek met haar moeder legt de leerkracht het nog eens uit. "Ik vraag me af of ze het zelfstandig redt in het voortgezet onderwijs", zegt hij. "Ze zou erg gebaat zijn bij meer begeleiding, iemand die haar in de gaten houdt."

"Krijgt ze die dan niet? Dat had toch al lang gemoeten!?", zegt Hannah's moeder nu opeens. De leerkracht kijkt haar hoogst verbaasd aan. "Nou, slordig", mompelt de moeder nog.

Schaadt de chaos thuis Hannah in haar schoolloopbaan? Het heeft er alle schijn van. Minister Van Bijsterveldt vroeg er eind vorig jaar aandacht voor, en in de wetenschap is het een onomstreden feit: wat kinderen van huis uit meekrijgen, heeft grote invloed op hoe ze het op school doen. Hannah en haar moeder laten zien hoe dat kan uitpakken.

Die invloed van thuis heeft vele gestalten. Voor een deel bepaalt uiteraard erfelijke aanleg hoe ver een kind het schopt op school. Intelligente ouders zijn meestal hoogopgeleid en hebben vaak goede banen. Hun kinderen maken een grote kans om zelf ook op hogeschool of universiteit terecht te komen. De statistieken tonen: op het laagste niveau in het vmbo zitten vier keer zoveel kinderen uit de armste inkomensgroepen als uit die met de rijkste ouders. Op het vwo is het andersom: vijf keer zoveel rijke kinderen als arme. Wie als dubbeltje geboren is, wordt dus nog steeds niet snel een kwartje.

Maar dat is niet het enige. Etnische achtergrond speelt ook mee. Allochtone kinderen zijn minder kansrijk, zo tonen de statistieken. En ook de gezinsomstandigheden zijn belangrijk: wie gescheiden ouders heeft, maakt minder kans om op school eruit te halen wat erin zit dan kinderen van ouders die nog samen zijn.

Natuurlijk wordt de toekomst van een kind bij lange na niet volledig bepaald door zijn afkomst. Maar, zeggen wetenschappers, geef ons alle gegevens over het ouderlijk milieu van een kind en wij kunnen voor een aanzienlijk deel voorspellen hoe zijn schoolloopbaan verloopt.

Wie zijn de mensen die achter deze statistieken schuilgaan? Wat is de dagelijkse gang van zaken achter de cijfers? Trouw gaat ernaar op zoek in de twee groepen acht van de gemengde buurtschool Willibrord in Zaandam. In gesprekken met de kinderen en op bezoek bij hun ouders. Binnenkort wordt duidelijk of deze leerlingen straks doorleren op het vwo, de havo of het vmbo. Die schoolkeuze is vaak beslissend voor iemands hele loopbaan. Hoe het er thuis aan toegaat, heeft invloed op die keus. Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit?

Maandag 24 oktober De eerste dag na de herfstvakantie. "De komende periode wordt heel belangrijk", houdt Leo Huis, de vaste leerkracht van deze groep acht, zijn kinderen voor. "Na de kerstvakantie komen nog een paar toetsen en daarna krijgen jullie al snel het schooladvies. Dan krijg je te horen of wij vinden dat je het best naar het vmbo kan of naar de havo of het vwo. Nu wordt het dus eerst acht weken bikkelen."

De negentien kinderen in de klas hebben zelf goed in de gaten hoe belangrijk dit laatste jaar op de basisschool voor hen is. Deze dagen voelen ze die druk extra. Binnen twee weken krijgen hun ouders van de school een voorlopig advies. Vooruitlopend op het echte schooladvies, dat in februari komt, weten ze dan al wat ze ongeveer kunnen verwachten. En daar zijn de kinderen, geen enkele uitgezonderd, zenuwachtig over.

"Meester, wat schat u, waar gaan we heen?" wil Gülay meteen die eerste maandag al weten. "Wat is zo'n beetje het gemiddelde van de klas", valt Roos haar bij. "U kunt toch wel zeggen: ongeveer dit of dat? Het is toch een beetje flauw om niets te zeggen?" En Gülay weer: "We gaan allemaal naar het vmbo, naar de theoretische leerweg, toch?"

Een dag later proberen ze het weer, nu bij Marcel Kars, adjunct-directeur van de school die deze groep een ochtend per week lesgeeft. Net als meester Leo geeft hij niets prijs. Wel legt hij nog eens uit hoe dat voorlopig advies tot stand komt. "We kijken naar je toetsen, naar het niveau dat je tot nu toe gehaald hebt. En naar je werkhouding, of je goed meedoet in de klas, of je je huiswerk altijd af hebt. En we kijken ook naar thuis: heb je bijvoorbeeld een plek waar je rustig je huiswerk kunt doen?"

"Maar stel dat je ouders net gescheiden zijn...", oppert Gülay. "Of als je gaat verhuizen", voegt Lee Ann eraan toe.

"Iedereen wil naar de havo", roept Erva eroverheen. Maar meester Marcel legt uit: "Het gaat erom waar je je het gelukkigst voelt. Ga je met tegenzin naar school en haal je steeds vijven en zessen of ga je met plezier en haal je zevens en achten?"

"Als je naar het vmbo gaat, dan kan je toch altijd nog omhoog?" mengt Kevin zich in het gesprek.

"Als je veel geld wilt verdienen, moet je drugsdealer worden", toetert Serhat. Maar dat is als grap bedoeld, want eigenlijk wil-ie naar de havo, vertelt hij. "Daar zijn nette mensen, daar kan je een goede baan mee krijgen."

Een dag later staat meester Eef van Duuren voor deze groep en opnieuw wil de klas het hebben over het voorlopig advies. Meester Eef zelf ook. "Ik heb iemand horen zeggen: ik denk dat ik naar het vmbo ga, maar ik hoop op havo, anders krijg ik geen goede toekomst. Dat is absoluut niet waar. Je leven stort niet in als je naar het vmbo gaat. Absoluut niet."

"Maar waarom", wil Serhat weten, "willen alle ouders dan dat we naar de havo gaan?"

Basisschool Willibrord staat midden in de Rosmolenbuurt, een arbeidersbuurt uit het begin van de vorige eeuw net ten oosten van het centrum van Zaandam. Er zijn nog piepkleine arbeidershuisjes uit 1900 te vinden, maar er staan ook eengezinswoningen en portiekflats uit de jaren zestig. Pal langs de Zaan zijn tien jaar geleden dure appartementen verrezen en iets verderop staan flats van tien, twaalf hoog uit de jaren zeventig.

Net zo gemengd als de buurt is de Willibrord zelf, met vrij veel kinderen van Turkse komaf. In bijna alles is het een gewone school. De huisarts en de accountant sturen hun kinderen ernaartoe, en ook de bouwvakker, de receptioniste in een bejaardenhuis en de beveiligingsbeambte. De afgelopen jaren ging ongeveer een derde van de leerlingen na de Willibrord naar havo of vwo, zo'n 10 procent minder dan gemiddeld in de rest van Nederland.

Maar waarom willen ouders nou zo graag - zoals Serhat vroeg - minstens havo voor hun kind? Net als in heel Nederland heeft het vmbo in Zaanstad geen geweldige reputatie bij de ouders. Daar komt nog bij dat in Zaanstad het vmbo enerzijds, en havo en vwo anderzijds, strikt gescheiden zijn. Geen enkele school heeft vmbo en havo en vwo onder één dak. Een middenweg tussen wat als hoog en wat als laag gezien wordt, is er niet. En uiteraard willen ouders dan graag dat het 'hoog' wordt.

Zo ook de ouders van Serhat. "Als hij havo niet kan, oké...", zegt z'n vader, thuis in zijn flat op tien hoog. Een tijdje geleden heeft hij een computerprogramma gekocht waarmee zijn zoon kan oefenen met spelling. "Als hij goed oefent, krijgt hij straks een leuk cadeautje, of hij nou havo haalt of niet. Hij kán het." Serhats moeder, stilletjes op de bank, knikt. "Het is een goeie jongen, hij wil altijd leren", gaat zijn vader door. "Hij stelt me elke dag wel vijftien vragen. Heel veel over voetbal."

Donderdagmiddag 3 november Leo Huis en Marcel Kars hebben de gesprekken met ouders over het voorlopig advies erop zitten. De klas telt dit jaar niet al te veel hoogvliegers: slechts één stel ouders heeft te horen gekregen dat hun kind waarschijnlijk naar havo of vwo kan, een aantal zit nog op het randje van vmbo en havo en de rest is geheid vmbo-ganger.

De twee hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om nog eens duidelijk te maken dat hulp bij het huiswerk geen kwaad kan. Niet alle ouders zijn zich daarvan bewust.

"Huiswerk?"

"Ja. Dat staat in hun agenda. Die nemen ze elke dag mee naar huis, als het goed is."

"Agenda? O ..."

In de klas wisselen de kinderen het nieuws over de voorlopige adviezen uit. Roos (havo of vwo) krijgt een high five van haar vriendinnen. "Ik ben zó blij met mijn advies."

Ook Kevin is opgelucht. Hij heeft een half uur lang met z'n neus tegen het raam gestaan van het lokaal waar het gesprek plaats vond - zonder er iets van te kunnen opvangen. "Ik dacht: het wordt vmbo-basis. De meester keek zo chagrijnig." Maar volgens de school kan het vmbo-t worden. "Dat is wel een goed niveau", stelt Kevin tevreden vast. Hij wil straaljagerpiloot worden en dat kan via het vmbo, denkt-ie.

Op de vraag van de meester wie er geschrokken is van z'n advies steekt Ibtissame haar vinger op. Als het zo doorgaat, wordt het een van de lagere vmbo-niveaus, heeft haar moeder een dag eerder te horen gekregen. "Ze is niet bepaald het type om op haar tenen te lopen", had meester Leo gezegd. "Ze is meer met haar vriendinnen bezig dan met de stof." "Ze kan véél beter", had haar moeder beslist geantwoord. En dat moet ze nu laten zien.

Zehra is teleurgesteld. Haar ouders hadden haar een nieuwe telefoon beloofd als ze vmbo-t als advies zou krijgen. "Ik heb nu een iPhone, maar ik wil een Blackberry; die heeft iedereen." Daar moet ze nog even op wachten, want de school heeft haar ouders alleen maar verteld dat het waarschijnlijk vmbo wordt, maar nog niet welk niveau binnen het vmbo het meest geschikt is.

Zijn er kinderen bij wie de thuissituatie een rol heeft gespeeld bij het bepalen van het voorlopig advies? Leo Huis en Marcel Kars denken even na. Nee, niet echt.

Van twee kinderen uit hun klas kwamen de moeders, beiden gescheiden, niet opdagen voor het adviesgesprek. De ene stuurde een oudere broer; in plaats van Gülays moeder komt een zus van zeventien. "M'n moeder? Die begrijpt er toch niet veel van", verklaart die zus. "En ze zit trouwens ook met dat kind."

'Dat kind', daarmee doelt ze op een halfbroertje van net een half jaar, dat haar moeder aan huis gebonden houdt en dat het toch al drukke huishouden overvol maakt. Gülay en zus van zeventien delen een kamertje en een stapelbed, tweelingzus van zeventien is zwanger - dat laatste is trouwens niet eens opmerkelijk, want zus van 21 kreeg op haar vijftiende al een kind.

's Avonds laat Gülay de hond uit. Kan die er dan ook nog bij in hun toch al krappe huis? Gülay antwoordt met een glimlachje. Het is een Amerikaanse stafford, vertelt ze, en hij lijkt wel wat op een pitbull, maar toch is-ie heel lief. "Behalve als hij denkt dat z'n baasje bedreigd wordt."

"Ze heeft haar wijsheid van de straat", zegt Kars over Gülay. "Ze doet haar best, en dat is wel eens anders geweest. Als het bij haar thuis wat stabieler was, hadden we haar waarschijnlijk geen hoger advies gegeven dan ze nu gekregen heeft. Maar ze moet het echt helemaal op eigen kracht doen."

Voor Ceyda geldt dat niet. In de klas is ze een van de gangmakers. Een week lang zet ze een kruk naast haar schoolbankje, voor haar denkbeeldige zusje Eva dat zogenaamd is meegekomen naar school. Als iemand die kruk wil weghalen, protesteert ze verontwaardigd; als een ander erop gaat zitten, vertrekt ze haar gezicht van plaatsvervangende pijn. En als de meester haar bestraffend toespreekt, omdat ze teveel herrie maakt, zegt ze: "Wat wilt u!? Iedereen doet alsof Eva niet bestaat!" - en daar moet de hele klas om lachen.

"Ik hou heel veel van lachen", zegt Ceyda later. "Meester Leo wil dat we hard werken. Dat snap ik wel. Maar gezelligheid is ook belangrijk."

Thuis, 's avonds aan tafel, is ze eigenlijk net zo, vertelt haar vader Adem Katanalp: ze heeft twee zussen, maar van die drie heeft zij altijd het hoogste woord. "Ach ja, logisch, zij is de jongste", zegt hij met een glimlach. "Maar ik had eigenlijk wel eerder willen weten dat ze daardoor niet hard genoeg leert."

Eerst schenkt Katanalp nog even koffie in. Ceyda zelf is gaan sporten en haar moeder is mee. De oudere zussen zitten boven ieder op hun eigen kamer te studeren, zodat hun vader ongestoord kan uitleggen hoe hij tegen Ceyda's schoolloopbaan aankijkt. Voorlopig heeft ze een vmbo-advies op zak en hij betwist dat niet. "Ik heb laatst een verslag gelezen dat ze als huiswerk moest maken. Daar schrok ik behoorlijk van, dat was echt niet goed."

Katanalp, zelf elektricien én voorzitter van een stichting die Turkse jongeren opvangt, houdt nauwkeurig in de gaten wat er op de school van zijn dochter goed en minder goed gaat. Zo vond hij, toen Ceyda in groep zes zat, dat de lessen te lijden hadden onder de langdurige ziekte van een leraar. Met behulp van opdrachten op internet heeft hij er toen zelf voor gezorgd dat ze 'op niveau' bleef. "De school vond dat niet nodig, die was bang dat ik zou forceren. Maar dat is niet 'forceren', dat is 'eruit halen wat erin zit'."

Ceyda wil graag kinderarts worden. Maar dat lijkt voorlopig te hoog gegrepen, erkent haar vader. Toch legt hij zich er niet bij neer dat zijn jongste dochter naar het vmbo zal moeten. "Er is nog tijd te gaan tot het echte advies", zegt hij. "Ze was heel teleurgesteld, maar ze verwacht nog steeds dat het havo kan worden. We hebben duidelijke afspraken gemaakt. Ze moet zich nu echt 200 procent inzetten. En ze zal steun van ons krijgen, absoluut."

Helpt dat, die steun van huis uit? Natuurlijk, zeggen de leerkrachten van groep acht; de kans dat iemand als Ceyda hogerop komt, is vele malen groter dan dat een meisje als Gülay het uiteindelijk redt, met haar wijsheid van de straat.

"Maar te hard pushen is ook niet goed. Vaak is een tussenstap via het vmbo verstandig", zegt Kars. "Niet alle ouders willen dat zien. Aan te hoog mikken zit het risico dat leerlingen afzakken en in een neerwaartse spiraal terechtkomen."

Maandag 9 januari De eerste dag na de kerstvakantie. Voor Kevin was Oud en Nieuw het hoogtepunt van de vakantie, vertelt hij 's ochtends in de klas. "Ik heb 1200 rotjes afgestoken!" Roos heeft in de vakantie haar verjaardag gevierd. "Zó gek! Er stonden buiten opeens mensen 'lang zal ze leven' te zingen! Mensen die ik helemaal niet kende. Bleek er vlakbij ons ook nog iemand anders jarig te zijn."

"Wij hebben lekker met z'n allen Kerst gevierd", vertelt Gülay. Met een lachje voegt ze eraan toe: "Zoals jullie weten heb ik een heel grote familie." Met z'n allen waren ze ervoor naar het gezin van de vriend van haar zwangere zus gegaan - waar zus en baby straks zullen intrekken. "Het kind kan nu elk moment komen, de babykamer is klaar. Helemaal roze. Heel mooi."

De komende weken zijn opnieuw heel belangrijk, kondigt meester Leo aan. Op 25 januari moeten alle achtstegroepers van de Willibrord de NIO-test afleggen, een intelligentieonderzoek dat in de Zaanstreek gebruikt wordt in plaats van de Cito-eindtoets. Aan de hand van de scores op die test én met de kennis uit toetsen die de school in de loop der jaren bij elk kind heeft afgenomen, wordt daarna het definitieve schooladvies opgesteld.

Lee Ann beseft dat het er nu op aan komt. "De tweede week van de vakantie heb ik heel hard geoefend met rekenen", vertelt ze. "M'n moeder heeft geholpen."

Ja, het wordt een spannende tijd, erkent meester Leo. "Maar probeer relaxed te blijven. Doe gewoon je best in de klas. En maak het niet spannender dan het is."

Om privacyredenen zijn de gegevens van Hannah en Gülay geanonimiseerd.

Dinsdag deel 2: Wat doet de school?

vervolg op pagina 4

vervolg van pagina 3

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden