Meester Prikkebeen inspireerde ’Legende’, de eerste opera van Peter-Jan Wagemans.

Wie de Nederlandse componist Peter-Jan Wagemans (1952) de afgelopen jaren een beetje heeft gevolgd, zou het kunnen hebben zien aankomen. Zijn ’Vlinderstukken’ van een paar jaar geleden waren bijvoorbeeld een voorteken. En, recenter, zijn orkestwerk ’Gravity music’. In die werken nam de componist eigenlijk al een voorschot op zijn eerste opera ’Legende’, die zaterdag in première gaat in het Amsterdamse Concertgebouw tijdens de ZaterdagMatinee.

,,Ik wilde deze opera al jaren maken’’, vertelt Wagemans. ,,In eerste instantie dacht ik dat ik moest wachten tot ik gevraagd werd. Maar op een bepaald moment merkte ik dat dat niet gebeurde, dus ben ik maar gewoon begonnen. Toen ik Jan Zekveld, de toenmalige programmeur van de ZaterdagMatinee, vertelde van mijn plannen, stelde hij een concertante uitvoering voor in zijn serie. Ik heb ook contact met de Reisopera. Die hebben belangstelling voor een scenische uitvoering, al zijn er nog geen concrete afspraken.’’

Wagemans is een componist die in de eerste plaats wil communiceren met de luisteraar. Hij componeert aantrekkelijke muziek met verhalende gebaren, in een idioom dat even onbekommerd als persoonlijk de vruchten plukt uit de traditie en de volkscultuur. Mooie muziek is geen taboe, maar zorgde in het geval van het recente ’Gravity music’ bijvoorbeeld wel voor een controverse onder critici: te weinig modern, te romantisch. ,,Terwijl het meest conservatieve dat je op dit moment kunt doen, het voortborduren is op de zee van modernisme’’, lacht Wagemans.

,,Ik ben iemand van het grote gebaar, van de grote vorm. Ik heb er geen problemen mee om af en toe een flinke lyrische lijn neer te zetten. Mijn muziek is van de buitenkant heel toegankelijk, maar naarmate je meer naar binnen gaat, wordt het steeds verfijnder en ingewikkelder.’’

Lichtheid en zwaarte zijn in Wagemans’ muziek verwant: de componist lijkt een nieuwsgierig kind dat niet kan wachten om zijn bonte indruk van de wereld te delen met zijn publiek. Speelse ernst met de vluchtigheid van een vlinder.

Over vlinders, of beter gezegd over een vlindervanger, gaat ook zijn opera ’Legende’, waarvoor Wagemans zelf het Nederlandstalige libretto schreef. Het geïllustreerde boek ’l’Histoire de Monsieur Cryptogame’ van de 19de-eeuwse Zwitser Rodolphe Töppfer (die wel als de vader van het stripverhaal wordt gezien) stond model voor ’Legende’; in Nederland bekend geworden als Meester Prikkebeen.

Wagemans’ opera gaat over een door vlinders geobsedeerde fantast (Festus) die op de vlucht voor zijn zus in bizarre situaties verzeild raakt. Een sprookje in drie bedrijven en drie stemmingen: de eerste acte is komisch, de tweede dramatisch en de derde lyrisch.

In het schrijven van zijn eigen libretto is Wagemans naar eigen zeggen ’langzaam gegleden’. „Ik heb altijd het idee dat een opera staat of valt met de relatie tussen tekstschrijver en librettist. Ik wilde dat aspect zoveel mogelijk zelf in de hand houden, de baas zijn van de tekst. Ik had dus een synopsis gemaakt, op basis waarvan ik een librettist dialogen wilde laten maken. Hoe die moesten worden, had ik steeds duidelijker voor ogen. Ik ben toen eerst zelf gaan schrijven, met het idee dat die tekst als voorbeeld zou kunnen dienen voor een librettist. Dat mondde uit in een proces waarin ik het libretto na vele pogingen helemaal zelf ben gaan maken. Het voordeel was dat ik de muziek al in het libretto hoorde.’’

Wagemans had van tevoren al heldere ideeën over het verloop en de vorm van zijn opera. Zoals in al zijn werken is de buitenkant makkelijk te volgen, maar als je naar binnen reist, kom je in een labyrint van allerlei verhaalstructuren terecht.

Als schrijver van artikelen en polemieken had Wagemans altijd al een goede pen, maar het libretto voor ’Legende’ was een prototype dat een uitgebreide testfase doorstond: ,,Ik heb het een dramaturg voorgelegd en ik heb het allerlei mensen als toneelstuk voorgelezen, om te kijken of ze geboeid bleven. Of dat ze zouden zeggen ’Peter-Jan, je bent een aardige jongen, maar dit had je beter aan een ander kunnen overlaten’. De positieve reacties die ik kreeg, deden mijn zelfvertrouwen groeien. ’Ik doe het’, dacht ik op een gegeven moment.’’

Wagemans heeft wat dat betreft in de muziekgeschiedenis een paar illustere voorgangers, zoals Richard Wagner, eveneens een sprookjescomponist. Toch stond hem dat soort opera, met zijn doorgaande symfonische kluwen aan leidmotieven, niet voor ogen: ,,Ik had het idee dat ik dan bij een soort Wolfgang Rihm uit zou komen. Dat was niet wat ik wilde maken. Ik wilde weer terug naar de moeder van de opera, de nummeropera met zijn afwisseling van reflectie en dramatische aria’s. Dat vind ik belangrijk aan opera: er moet heel erg mooi gezongen worden. Maar er zijn ook gedeeltes waar ruimte is voor het zingend acteren.’’

Wagemans vertelt dat Mozarts opera’s (met name ’Le nozze di Figaro’ en ’Così fan tutte’) nog het dichtst in de buurt kwamen van zijn ideale operaritme. Met name de eerste acte van ’Legende’ heeft wat dat betreft een Mozart-achtige inslag. Zonder dat Wagemans overigens vervalt in citeren: ,,Mozart is een van de componisten met wie ik me het minst verwant voel.’’

Doordat Wagemans zijn libretto in het Nederlands schreef, communiceert niet alleen de muziek maar ook de taal van ’Legende’ direct met de luisteraar. ,,Dat is wel heel 19de-eeuws, hè? De muziek die van nature in het gesproken woord zit, kun je alleen maar in je eigen taal weergeven. Bovendien zit je dan dichter op de emotionele waarde van een woord dan wanneer je het in een vreemde taal doet. Nederlanders zeggen makkelijk ’shit’ en ’fuck’, want het is toch Engels. Maar als je zou zeggen ’stront’ en ’neuk’, dan zou je voor grof persoon worden versleten.’’

,,Nederlandse zangers hebben weinig ervaring in het zingen in hun eigen taal. We zijn ook niet zo gewend dat de teksten zo direct overkomen en we willen dat opera’s liever in een afstandelijke taal klinken. Dat moet maar eens afgelopen zijn. ’Legende’ wordt gezongen door een internationale cast, dus je zult accenten horen. Daar gniffelen sommige mensen dan om. Maar wat ze vergeten is dat Italiaanse opera’s ook door internationale zangers worden gezongen, met zo’n zelfde accent. Maar daar valt het niet op, omdat het onze taal niet is. Ik denk dat ’Legende’ een triomf wordt voor de Nederlandse taal.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden