Meest ongelikte beer uit de Kamer krijgt eeuw later bijval

Politici van de boerderij

1.Helma Lodders (VVD)

2.Jaco Geurts (CDA)

3.Lutz Jacobi (PvdA)

Terwijl het terreur is wat de klok slaat in de krantenkolommen, kiezen wij in dit hoekje voor een wat luchtiger thema: de zomertijd. Nu het rond het Binnenhof sinds zondag weer een uur langer licht is, is het op de terrasjes op het Plein een stuk aangenamer verpozen. Al zou het beeld van tot laat in het licht kuierende politici één politicus hevig ontstemmen: wijlen Arend Braat, beter bekend als Boer Braat.

De matroos en latere landbouwer uit het Zuid-Hollandse Hekelingen verzette zich tijdens het interbellum als aanvoerder van de Plattelandersbond twee decennia lang tegen de zomertijd. Dat fenomeen was tijdens de Eerste Wereldoorlog overgewaaid uit Duitsland, dat door efficiënter gebruik van het daglicht kolen probeerde uit te sparen.

Met z'n benen op tafel

Aan dat argument had Braat geen boodschap: hij zag in de zomertijd vooral een slimme zet van 'de heeren in de steden' om langer van de avond te genieten, terwijl de zwoegende boeren maar moesten zien hoe zij voorkwamen dat hun vee en zijzelf ontregeld raakten door het verschoven uur. "Hier wordt de landbouw geofferd ter besparing misschien van een enkel mudje kolen", zei Braat in 1919 in de Kamer, waar hij liefst vijf keer tevergeefs een wetsvoorstel indiende om de zomertijd af te schaffen.

Op de achtergrond speelde mee dat Nederland nog maar kort een landelijke standaardtijd hanteerde; tot aan 1909 waren er talrijke tijdzones in het land. Om die nieuwe uniforme tijd dan ook nog eens twee keer per jaar te verschuiven, dat riekte wel naar heel veel staatsbemoeienis. Dan nog liever twee tijden: een stads- en plattelandstijd, vond Braat.

Mogelijk had Braat meer bijval gekregen als hij politiek iets handiger had geopereerd. SDAP-Kamerlid Jan Schaper noemde hem 'de meest ongelikte beer die ooit in de politieke arena is losgelaten'. Ook berucht is het verhaal dat Braat zijn benen eens op het bankje voor hem in de Kamer legde. Een parlementair verslaggever tekende op: 'Op een goeden dag ontdekten verschillende leden dat over een der groene bankjes, languit op tafel, en, den blik langs die benen zuid-oostelijk werpend, vonden zij romp en hoofd van Boer Braat, die aldus in landelijke onschuld z'n lak hebben aan alle slap en verwijfd decorum demonstreerde.'

Helemaal alleen stond Braat niet in zijn protest - er kwam een voorstel om de klok in de zomer niet een uur, maar slechts veertig minuten vooruit te zetten - maar pas na de Tweede Wereldoorlog trok het kabinet de stekker uit de zomertijd. Daar heeft Braat tot zijn dood in 1947 maar kort van kunnen genieten. Niet wetende bovendien dat decennia later, in 1977, het kabinet-Den Uyl onder invloed van de oliecrisis de zomertijd weer van stal zou halen. Die lijkt, mede door Europese afspraken, een blijvertje geworden.

'Alles raakt uit balans'

Of toch niet? Zo nu en dan klinkt in de politiek de echo van Braat. Zoals een paar maanden geleden, toen CDA-europarlementariër Annie Schreijer-Pierik in Brussel voor afschaffing pleitte. Door de zomertijd 'raken mens, dier en natuur uit balans', aldus de boerin uit Hengevelde. De PVV gaf in diezelfde hoorzitting ook te kennen problemen te zien in het geschuif met de tijd - depressiviteit, slaapproblemen en vermoeidheid - maar opperde een andere oplossing: het hele jaar over op de zomertijd. Dan blijft het in de winter 's avonds langer licht. Licht deprimerend nadeel: de zon komt eind december pas om kwart voor tien op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden