Meeslepende Kylián over het mysterie van het onnoembare

De jonge dansers van Said and Done (FOTO DAISY KOMEN)

‘Said and Done’ van het Nederlands Dans Theater II. Wereldpremières van Jirí Kylián en Marco Goecke. Tournee t/m 21/12. www.ndt.nl

De hond komt aangestiefeld, met logge pas, staart in de lucht. Van zijn aanwezigheid, in dianegatief en geabstraheerd op de achterwand geprojecteerd, gaat zowel dreiging uit als intense rust. Als deus ex machina verschijnt hij, dan lost hij weer op in het luchtledige. Af en toe kijkt een danser als in een lucide droom naar deze Cerberus op, dit wezen dat het portaal tussen twee werelden bewaakt.

’Gods and Dogs’ is de honderdste productie die Jirí Kylián voor het Nederlands Dans Theater (NDT) maakt. De choreograaf bewijst wederom dat hij artistiek bepaald niet is opgedroogd, sterker: hij maakt een nieuwe bloeiperiode door. Enorm door de wol geverfd als kunstenaar die met het medium dans iets uitdrukt, is Kylián de laatste jaren juist gefascineerd door wat níet 1-2-3 in woorden, beelden of passen te vatten is: het Grote Onnoembare. Wat zit er in de kieren van ons brein dat wérkelijk ons zijn en handelen bepaalt, wat zijn de driften, angsten, maar ook de krachten? Wie zijn wij?

In ’Gods and Dogs’ begeven zeven jonge dansers van NDT II, drie koppels en een eenling, zich in een diffuus schemerportaal van ’zijn’. Hun schaduwen verslinden elkaar in het lichtspel, de hond komt dichterbij: het dianegatief van leven is dood. Zweep- en paukslagen in de compositie van Dirk Habrich breken in op Beethovens strijkkwartet, in een unheimische cadans slingeren de dansers op en af in verweven duetten; uitgekotst via een podiumbreed gordijn van draden dat als een tropische regenbui op de dansvloer slaat.

Werkelijk fantastisch hoe Kylián het net van thema, dans, muziek en vormgeving zo hermetisch sluit, waarbij overigens met glans door de jongerenequipe van het NDT wordt gedanst. Kylián sleept je mee in dat hallucinogene mysterie van het Grote Onnoembare, losjes, vanzelfsprekend bijna.

Gastchoreograaf Marco Goecke, de choreografische wonderboy die even is weggekaapt bij Scapino en het Stuttgarter Ballett, wil met zijn werk eigenlijk hetzelfde als zijn oudere collega, maar doet dit veel intuïtiever. Als kind van de postmoderne jaren tachtig gapt en citeert hij van alles en nog wat: Bruce Lee en John Travolta, show-musical en pantomime. Volledig op het versneld bewegende bovenlichaam gefocust, lijken de dansers in deze eclectische potpourri nog het meest op vogeltjes die uit het nest zijn gevallen en woest fladderend om hun mama happen.

In ’Nichts’, de titel is ongetwijfeld een relativerende knipoog naar eigen werk van de Duitser, ligt de camp ligt er soms te vet bovenop en ook de sardonische opschrikeffecten als knetterende voetzoekers - daar houdt Goecke patent op - zijn hinderlijk kinderlijk aan het worden. Toch is het geheel van een aandoenlijke gekte: de mens als een verward, doelloos, mistroostig, maar ook als geestig en ontroerend wezen - happend om mama.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden