Meer werklust dan libido

Er reageert nauwelijks iemand wanneer in 1900 het boek 'De droomduiding' verschijnt van de Weense psychiater Sigmund Freud. Hij is uiterst productief tussen zijn veertigste en vijftigste, maar erkenning blijft uit.

Een aantal voorbeelden uit zijn psychiatrische praktijk stelt hij op schrift. De ziektegeschiedenis van Dora (geschreven in 1901 en gepubliceerd in 1905), over de behandeling van een 16-jarig meisje dat volgens Freud last had van hysterie. Kleine Hans (1909), over een 5-jarige jongen met een fobie voor paarden, en De Rattenman (1909), over een 29-jarige man met een dwangneurose.

Hij betoogt dat bij het nog zeer jonge kind al sprake zou zijn van seksuele activiteit ('Drei Abhandlungen zur Sexualtheorie', 1905), maar daarmee zegt hij niets nieuws. Nieuw is wel dat hij erecties bij kinderen, masturbatie en zelfs op coïtus lijkende handelingen niet als rariteiten ziet, maar als normaal voorkomende verschijnselen bij deze leeftijdsgroep. De meeste volwassenen zien deze uitingen van seksualiteit bij kinderen liever over het hoofd. Uit preutsheid en fatsoen, maar ook doordat ze hun eigen vroegkinderlijke ervaringen verdringen. Freud was zelf eerder behept met een tomeloze werklust dan met een onstilbare libido. Dat hij ooit een seksuele verhouding zou hebben gehad met een van zijn patiënten kan zelfs door de meest rabiate speurneus niet worden aangetoond. Als hij vijftig jaar oud is krijgen zijn ideeën meer invloed. Hij weet zich dan ook verzekerd van academische erkenning door zijn benoeming tot buitengewoon hoogleraar aan de Weense universiteit.

Voor het vak psychiatrie zelf is niet Freud maar Kraepelin de centrale figuur, al is Kraepelin buiten de psychiatrie zo goed als onbekend. Maar Freuds kracht is veel breder. Hij gaat deel uitmaken van de westerse cultuur. Hij maakt de samenleving vertrouwd met begrippen als het onbewuste, verdringing, libido en het oedipuscomplex. Hij laat zien hoe groot de invloed van seksualiteit is op het zielenleven.

In deze jaren tobt Freud veel over de dood. Daarom verbaast het stoïcijnse gedrag van de Amerikaanse psycholoog William James hem. Ze ontmoeten elkaar in 1909 in Amerika. Tijdens een wandeling blijft James, die aan een hartkwaal lijdt, ineens staan, overhandigt Freud zijn tas en vraagt hem door te wandelen. De psycholoog blijkt een aanval van angina pectoris te hebben. Nadat de aanval even later is weggeëbd hervat James de wandeling en voegt zich bij Freud. Sindsdien streeft Freud naar eenzelfde onbevreesdheid in het aangezicht van het nabije levenseinde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden