'Meer vrouwen zouden hun hart moeten volgen'

Marita van Zwol, trainster van Gregory Sedoc, ruilt per 1 januari haar maatschappelijke baan in voor die van bondscoach bij de atletiekunie. Zij doorbreekt zo het gebruikelijke patroon.

Wie succes had in de atletiek, keerde op een gegeven moment die sport de rug toe omdat er geen droog brood in was te verdienen. Ook de afzwaaiende td van NOC-NSF Charles van Commenée twijfelde ooit aan zijn toekomst in de Nederlandse atletiek. Hij was het die de afgelopen jaren betere voorwaarden schiep voor coaches.

Maar dan nog, de stap van Van Zwol is ongebruikelijk. „Dat mannen deze stap zetten wordt normaal gevonden, vrouwen doen dat te weinig”, concludeert ze. „Toch kan het, als je je zaken goed regelt.”

Van Zwol heeft een kind van tweeënhalf. Over de opvang zegt zij thuis goede afspraken te hebben. „Ik bivakkeerde de afgelopen jaren al enkele dagen per week op Papendal. Dat zal vaker worden. Dit was mijn kans, ik wil me in de atletiek ontwikkelen. Dat kan niet naast een kantoorbaan. Veel meer vrouwen zouden hun hart moeten volgen. Dat mannen dat doen, is heel normaal.”

Of dat staat te gebeuren, daar heeft Van Commenée een hard hoofd in. „De traditionele, en vrijwel enige manier om te coachen in Nederland, is het erbij doen naast het ’normale’ werk. Tegelijkertijd komen er steeds meer tweeverdieners die samen een gezin runnen en eenoudergezinnen waarbij de kinderen meestal met de moeder leven. Dus de instroom van nieuw coachtalent staat onder druk, net als veel vormen van vrijwilligerswerk. Er moet een reëel perspectief zijn op normale betaling op fulltime basis.”

Professor Maarten van Bottenburg, bijzonder hoogleraar sportontwikkeling aan de Universiteit Utrecht, noemt het niet per se vanzelfsprekend dat een goede topsporter ook een goede coach of bestuurder zal zijn. „Maar het verschil tussen succesvolle sportsters en goede vrouwelijke coaches en bestuurders is wel erg groot. Het is te vergelijken met de maatschappelijke situatie.”

„Kijk naar studie en promotietrajecten, waarin vrouwen in toenemende mate een meerderheid vormen. Het aantal vrouwelijke hoogleraren is beduidend minder. Dat geldt ook voor het bedrijfsleven, waarin de verhouding tussen werkenden en leidinggevenden ook vreselijk scheef is. Je mag verwachten dat het in de loop van de tijd gelijker gaat trekken. Het punt is alleen, het gaat wel verrot langzaam.”

In de Nederlandse sport is Erica Terpstra de grote uitzondering. Als zwemster won zij in 1964 op de Olympische Spelen een zilveren en bronzen medaille met de estafettes. In 2003 werd de politica de derde vrouwelijke voorzitter van wereldwijd 204 nationale olympische comités. „Nu zijn het er twaalf, we maken enige progressie.”

„Het probleem is, de sportwereld is een old boys netwerk, dat zit in de structuur en in de genen. Daar moet iets aan gebeuren. Via de organisatie Vrouwen in de Sport proberen we elk talent te ontwaren. En we zetten naar analogie van Buitenlandse Zaken een klasje op waarin talentvolle bestuurders worden opgeleid.”

„Coaches, dat is een ander verhaal. Daar gaat NOC-NSF niet over, dat is iets voor de bonden. Topcoaches zitten in de eliteklas. De basis is door de diversiteit verstoord, en het is niet mogelijk om die stap over te slaan. Het zal een lang proces worden voordat de scheefgroei enigszins gelijk is getrokken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden