Meer vogels,maar minder variëteit

De watersnip heeft het moeilijk in Noord-Holland. (ELLEN SANDBERG) Beeld
De watersnip heeft het moeilijk in Noord-Holland. (ELLEN SANDBERG)

Door verstedelijking, veroudering van bossen, dichtgroeien van moerassen en intensivering van de landbouw gaat het Noord-Hollandse landschap steeds meer lijken op de rest van Nederland. Datzelfde geldt voor de vogels: de voor Noord-Holland kenmerkende soorten verdwijnen, algemene soorten nemen toe.

De Nederlandse vogelbevolking wordt steeds eenvormiger. Die vaststelling doet de organisatie Sovon Vogelonderzoek Nederland in een terugblik op het afgelopen jaar. Het aantal vogelsoorten is weliswaar groter dan ooit, maar tegelijkertijd gaat de vogelstand in de verschillende landschappen, net als de landschapstypen zelf, steeds meer op elkaar lijken. Soorten waar het al goed mee ging, blijven het goed doen, terwijl bedreigde soorten blijven kwakkelen.

Dat komt volgens Sovon, dat tellingen houdt en onderzoek doet naar de vogelstand, vooral door de toename van bos en struikgewas in voorheen open polderlandschappen in Midden- en West-Nederland. Deze veranderingen zijn gunstig voor veel algemene broedvogels, maar nadelig voor vogels die broeden in heide, duin en kustgebieden of boerenland dat amper bewerkt of bemest wordt. Die, veelal unieke, specialisten krijgen het steeds moeilijker en sommige van hen, zoals de blauwe kiekendief, kemphaan, korhoen, velduil, draaihals en grauwe gors staan al op het punt van uitsterven.

Ook worden kenmerkende broedvogels soms verdreven door een algemenere soort. Door ganzen bijvoorbeeld, die zich steeds meer thuis voelen in Nederland en al maar talrijker worden. Waar ganzen massaal verschijnen en de boel kaal vreten, zoals in het Vechtplassengebied, nemen kenmerkende broedvogels van de rietlanden, zoals roerdomp, woudaapje, grote karekiet en zwarte stern, in aantal af.

In hun pas verschenen ’Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009’ signaleren de Samenwerkende Vogelwerkgroepen van Noord-Holland (SVH) exact dezelfde tendens als Sovon: naarmate de landschappen in hun provincie meer op elkaar gaan lijken, wordt de vogelstand er eenvormiger.

In de afgelopen twintig jaar, zo constateren de samenstellers van de atlas, is de hoeveelheid bos en struikgewas in de provincie Noord-Holland enorm toegenomen: „Door de verstedelijking namen parken, tuinen en recreatiegebieden de plaats in van boomloze cultuurgraslanden en akkers. Al bestaande bossen werden ouder en rietmoerassen groeiden dicht met struiken en bomen. Ook in de duinen rukten struiken en bomen op en boerenerven veranderden in lommerrijke villatuinen.”

Deze landschappelijke veranderingen hebben zich vertaald in een toename van bos- en struweelvogels. Omdat in bossen en struiken veel meer soorten broeden dan in open graslanden, op akkers, in duinen en rietmoerassen, zijn er de laatste twintig jaar in Noord-Holland meer vogelsoorten in aantal toegenomen dan er soorten in aantal zijn afgenomen. Maar die groei betreft vooral algemenere soorten, zoals merel, koolmees, houtduif en kauw.

Met uitzondering van graseters als zwanen en ganzen, zijn de voor Noord-Holland kenmerkende vogels van de open landschappen steeds meer in de knel gekomen. Volgens de vogelwerkgroepen geldt dat vooral voor de traditionele weidevogels, als grutto, tureluur, kemphaan en watersnip.

Die hebben, behalve van de ’verparking’, vooral te lijden gehad van de intensivering van de veehouderij, waardoor vochtige, kruidenrijke graslanden op grote schaal zijn verdwenen. Maar ook de vogels van de open rietmoerassen, kust en duinen in Noord-Holland hebben het moeilijk en nemen in aantal af.

Volgens Kees Scharringa, een van de redacteuren van de atlas, kunnen natuurherstelprojecten op kleine schaal wel verandering brengen in het beeld. „Plasjes die hier en daar worden aangelegd bijvoorbeeld kunnen wel soorten aantrekken die elders in de provincie onder druk staan, zoals kluten, smienten en weidevogels. Maar op provinciale schaal vind je de invloed van die leuke, kleine projecten niet terug.”

Schrale, voedselarme milieus verdwijnen, benadrukt Scharringa, „en daarmee raken we ook de specifieke soorten kwijt die zich daarin thuis voelen, zoals het paapje en de wulp. Die ontwikkeling zie je in Nederland en in grote delen van Europa. Dat tij is niet te keren en dat speelt de ganzen, zeg maar de Bata’s en de McDonaldsen van de vogelwereld, in de kaart.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden